(André Klip, 2021)
CHAPTER 2: INSTITUTIONAL FOUNDATIONS OF THE EUROPEAN UNION
1. INTRODUCTION
Een basiskennis van de historische ontwikkelingen en de institutionele structuur is
onmisbaar voor een goed begrip van het Europese strafrecht. Juristen moeten begrijpen
hoe het Unierecht doorwerkt in het nationale recht en hoe de EU geleidelijk een eigen
strafrechtstelsel creëert.
2. FROM THE EUROPEAN COAL AND STEEL COMMUNITY TO THE EUROPEAN UNION
De integratie begon met de EGKS (1951), gevolgd door de EEG en Euratom (1957). In de
jaren '70 mislukten pogingen om de Gemeenschappen strafrechtelijke bevoegdheden te
geven, omdat lidstaten hun autoriteit wilden behouden; zij gaven de voorkeur aan
intensieve samenwerking boven soevereiniteitsoverdracht (zoals het Nederlandse veto
in 1979 tegen een espace judiciaire). Het Verdrag van Maastricht (1992) introduceerde
de pijlerstructuur, waarbij de derde pijler (Justitie en Binnenlandse Zaken) formeel
bevoegdheden op strafrechtelijk gebied opende, onder regie van de Raad. Het Verdrag
van Lissabon (2009) schafte de pijlers af en creëerde één institutionele structuur,
waarbij de Unie de Europese Gemeenschap verving. Verdragen zoals Schengen en
Prüm, die buiten het EU-kader begonnen, zijn later in het Unierecht geïntegreerd.
3. TWO CONVERGING AREAS: THE INTERNAL MARKET AND THE AREA OF FREEDOM,
SECURITY AND JUSTICE
3.1. A NEW LEGAL ORDER
Het Unierecht vormt een nieuwe rechtsorde die direct deel uitmaakt van de nationale
rechtssystemen en door nationale rechters moet worden toegepast. Het is onafhankelijk
van nationaal recht (Costa/ENEL).
3.2. SINCERE CO-OPERATION
Lidstaten hebben op basis van het loyaliteitsbeginsel (Art. 4 lid 3 VEU) de plicht om het
Unierecht te handhaven en alles na te laten wat de EU-doelen in gevaar brengt. Sinds
2005/2007 heeft het Hof bepaald dat dit ook een verplichting kan inhouden om
strafrecht als handhavingsmiddel te gebruiken.
3.3. THE THREE PILLARS OF MAASTRICHT
De voormalige pijlers verschilden in wetgevingsprocedures en bindende kracht. In de
derde pijler had het recht oorspronkelijk geen rechtstreekse werking, maar in de zaak
Pupino breidde het Hof de handhavingsplicht en conforme interpretatie uit naar dit
gebied.
,3.4. ONE LEGAL ORDER FOR THE UNION
Lissabon bracht een volledige fusie van de interne markt en de ruimte van vrijheid,
veiligheid en recht (AFSJ), waardoor het loyaliteitsbeginsel nu voor alle gebieden geldt.
3.5. APPLICATION OF INTERNAL MARKET PRINCIPLES ON THE AREA OF FREEDOM,
SECURITY AND JUSTICE
Principes voor de interne markt, zoals wederzijdse erkenning, zijn nu volledig van
toepassing op het strafrecht. Dit leidt tot indirecte harmonisatie, waarbij de focus ligt op
het vrije verkeer van beslissingen, informatie en bewijs ten behoeve van autoriteiten.
4. EUROPEAN INTEGRATION
4.1. EUROPEAN INTEGRATION
Integratie is het proces van het dichter bij elkaar brengen van staten en volkeren.
Harmonisatie is het juridische middel om dit te bereiken door rechtsstelsels naar een
gemeenschappelijke standaard te laten groeien.
Three Levels of Rationalisation
Motieven voor integratie bestaan op macro- (ideaal van één Europa), meso-
(effectievere misdaadbestrijding) en micro-niveau (praktische oplossingen zoals
JIT's).
Factors that Obscure the Need
Discussies worden bemoeilijkt door verschillende visies op de rol van het
strafrecht (de Commissie is enthousiast, de Raad hanteert het ultima ratio-
beginsel) en machtsstrijd tussen instellingen.
4.2. COMMON POLICIES AND CO-ORDINATION
De EU heeft exclusieve (bijv. douane) en gedeelde bevoegdheden (bijv. AFSJ). Strafrecht
ondersteunt vaak EU-beleid zoals de bestrijding van subsidiefraude.
4.3. TOOLS
Gebruik van 'hard law' (wetgeving) en 'soft law' (actieplannen, scoreboards).
4.4. HARMONISATION AND APPROXIMATION
Onderscheid tussen positieve integratie (harmonisatie van normen) en negatieve
integratie (wegnemen van belemmeringen). 'Approximation' laat lidstaten vaak meer
ruimte in de keuze van middelen.
4.5. THE PRINCIPLES OF CONFERRAL, SUBSIDIARITY AND PROPORTIONALITY
De EU handelt alleen binnen toegekende bevoegdheden (attributie). Volgens het
subsidiariteitsbeginsel treedt de EU alleen op als doelen beter op Unieniveau kunnen
worden bereikt. Het proportionaliteitsbeginsel houdt in dat de EU alleen maatregelen
mag nemen die niet verder gaan dan noodzakelijk is om de doelen van de verdragen
te bereiken, waarbij nationale parlementen mogen controleren of dit beginsel wordt
nageleefd.
, 4.6. FUNDAMENTAL ASPECTS OF THE CRIMINAL JUSTICE SYSTEM
De noodremprocedure staat een lidstaat toe een richtlijn naar de Europese Raad te
verwijzen als fundamentele aspecten van het nationale strafrechtstelsel worden
geraakt.
4.7. THE EFFECTS OF HARMONISATION: A CRITICAL ASSESSMENT
Harmonisatie leidt vaak slechts tot 'formele' harmonisatie door vage compromisteksten,
24 talen en het ontbreken van een 'grand design' voor strafrecht in de EU.
5. INSTITUTIONS, AGENCIES, BODIES AND OFFICES
Zeven instellingen (o.a. Parlement, Raad, Commissie, Hof) voeren de taken van de Unie
uit. Specifieke organen op strafrechtgebied zijn Europol (informatie-uitwisseling),
Eurojust (coördinatie), het Europees Justitieel Netwerk en het EPPO (vervolging van
EU-fraude).
CHAPTER 3: CONSTITUTIONAL PRINCIPLES OF UNION LAW
(Paragraaf 2 en 3)
2. LEGAL ACTS OF THE UNION
2.1. POST-LISBON LEGISLATION
Belangrijkste instrumenten zijn de Verordening (direct toepasbaar en bindend) en de
Richtlijn (bindend qua resultaat, keuze van vorm en middelen aan lidstaten).
Strafrechtelijke aansprakelijkheid kan niet direct op een niet-geïmplementeerde richtlijn
worden gebaseerd (Kolpinghuis).
2.2. PRE-LISBON LEGISLATION
Vóór Lissabon werden Kaderbesluiten gebruikt; deze waren bindend qua resultaat maar
misten volgens de verdragen rechtstreekse werking.
2.3. CHOICE OF THE UNION ACT
Sinds Lissabon is de keuze voor instrumenten duidelijker; in de derde pijler werd eerder
vaak gekozen voor Kaderbesluiten omdat deze geen ratificatie vereisten.
2.4. VARIABLE GEOMETRY
Ierland en Denemarken hebben speciale posities (opt-outs) in de AFSJ. Versterkte
samenwerking staat een kleinere groep lidstaten toe verder te gaan met integratie.
3. RULES ON THE ENFORCEMENT OF UNION LAW
3.1. UNION LAW CREATES ITS “OWN LEGAL SYSTEM”
Het Unierecht heeft voorrang boven nationaal recht (Costa/ENEL). De nationale rechter
moet strijdige nationale regels buiten toepassing laten (Simmenthal-regel).