Belangrijke begrippen:
❏ Doorvoer:
Goederen die Nederland binnenkomen en er onmiddellijk ook weer uitgaan zonder
dat deze goederen eerst zijn gekocht door Nederlandse ondernemingen
❏ Wederuitvoer:
Een Nederlandse onderneming heeft buitenlandse goederen gekocht, die zonder of
na een kleine bewerking direct weer worden uitgevoerd
❏ Importeren:
Het kopen van goederen en diensten in het buitenland
❏ Exporteren:
Het verkopen van goederen en diensten aan het buitenland
❏ Wisselkoers:
De waarde van een valuta uitgedrukt in een andere valuta
❏ Vreemde valuta:
Buitenlands geldsoort
❏ Appreciatie:
Een waardestijging van een valuta als gevolg van de veranderingen in vraag en
aanbod
❏ Depreciatie:
Een waardedaling van een valuta als gevolg van veranderingen in vraag en aanbod.
Samenvatting:
Land & tuinbouw producten, zuivelproducten, elektronica, geneesmiddelen en aardgas zijn
belangrijke goederen die Nl uitvoert. Diensten: kennis over leggen van dijken en dammen.
Oorzaken internationale arbeidsverdeling & handel:
❏ Loonkosten verschillen: In Nederland zijn de loonkosten hoger dan in landen zoals
Azië. Hierdoor zijn concurrerende producten uit die landen soms goedkoper dan in
Nl. Die importeren we dan
, ❏ Verschillen in kennis en scholing: In NEderland is het opleidingsniveau hoger dan
in veel andere landen. Voor goederen waarvoor veel scholing voor nodig is(ondanks
de hoge lonen) wordt in Nl geproduceerd
❏ Verschil in klimaat: Het Nederlandse klimaat is niet geschikt voor producten zoals:
koffie en rijst. Dit kan dan in kassen worden verbouwd, maar hierdoor gaan de
loonkosten omhoog. Het is dan goedkoper om deze producten uit landen zoals
Zuid-Afrika en Azië te importeren
❏ Aanwezigheid van grondstoffen die andere landen niet hebben: Nederland heeft
nauwelijks olie in de grond terwijl er wel aardgas aanwezig is.
❏ Ligging: Nederland heeft Rotterdam als wereldhaven. Via ROtterdam worden veel
producten geëxporteerd en havens trekken veel toeristen
Voordelen internationale handel:
❏ Meer handel leidt tot meer productie en meer werkgelegenheid
❏ De consument heeft meer keuze uit verschillende producten
❏ Door internationale handel specialiseert elk land zich in die producten die daar naar
verhouding het goedkoopst geproduceerd kan worden.
❏ Dit leidt tot een hogere welvaart in de hele wereld
Wisselkoersen:
Als je op vakantie gaat naar een niet-Euroland moet je vreemd geld of vreemde valuta’s
kopen (voor toeristen die naar Nl komen andersom). Ook importeurs en exporteurs van
goederen en diensten moeten geld wisselen als het gaat om transacties met
niet-eurolanden. Ook als je geld wilt sparen of wilt beleggen (in aandelen of obligaties) in
niet-Eurolanden moet je euro’s wisselen tegen andere geldsoorten.
Voor Nederland is de wisselkoers de waarde van een euro uitgedrukt in een vreemde valuta.
Banken houden zich bezig met de aankoop en verkoop van vreemde valuta. Het verschil
tussen de aankoop en verkoopkoers wordt door de banken gebruikt om kosten te dekken
en winst te maken. Banken brengen ook nog provisie in rekening.
Bij girale betalingen in vreemde valuta zijn de verschillen tussen aan- en verkoopkoersen
kleiner dan bij het contant omwisselen van valuta’s bij bankkantoren. de koers die je betaald
bij aankoop van buitenlands geld in bankkantoren door extra kosten zoals: loon,
verzekerings en transportkosten.
Wisselkoersen veranderen dagelijks. Als de waarde van de euro ten opzichte van andere
valuta’s stijgt is er sprake van appreciatie van de euro. Een waardedaling van de euro ten
opzichte van andere valuta’s heet een depreciatie van de euro.
Wisselkoers berekenen:
Vreemde valuta → €