,Inhoud
1. Analyse gezondheidsprobleem...........................................................................3
1.2 Epidemiologie gezondheidsprobleem soa’s...................................................3
1.2 Gezondheidsdeterminanten..........................................................................5
1.3 Verantwoording doelgroep............................................................................ 6
2. Gedragsanalyse.................................................................................................. 7
2.1 ASE-model..................................................................................................... 7
2.2 Stages of change model................................................................................ 8
2.3 Gedrag- en veranderdoelen...........................................................................8
3 Voorlichtingsbijeenkomsten................................................................................. 9
3.1 Voorlichtingsbijeenkomst 1............................................................................9
3.2 Voorlichtingsbijeenkomst 2 (fictief).............................................................10
3.3 Voorlichtingsbijeenkomst 3 (fictief).............................................................11
4. Evaluatie en reflectie........................................................................................ 13
5. Bibliografie....................................................................................................... 15
6. Bijlagen............................................................................................................ 16
Bijlage 1: Uitgewerkte epidemiologie SOA’s......................................................16
Bijlage 2: Enquête gezondheidsbevordering.....................................................21
Bijlage 3: Presentatie......................................................................................... 23
Bijlage 4: Onderbouwing videofragment...........................................................32
Bijlage 5: Evaluatieformulieren..........................................................................33
Bijlage 6: Authenticiteitsverklaring expert........................................................35
2
,1. Analyse gezondheidsprobleem
De term SOA is een verzamelnaam voor alle seksueel overdraagbare aandoeningen. In onderzoek
wordt gekeken naar 3 groepen bestaande uit mannen die seks hebben met vrouwen (MSW), vrouwen
en mannen die seks hebben met mannen (MSM). In Nederland zijn de volgende SOA’s het meest
voorkomend (in volgorde); chlamydia, gonorroe en HIV. Voor een uitgebreidere uitwerking van de
epidemiologie per soa, zie Bijlage 1.
1.2 Epidemiologie gezondheidsprobleem soa’s
Morbiditeit
In Nederland waren in 2022 bij het CSG (Centrum voor Seksuele Gezondheid) 164.715 consulten
geweest waarbij er getest is voor een soa. Het aantal huisarts-consulten was in 2022 137.700. Dit
geeft in totaal 302.415 consulten waarbij 20,7% van de consulten een diagnose gesteld is van één of
meer soa’s (RIVM, 2023).
Chlamydia: Chlamydia is in 2022 bij 24.684 mensen vastgesteld, wat een groei is van het jaar ervoor
waar 20.465 diagnoses vastgesteld waren (VZinfo, 2024). De echte nummers zijn moeilijk vast te
stellen doordat de soa zich ongeveer een derde van de tijd asymptomatisch is. Ook is te zien dat de
grootste leeftijdsgroep 18-25 is bij deze soa (VZinfo, 2024).
Gonorroe: Bij gonorroe is sprake van 30-60% van
vrouwen die klachten ervaren vergeleken met 90% bij
mannen (RIVM, 2024). Bij het CSG waren in 2023
13.853 diagnoses gesteld wat een stijging is van 2022,
toen er 10.600 diagnoses gesteld werden.
Hiv: In 2023 zijn in Nederland 24.400 mensen die hiv
hebben met een verwachting van ongeveer 1.390
mensen die niet weten dat ze geïnfecteerd zijn. 21.987
mensen waren in zorg voor hiv in 2023. Er waren dat
jaar 427 nieuwe diagnoses gesteld. Er was bij 57% van
Figuur 1: Aantal consulten en positieve
de 427 personen een gevorderde vorm van hiv of zelfs gonorroetesten CSG 2013-2022 (vzinfo,
aids (Aidsfonds, 2022). 2024)
De groep waar gonorroe en hiv het meeste voorkomen zijn de MSM-groep met een vindpercentage bij
gonorroe van 14,1% in 2023 en bij hiv 74% in 2022 ( (RIVM, 2024), (Hiv-monitoring, 2023) ).
Chlamydia komt het meeste voor in de MSW-groep met 21,2% in 2022 (VZinfo, 2024). Over het
algemeen is dus te zeggen dat de MSM-groep de grootste risicogroep is qua soa-infecties
proportioneel gezien.
Mortaliteit en Overleving
De mortaliteit van alle soa’s is in Nederland erg laag. De meest lethale soa is hiv met een sterftegetal
van 21 in 2022. Chlamydia en gonorroe gaan meestal van zichzelf over, maar er zijn ook toegankelijke
behandelingen beschikbaar die de soa verhelpen. Wanneer chlamydia en gonorroe niet behandeld
worden, kunnen complicaties als PID (pelvic inflammatory disease) bij vrouwen en epididymitis bij
mannen ontstaan die op hun beurt kunnen zorgen voor onvruchtbaarheid (CDC, 2021). De meest
voorkomende symptomen bij chlamydia en gonorroe zijn pijn, uitscheiding en zweertjes en bij hiv
meerdere recidiverende infecties en andere infectie gerelateerde symptomen.
3
, Levensverwachting
Door screening en behandelingen zijn soa’s niet meer zo gevaarlijk als vroeger. Voor chlamydia en
gonorroe is de screening methode een soa test middels urine of vocht uit de genitaliën met een
wattenstaafje en de behandeling bestaande uit antibiotica. Voor meer details zie Bijlage 1, Chlamydia
of Gonorroe, Levensverwachting.
Voor hiv is de normale screenmethode bloedafname. Er is geen behandeling voor hiv maar er is wel
een medicatiesoort genaamd PrEP (pre-exposure profylaxis) die de kans op het oplopen van een hiv-
infectie verkleind. Voor alle soorten PrEP,. Na bloodstelling aan de virusdeeltjes kan je binnen 72 uur
nog PEP (post exposure profylaxis) nemen die dezelfde werking heeft als PrEP, maar dan meer
potent. Als behandeling na een infectie is ART (antiretroviral therapy) een optie wat hiv onderdrukt. Er
is geen behandeling die hiv elimineert (Hivinfo, 2021). Voor meer details, zie Bijlage 1, HIV,
Levensverwachting.
Sociaal-economische situatie
Door verschillende factoren zijn mensen met een lagere SES een grotere risicogroep voor het oplopen
van soa’s. Deze zijn onder andere de kosten van condooms maar ook van testen en behandelingen.
Verder gaat een lagere SES vaak samen met een lager opleidingsniveau. Hierdoor is missende kennis
over verspreiding en voorbehoedsmiddelen soms missend.
Bij hiv is onderzoek gedaan naar de SES, waaruit
gebleken dat er een relatie zit tussen een lagere
SES en een hoger gehalte aan hiv positieve
personen. In figuur 2 is een vergelijking te zien
tussen de algemene bevolking en hiv positieve
mensen in zorg. “Hoe lager het inkomen, hoe lager
het percentage mensen met een succesvol
onderdrukt virus na het starten met antiretrovirale
middelen.” (Hiv-monitoring, 2023). Dit is de
conclusie die getrokken is op basis van microdata
uit het CBS.
Ziektelast
Figuur 2: Vergelijking mensen met hiv in zorg Door de mogelijke behandelingen,
en de algemene bevolking 2015-2021 (Hiv-
voorbehoedsmiddelen en de (over het algemeen)
monitoring, 2023)
korte duur van chlamydia en gonorroe zijn de
QALY’s hiervan 1.0. Hoewel patiënten erge discomfort kunnen ervaren, zijn er weinig echte risico’s
aan deze aandoeningen. Hiv heeft een QALY van ongeveer 0,8. Dit komt door de onderdrukking van
het immuunsysteem door de infectie waardoor mensen met hiv vaak ziek worden en erg veel last
hebben van de ziekte. Deze is echter niet lager door de goede beschikbaarheid van
voorbehoedsmiddelen als condooms en PrEP (en PEP) en ART waardoor de klachten en de risico’s
aanzienlijk afgenomen zijn.
4
1. Analyse gezondheidsprobleem...........................................................................3
1.2 Epidemiologie gezondheidsprobleem soa’s...................................................3
1.2 Gezondheidsdeterminanten..........................................................................5
1.3 Verantwoording doelgroep............................................................................ 6
2. Gedragsanalyse.................................................................................................. 7
2.1 ASE-model..................................................................................................... 7
2.2 Stages of change model................................................................................ 8
2.3 Gedrag- en veranderdoelen...........................................................................8
3 Voorlichtingsbijeenkomsten................................................................................. 9
3.1 Voorlichtingsbijeenkomst 1............................................................................9
3.2 Voorlichtingsbijeenkomst 2 (fictief).............................................................10
3.3 Voorlichtingsbijeenkomst 3 (fictief).............................................................11
4. Evaluatie en reflectie........................................................................................ 13
5. Bibliografie....................................................................................................... 15
6. Bijlagen............................................................................................................ 16
Bijlage 1: Uitgewerkte epidemiologie SOA’s......................................................16
Bijlage 2: Enquête gezondheidsbevordering.....................................................21
Bijlage 3: Presentatie......................................................................................... 23
Bijlage 4: Onderbouwing videofragment...........................................................32
Bijlage 5: Evaluatieformulieren..........................................................................33
Bijlage 6: Authenticiteitsverklaring expert........................................................35
2
,1. Analyse gezondheidsprobleem
De term SOA is een verzamelnaam voor alle seksueel overdraagbare aandoeningen. In onderzoek
wordt gekeken naar 3 groepen bestaande uit mannen die seks hebben met vrouwen (MSW), vrouwen
en mannen die seks hebben met mannen (MSM). In Nederland zijn de volgende SOA’s het meest
voorkomend (in volgorde); chlamydia, gonorroe en HIV. Voor een uitgebreidere uitwerking van de
epidemiologie per soa, zie Bijlage 1.
1.2 Epidemiologie gezondheidsprobleem soa’s
Morbiditeit
In Nederland waren in 2022 bij het CSG (Centrum voor Seksuele Gezondheid) 164.715 consulten
geweest waarbij er getest is voor een soa. Het aantal huisarts-consulten was in 2022 137.700. Dit
geeft in totaal 302.415 consulten waarbij 20,7% van de consulten een diagnose gesteld is van één of
meer soa’s (RIVM, 2023).
Chlamydia: Chlamydia is in 2022 bij 24.684 mensen vastgesteld, wat een groei is van het jaar ervoor
waar 20.465 diagnoses vastgesteld waren (VZinfo, 2024). De echte nummers zijn moeilijk vast te
stellen doordat de soa zich ongeveer een derde van de tijd asymptomatisch is. Ook is te zien dat de
grootste leeftijdsgroep 18-25 is bij deze soa (VZinfo, 2024).
Gonorroe: Bij gonorroe is sprake van 30-60% van
vrouwen die klachten ervaren vergeleken met 90% bij
mannen (RIVM, 2024). Bij het CSG waren in 2023
13.853 diagnoses gesteld wat een stijging is van 2022,
toen er 10.600 diagnoses gesteld werden.
Hiv: In 2023 zijn in Nederland 24.400 mensen die hiv
hebben met een verwachting van ongeveer 1.390
mensen die niet weten dat ze geïnfecteerd zijn. 21.987
mensen waren in zorg voor hiv in 2023. Er waren dat
jaar 427 nieuwe diagnoses gesteld. Er was bij 57% van
Figuur 1: Aantal consulten en positieve
de 427 personen een gevorderde vorm van hiv of zelfs gonorroetesten CSG 2013-2022 (vzinfo,
aids (Aidsfonds, 2022). 2024)
De groep waar gonorroe en hiv het meeste voorkomen zijn de MSM-groep met een vindpercentage bij
gonorroe van 14,1% in 2023 en bij hiv 74% in 2022 ( (RIVM, 2024), (Hiv-monitoring, 2023) ).
Chlamydia komt het meeste voor in de MSW-groep met 21,2% in 2022 (VZinfo, 2024). Over het
algemeen is dus te zeggen dat de MSM-groep de grootste risicogroep is qua soa-infecties
proportioneel gezien.
Mortaliteit en Overleving
De mortaliteit van alle soa’s is in Nederland erg laag. De meest lethale soa is hiv met een sterftegetal
van 21 in 2022. Chlamydia en gonorroe gaan meestal van zichzelf over, maar er zijn ook toegankelijke
behandelingen beschikbaar die de soa verhelpen. Wanneer chlamydia en gonorroe niet behandeld
worden, kunnen complicaties als PID (pelvic inflammatory disease) bij vrouwen en epididymitis bij
mannen ontstaan die op hun beurt kunnen zorgen voor onvruchtbaarheid (CDC, 2021). De meest
voorkomende symptomen bij chlamydia en gonorroe zijn pijn, uitscheiding en zweertjes en bij hiv
meerdere recidiverende infecties en andere infectie gerelateerde symptomen.
3
, Levensverwachting
Door screening en behandelingen zijn soa’s niet meer zo gevaarlijk als vroeger. Voor chlamydia en
gonorroe is de screening methode een soa test middels urine of vocht uit de genitaliën met een
wattenstaafje en de behandeling bestaande uit antibiotica. Voor meer details zie Bijlage 1, Chlamydia
of Gonorroe, Levensverwachting.
Voor hiv is de normale screenmethode bloedafname. Er is geen behandeling voor hiv maar er is wel
een medicatiesoort genaamd PrEP (pre-exposure profylaxis) die de kans op het oplopen van een hiv-
infectie verkleind. Voor alle soorten PrEP,. Na bloodstelling aan de virusdeeltjes kan je binnen 72 uur
nog PEP (post exposure profylaxis) nemen die dezelfde werking heeft als PrEP, maar dan meer
potent. Als behandeling na een infectie is ART (antiretroviral therapy) een optie wat hiv onderdrukt. Er
is geen behandeling die hiv elimineert (Hivinfo, 2021). Voor meer details, zie Bijlage 1, HIV,
Levensverwachting.
Sociaal-economische situatie
Door verschillende factoren zijn mensen met een lagere SES een grotere risicogroep voor het oplopen
van soa’s. Deze zijn onder andere de kosten van condooms maar ook van testen en behandelingen.
Verder gaat een lagere SES vaak samen met een lager opleidingsniveau. Hierdoor is missende kennis
over verspreiding en voorbehoedsmiddelen soms missend.
Bij hiv is onderzoek gedaan naar de SES, waaruit
gebleken dat er een relatie zit tussen een lagere
SES en een hoger gehalte aan hiv positieve
personen. In figuur 2 is een vergelijking te zien
tussen de algemene bevolking en hiv positieve
mensen in zorg. “Hoe lager het inkomen, hoe lager
het percentage mensen met een succesvol
onderdrukt virus na het starten met antiretrovirale
middelen.” (Hiv-monitoring, 2023). Dit is de
conclusie die getrokken is op basis van microdata
uit het CBS.
Ziektelast
Figuur 2: Vergelijking mensen met hiv in zorg Door de mogelijke behandelingen,
en de algemene bevolking 2015-2021 (Hiv-
voorbehoedsmiddelen en de (over het algemeen)
monitoring, 2023)
korte duur van chlamydia en gonorroe zijn de
QALY’s hiervan 1.0. Hoewel patiënten erge discomfort kunnen ervaren, zijn er weinig echte risico’s
aan deze aandoeningen. Hiv heeft een QALY van ongeveer 0,8. Dit komt door de onderdrukking van
het immuunsysteem door de infectie waardoor mensen met hiv vaak ziek worden en erg veel last
hebben van de ziekte. Deze is echter niet lager door de goede beschikbaarheid van
voorbehoedsmiddelen als condooms en PrEP (en PEP) en ART waardoor de klachten en de risico’s
aanzienlijk afgenomen zijn.
4