Aardrijkskunde Hoofdstuk 2 Aarde Klimaat en Landschap
Par 2.1 Wereldwijde luchtstromen
Luchtdruk: Gewicht van de lucht (gem. 1013mb)
Lage luchtdruk <1013 mb (gewicht lichter)
Hoge luchtdruk >1013 mb (gewicht zwaarder)
Lage luchtdruk Hoge luchtdruk
Stijgende lucht (warm) Dalende lucht (koud)
Veel wind Weinig wind
Veel wolken Weinig wolken
Veel neerslag Weinig neerslag
Rond de evenaar wordt de aarde opgewarmd door zonnestralen van de zon, lucht gaat stijgen door
de opwarming. Omdat de aarde geen plafond heeft, zet de lucht zich naar het noorden en naar het
zuiden uit. Uitzetten = zonder opwarming Daardoor koelt de lucht af en daalt weer
Omdat de lucht opstijgt is er een ‘’tekort’’ aan het aardoppervlak. Vanuit de zijkanten wordt de lucht
aangevuld
Intertropische convergentie zone (ITCZ): Stabiel lagedrukgebied rond de evenaar waar het warm is
en door opstijgende lucht veel buien voorkomen. (Zone van equatoriale lage luchtdruk)
Atmosferische circulatie: Algemeen systeem van luchtstromen op aarde en de
lage/hogedrukgebieden (grote windsystemen)
, De wet van Buys Ballot/Corioliseffect: effect dat luchtstromen een afwijking krijgen door de draaiing
van de aarde. bestaat uit:
1. Winden op NH buigen af naar rechts (vanuit H gezien)
2. Winden op ZH buigen af naar links (vanuit H gezien)
3. Winden waaien van H naar L
Van H naar L Wind vanuit je rug bekijken
Van L naar HWind vanuit voren bekijken (tegengestelde richting)
Passaten: Winden die van hogedrukgebieden naar de evenaar waait.
NHNoordoosten [] ZH Zuidoosten
Moessons: Wind die van hogedrukgebieden naar de evenaar waait, en dan van richting veranderd
NH Zuidwesten [] ZHNoordwesten
Par 2.2
We hebben twee soorten zeestromen:
1. Warme zeestroom, Zeestroom afkomstig uit een warmer gebied
2. Koude zeestroom, Zeestroom afkomstig uit een kouder gebied
Ze vormen het oceanische circulatie: Algemeen systeem van zee- en oceaanstromen op aarde
Par 2.1 Wereldwijde luchtstromen
Luchtdruk: Gewicht van de lucht (gem. 1013mb)
Lage luchtdruk <1013 mb (gewicht lichter)
Hoge luchtdruk >1013 mb (gewicht zwaarder)
Lage luchtdruk Hoge luchtdruk
Stijgende lucht (warm) Dalende lucht (koud)
Veel wind Weinig wind
Veel wolken Weinig wolken
Veel neerslag Weinig neerslag
Rond de evenaar wordt de aarde opgewarmd door zonnestralen van de zon, lucht gaat stijgen door
de opwarming. Omdat de aarde geen plafond heeft, zet de lucht zich naar het noorden en naar het
zuiden uit. Uitzetten = zonder opwarming Daardoor koelt de lucht af en daalt weer
Omdat de lucht opstijgt is er een ‘’tekort’’ aan het aardoppervlak. Vanuit de zijkanten wordt de lucht
aangevuld
Intertropische convergentie zone (ITCZ): Stabiel lagedrukgebied rond de evenaar waar het warm is
en door opstijgende lucht veel buien voorkomen. (Zone van equatoriale lage luchtdruk)
Atmosferische circulatie: Algemeen systeem van luchtstromen op aarde en de
lage/hogedrukgebieden (grote windsystemen)
, De wet van Buys Ballot/Corioliseffect: effect dat luchtstromen een afwijking krijgen door de draaiing
van de aarde. bestaat uit:
1. Winden op NH buigen af naar rechts (vanuit H gezien)
2. Winden op ZH buigen af naar links (vanuit H gezien)
3. Winden waaien van H naar L
Van H naar L Wind vanuit je rug bekijken
Van L naar HWind vanuit voren bekijken (tegengestelde richting)
Passaten: Winden die van hogedrukgebieden naar de evenaar waait.
NHNoordoosten [] ZH Zuidoosten
Moessons: Wind die van hogedrukgebieden naar de evenaar waait, en dan van richting veranderd
NH Zuidwesten [] ZHNoordwesten
Par 2.2
We hebben twee soorten zeestromen:
1. Warme zeestroom, Zeestroom afkomstig uit een warmer gebied
2. Koude zeestroom, Zeestroom afkomstig uit een kouder gebied
Ze vormen het oceanische circulatie: Algemeen systeem van zee- en oceaanstromen op aarde