paragraaf 2 / kantelt het economisch beeld?
BRICS-landen = landen die na 2000 een snelle economische ontwikkeling doormaakten.
(Brazilië, Rusland, India, China & Zuid-Afrika)
2 redenen mno’s hun maakindustrie verplaatsen naar lagelonenlanden:
1. Gevolg maakindustrie (& diensten) naar lagelonenlanden:
- Industriële werkgelegenheid daalt.
- De landen die de producten maken ontwikkelen zich vaker.
2. De opkomende landen vormen een interessante afzetmarkt.
- koopkracht neemt toe ➙ gunstig mno’s
gevolgen mno’s verplaatsen maakindustrie naar lagelonenlanden:
● sterke toename wereldhandel
door: - opdeling productieketen
- steeds goedkoper transport
- handelsgrenzen verdwijnen (o.a door WTO)
● toename welvaart in semi-periferie (nieuwe afzetmarkt)
● afname laaggeschoolde werkgelegenheid in Triade.
Oorzaken wereldhandel in 1975 is toegenomen:
● Opdeling van de productieketen. (de weg die een product aflegde tot eindproduct)
- productieketen = de schakels waaruit het productieproces van goederen bestaat.
● Het transport van goederen is sneller & goedkoper geworden (containers)
just in time = principe dat goederen precies op tijd worden geleverd. Voorraadvorming &
opslag wordt beperkt.
● De handelsgrenzen verdwijnen steeds meer.
- WTO (World Trade Organisation, Wereldhandelsorganisatie) =
Internationale organisatie die de wereldhandel wil bevorderen.
- Verschillen zo groot tussen landen ➙ geen afspraken gemaakt.
- Arme landen willen betere toegang van (landbouw) producten.
- Rijke landen willen arbeidsomstandigheden in arme landen aanpakken.
- gevolg: gebieden raken steeds meer met elkaar verbonden ➙
globalisering
globalisering = proces waarbij gebieden op aarde op tal van terreinen (economisch,
cultureel, sociaal & politiek) steeds meer met elkaar verbinden raken.
1
, Global shift
Machtsverhoudingen verandert:
- Centrumlanden hebben eerste rol in economie. voorsprong door:
- Ontwikkeling en produceren van goederen & diensten.
global shift = De verschuiving op aarde van het economisch kerngebied.
multipolaire wereldeconomie = Economie waarbij op meerdere plaatsen in de wereld
belangrijke economische kerngebieden zijn.
- Vervangt wereldsysteem van centrum / semiperiferie / periferie.
Paragraaf 3 / ontwikkeling van handelsstromen
koloniale verhoudingen (1500-1950)
16e eeuw: eeuw grote ontdekkingen
- ontdekkingsreizigers trekken naar nieuwe gebieden, handelaars voor geld.
- gebieden die weinig contact hadden met buitenwereld ➙ door handelsstromen
verbonden met Europa.
2 periodes gebieden verbonden met Europa door handelsstromen:
1. 1500-1800: de fase van het handelskolonialisme.
- vanuit koloniën word katoen (India), specerijen (Nederlands-Indië), zilver &
suiker (Zuid-Amerika) ➙ Europa.
- Plantages aangelegd
- maar alsnog meer landinwaartse gebieden geen Europese invloed.
2. 1800-1950: de fase van het industrieel kolonialisme.
- door opkomst van industrie wordt voor Eu-landen belangrijk om verzekerd te
- zijn van grondstoffen & afzetmarkt.
- Daarom vroegere handelsgebieden ➙ nu onderdeel van moederland.
- Door industrialisatie neemt wereldhandel toe, maar handelsstromen lopen
steeds meer alleen in het koloniale rijk.
2