Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Wegwijs in de Successiewet - Successiewet voor Notariëlen (RGMFI01006)

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
121
Geüpload op
16-03-2026
Geschreven in
2025/2026

Uitgebreide samenvatting van Wegwijs in de Successiewet. Ook voorbeelden uit het boek zijn grotendeels overgenomen. Het is een boeksamenvatting, dus geen schema's etc.

Voorbeeld van de inhoud

Successiewet voor Notariëlen
Boeksamenvatting: Wegwijs in de Successiewet
2026


Week 1a: inleiding, belastbaar feit en formele bepalingen
Hoofdstukken 1, 2 en 9 Wegwijs in de Successiewet

Rechtsgronden
De erfbelasting wordt vaak als een onrechtvaardig ‘nabelasting’ beschouwd. Daarentegen kan het juist
weer als onrechtmatig worden gezien als iemand die geen inspanning of tegenprestatie levert buiten
iedere heffing zou blijven, terwijl iemand die inkomsten verwerft door arbeid in de heffing van
inkomstenbelasting wordt betrokken. Voor de Nederlandse erfbelasting geldt dat sprake is van een
verkrijgingsbelasting, waarbij de draagkrachtvermeerdering van de verkrijger in de heffing van
erfbelasting wordt betrokken. Sommigen zijn van mening dat het niet logisch is geen rekening te
houden met het vermogen dat toebehoorde aan de verkrijger voor de verkrijging. Dit kan echter leiden
tot discriminatie (bijv. twee kinderen met gelijke verkrijging worden verschillend belast) en het zou
een straf op sparen zijn. In Nederland is hiervoor daarom niet gekozen.

Naast het draagkrachtbeginsel wordt als rechtsgrond voor erf- en schenkbelasting het
buitenkansbeginsel genoemd (ofwel ‘beginsel van de bevoorrechte verkrijging’). In de parlementaire
geschiedenis wordt nog gesproken over de zogenoemde sluisgedachte als rechtsgrond. Dit houdt in dat
het extra vermogen belast wordt op het moment dat het van de ene persoon naar de ander gaat. Wat de
grondslag betreft is vooral de gedachte doorslaggevend dat het gerechtvaardigd is belasting te heffen
over vermogen dat ‘zomaar’ is verkregen.

Het belastbare feit
Het belastbare feit is geregeld in art. 1 SW. Er kunnen twee belastingen worden geheven: de
erfbelasting en de schenkbelasting. Dit zijn verkrijgingsbelastingen, waarbij wordt aangeknoopt bij de
waarde van iedere afzonderlijke verkrijging door iedere individuele verkrijger.

Een belastingheffing naar aanleiding van overlijden kan ook de vorm hebben van een boedelbelasting.
Anders dan bij een verkrijgingsbelasting, wordt de draagkrachtvermeerdering belast die zich tijdens
het leven van de erflater/schenker heeft voorgedaan. Er wordt hierbij aangeknoopt bij de boedel als
zodanig in plaats van de individuele verkrijgingen. Ook de Nederlandse erfbelastingwetgeving is van
oorsprong een boedelbelasting.

Erfbelasting
Belasting wordt geheven over de waarde van wat iemand verkrijgt krachtens erfrecht. Het betreft
verkrijging door overlijden van iemand die ten tijde van het overlijden in Nederland woonde. Denk
aan verkrijgingen door erfgenaam, legataris en lastbevoordeelde. Om te voorkomen dat de erfbelasting
wordt ontgaan, zijn fictiebepalingen opgenomen in de wet op grond waarvan toch heffing kan
plaatsvinden. Deze zijn geregeld in art. 6 t/m 17a en art. 33 lid 12 SW.

Schenkbelasting
Belasting wordt geheven over de waarde van wat iemand verkrijgt krachtens een gift (art. 7:186 lid 2
BW). Ook van iemand die ten tijde van de gift in Nederland woonde. Ook voldoening van een
natuurlijke verbintenis ex art. 6:3 BW wordt als schenking aangemerkt (art. 1 lid 7 SW). Wanneer de
verkrijger voldoet aan de voorwaarden van art. 33 lid 12 SW, is deze verkrijging echter vrijgesteld.
Voor een schenking is nodig dat de een wordt verrijkt en de ander wordt verarmd. Op basis daarvan
redeneren of sprake is van een schenking. Civielrechtelijk geen sprake van schenking betekent fiscaal
niet belast.

Ingezetene

,De woonplaats van degene van wie wordt verkregen (erflater/schenker) is van belang. Woonde deze
persoon niet in Nederland ten tijde van het overlijden c.q. de schenking, dan kan er geen erfbelasting
of schenkbelasting door de verkrijger verschuldigd zijn, tenzij art. 3 SW van toepassing is.

Onder Nederland moet worden het deel van het Koninkrijk dat in Europa is gelegen, dus niet de BES
eilanden (art. 2 lid 3c en d AWR; art. 1 lid 1 SW).

Het vaststellen van de woonplaats moet via art. 4 AWR. De woonplaats moet worden beoordeeld maar
de feitelijke omstandigheden. Dit is het geval als een natuurlijk persoon een duurzame band van
persoonlijke aard met Nederland heeft. Deze band hoeft niet sterker te zijn dan met andere landen, dus
het is niet noodzakelijk dat Nederland het middelpunt van zijn leven vormt. Een inschrijving kan als
aanwijzing dienen. Van belang zijn ook bijvoorbeeld waar diegene werkt, waar na een vakantie wordt
teruggekeerd, waar iemands gezin verblijft, etc. Sommige elementen wegen zwaarder dan anderen,
zoals het hebben van een eigen woning of langdurig verblijf in een (huur)woning.

De fiscale woonplaatsregeling wijkt voor natuurlijke personen niet veel af van het civielrechtelijke
begrip (art. 1:10 lid 1 BW), behalve voor degene in lid 12. Voor rechtspersonen is daar waar de
feitelijke leiding van de rechtspersoon zich bevindt (art. 1:10 lid 2 BW), met name van belang bij
schenking door een rechtspersoon (art. 2 lid 3 SW).

Woonplaatsficties
Art. 2 lid 1 SW
Buiten Nederland verblijvende natuurlijke personen die in dienst staan tot de Staat der Nederlanden
worden geacht in Nederland te wonen wanneer zij de Nederlandse nationaliteit hebben. Geldt ook
voor de partner en (stief)kinderen, mits jonger dan 27 jaar en in belangrijke mate door hem
onderhouden (ex art. 1.5 IB jo. art. 2 Uitv.reg.IB). Geldt ook voor in buitenland werkzame
Nederlandse militairen, tot krachtens een AMvB wordt bepaald dat zij geacht worden blijvend buiten
Nederland werkzaam te zijn.

Art. 3 lid 1 SW
Nederlanders die uit Nederland zijn vertrokken en binnen een periode van tien jaar na hun vertrek
overlijden of een schenking doen, worden zij geacht in Nederland te wonen. Geldt slechts met
betrekking tot personen die zich zowel ten tijde van het emigreren als ten tijde van het
overlijden/schenken de Nederlandse nationaliteit (nog) bezitten. Aanvang van de termijn is wanneer
sprake is van emigratie, wat vervolgens weer naar omstandigheden beoordeeld kan worden op grond
van art. 4 AWR.

Betreft een ‘antiontgaansbepaling’ op grond waarvan mogelijk is om onder bepaalde voorwaarden
belasting te heffen op grond van nationaliteit. Rechtvaardiging vindt zich in het feit dat er nog een
‘zodanige band met vaderland’ bestaat. Het hebben van de Nederlandse nationaliteit vormt op zich
voldoende grond om na emigratie gedurende tien jaar te kunnen heffen van schenk- en erfbelasting.

Wat als een gehuwde schenker uit het gemeenschappelijk vermogen een schenking verricht en deze
echtgenoot niet de Nederlandse nationaliteit bezit, maar de andere echtgenoot wel? Wat als dit in dit
tijdens de tienjaarstermijn aan de orde is? Hoe wordt dit dan belast?
 Bij een schenking uit een gemeenschap van goederen geldt uitsluitend de handelende
echtgenoot als schenker. Alleen diens woonplaats en nationaliteit zijn relevant.
 Als de niet-Nederlandse echtgenoot schenkt na afloop van de termijn, is geen (Nederlandse)
schenkbelasting verschuldigd. Schenkt de Nederlandse echtgenoot, dan is de schenking
volledig belast.
 Daarnaast is de tienjaarstermijn uitgebreid getoetst aan nationale en internationale
discriminatieverboden. De HR heeft geoordeeld dat ongelijke behandeling tussen Nederlandse
en niet-Nederlandse (ex-)ingezetene gerechtvaardigd is door de bijzondere band tussen een
staat en zijn onderdanen. Dit vormt volgens de HR een objectieve en redelijke
rechtvaardiging. Toetsing aan het EVRM leidde niet tot een ander oordeel.

2

,Art. 3 lid 2 SW
Eenieder die binnen Nederland heeft gewoond en binnen één jaar na het verlaten van Nederland een
schenking doet, wordt geacht op dat tijdstip in Nederland te wonen. Dit geldt alleen voor de
schenkbelasting en de nationaliteitseis is hier niet aan de orde.

De werking van bovenstaande artikelen kunnen leiden tot dubbele belastingheffing. Ter voorkoming
daarvan heeft Nederland met een aantal landen verdragen gesloten. Indien deze ontbreken, kan in een
voorkomend geval een beroep worden gedaan op een eenzijdige regeling (volgt later). In het kader van
een verdrag kan de tienjaarstermijn soms aan de kant worden gezet.

Tijdstip verkrijging
De belastingschuld ontstaat op het moment waarop de erflater overlijdt c.q. een schenking tot stand
komt (art. 7:175 BW). Het is bij schenkingen van belang het juiste tijdstip vast te stellen in verband
met art. 12 SW.

Opschortende voorwaarde
Voor schenkingen onder opschortende voorwaarden geldt een afwijkende regeling. Dit wordt geacht in
stand te zijn gekomen op het moment dat de voorwaarde wordt vervuld (art. 1 lid 9 SW) en dus niet
wanneer de overeenkomst tot stand komt. Hierbij wordt afstand genomen van het civielrechtelijk
uitgangspunt. De aangifte voor schenkbelasting hoeft pas ingediend te worden binnen twee maanden
na het einde van het kalenderjaar waarin de voorwaarde is vervuld (art. 46 SW). Wanneer de schenker
ten tijde van het in vervulling gaan van de voorwaarde is overleden, wordt geacht krachtens erfrecht te
zijn verkregen.

Ontbindende voorwaarde
Wordt verkregen onder ontbindende voorwaarde, dan is direct schenk- of erfbelasting verschuldigd.
Als de voorwaarde wordt vervuld, kan via art. 53 SW de betaalde belasting worden teruggevraagd,
verminderd met wat verschuldigd zou zijn geweest indien dat was berekend over het voordeel dat
tijdens het bezit is genoten.

Voor verkrijgingen onder ontbindende voorwaarden van overlijden, waarbij een opschortende
voorwaarde ten gunste van een verwachter aansluit, geldt een afwijkende regeling. Op tijdstip van
verkrijging onder ontbindende voorwaarde wordt schenk- of erfbelasting geheven zonder rekening te
houden met de last (art. 21 lid 2 SW), dus over volle eigendomswaarde. Als later de opschortende
voorwaarde in vervulling gaat, wordt de geheven schenk- of erfbelasting niet terugbetaald. In plaats
daarvan wordt wederom geheven bij de verkrijger onder opschortende voorwaarde, waarbij voor de
bepaling van de waarde wordt aangesloten bij moment van vervulling (art. 21 lid 4 SW).

Waarde
Geregeld in art. 21 lid 1 SW: de verkrijging wordt gewaardeerd naar de waarde in het economisch
verkeer op het tijdstip van de verkrijging. Hieronder moet worden verstaan het bedrag dat je ervoor
zou krijgen als het (op de juiste manier) zou worden verkocht.

Stel schenking van een auto onder opschortende voorwaarde, schenkingsbelasting dan verschuldigd
over de WEV van de auto op het moment van de schenking (vervulling voorwaarde). Bij een
schenking onder ontbindende voorwaarde is direct schenkbelasting verschuldigd over de WEV van de
auto op het tijdstip van de schenking (direct).

Er gelden een aantal afwijkende regels, terug te vinden in art. 21 lid 2 e.v. SW.
 Goederen verkregen onder ontbindende voorwaarde van overlijden, waarbij zich een
opschortende voorwaarde aansluit (art. 4:141 BW en art. 21 lid 2 SW).
 Verkrijging van effecten opgenomen in een prijscourant (art. 5.21 IB, art. 21 lid 3 SW).
 Verkrijging van een onroerende zaak die in gebruik is als woning (art. 21 lid 5 t/m 10 SW).
Wordt vastgesteld op de WOZ-waarde.

3

,  Verkrijging van periodieke uitkeringen en vruchtgebruik (art. 21 lid 11 en 14 SW).
 Verkrijging van ondernemingsvermogen (art. 21 lid 13 SW).
 Verkrijging van een geldvordering in wettelijke verdeling indien daarop het rentepercentage
van toepassing is (art. 4:13 jo. 4:80 en 4:84 BW en art. 21 lid 15 SW).

Wijze van heffing
De verkrijger is belastingplichtig (art. 36 SW). Voor erfbelasting geldt dat erfgenamen binnen acht
maanden na het overlijden aangifte moeten indienen (art. 45 en 38 SW), dit kan gezamenlijk (art. 39
SW). De begiftigde van een schenking moet binnen twee maanden na het einde van het kalenderjaar
waarin de schenking heeft plaatsgevonden aangifte doen (art. 46 SW). De inspecteur kan ook de
schenker een aangiftebiljet uitreiken (art. 40 SW).

Belastingen geheven op grond van de Successiewet behoren tot aanslagbelastingen (art. 37 SW).
Schenkingen en verkrijgingen krachtens erfrecht na 1 januari 2017 moeten worden aangegeven a.d.h.v.
een formulier van de Belastingdienst.

Aangifte
Aan de vermoedelijke verkrijger wordt een aanslagbiljet uitgereikt (art. 6 AWR). De ontvanger is
verplicht deze in te vullen en binnen de gestelde termijn in te leveren. Als er geen aanslagbiljet komt,
moet de verkrijger dit zelf verzoeken. Voor de erfbelasting moet dit dan binnen acht maanden na het
overlijden en voor de schenkbelasting binnen twee maanden na het kalenderjaar, als geen aanslagbiljet
is uitgereikt.

Als de schenker een aanslagbiljet ontvangt, is hij verplicht deze in te vullen (art. 8 AWR). Zowel de
schenkers als de begiftigden kunnen in één biljet aanslag doen. Juridisch blijft echter sprake van
afzonderlijke aanslagen per verkrijger, en iedere verkrijger kan zelfstandig bezwaar maken (geldt ook
voor erfgenamen).

De erfgenamen moeten ook aangifte doen ter zake van verkrijgingen door anderen, zoals legatarissen
(art. 38 SW), tenzij die zelf een aanslagbiljet uitgereikt hebben gekregen. Een executeur kent dezelfde
verplichtingen als erfgenamen (art. 72 SW). Als een executeur is benoemd en deze benoeming is
aanvaard, dan moet de executeur met ingang van 1 januari 2012 de aangifte erfbelasting doen.
Benoemde vereffenaars zijn eveneens verplicht tot het doen van aangifte, maar kunnen niet een
rechtsmiddel tegen een aanslag indienen, als zij niet zelf gerechtigd zijn tot de nalatenschap (geen
belanghebbende).

Beneficiaire aanvaarding leidt niet tot een ontheffing van de verplichtingen, en het doen van aangifte
kan niet worden gezien als een daad van zuivere aanvaarding (art. 71 SW).

Indien achteraf de persoon van de verkrijger of het verkregene wijzigt, biedt art. 53 SW een
mogelijkheid voor belastingvermindering voor bepaalde situaties. Niet het volledige bedrag wordt
gecorrigeerd, maar er wordt rekening gehouden met daadwerkelijk genoten voordelen.

Voorbeeld schenking art. 53 SW
Bij herroeping van een schenking wordt de eerder betaalde schenkbelasting verminderd met het
bedrag dat ziet op de daadwerkelijk genoten voordelen, zoals dividend. Stel een vader schenkt in jaar 1
aanmerkelijkbelangaandelen met een waarde van 1.000 aan zijn zoon, waarvoor 95 aan
schenkbelasting is betaald. In de jaren daarna ontvangt de zoon in totaal 300 aan dividend. Wanneer de
schenking in jaar 4 wordt herroepen en de aandelen met een waarde van 1.200 worden teruggeleverd,
wordt de vermindering van schenkbelasting berekend alsof in jaar 1 slechts een schenking van 300
heeft plaatsgevonden. Daarover zou 29,5 aan schenkbelasting verschuldigd zijn geweest, zodat de
teruggaaf 65,5 bedraagt. Over het terug te ontvangen bedrag zou volgens de systematiek van de wet
ook rente moeten worden vergoed. Het verzoek om teruggave kan worden gedaan via een nadere
aangifte, waarin ook de daadwerkelijk genoten voordelen moeten worden vermeld.


4

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
16 maart 2026
Aantal pagina's
121
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€8,24
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
melissadeleo Rijksuniversiteit Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
119
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
63
Documenten
18
Laatst verkocht
1 week geleden

3,7

14 beoordelingen

5
4
4
6
3
2
2
0
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen