Dieuwertje Bijl 3VG
1. In Italië was er erg veel chaos er waren stakingen en er was werkloosheid dat was
ook zo in Duitsland. Beide partijen kwamen aan de macht door intimidatie en
dreigen. Mussolini, de leider van het fascisme door te dreigen met geweld de macht
te grijpen en Hitler, de leider van het nationalisme door intimidatie nadat hij niet
genoeg stemmen had gekregen.
2. indoctrinatie: het systematisch opdringen van ideeën. De kerstversiering is een
vorm van propaganda de nazi’s maakte hier veel gebruik van. Op de kerstballen
staat het nazi logo en op het luciferdoosje staat hun nationalistische boodschap.
3. A
4. C
5. A
6a. Dolkstootlegende: het verhaal dat Duitsland de Eerste Wereldoorlog had verloren
door verraad van democraten. Deze legende is verzonnen door militaire. De
slachtoffers van deze legende waren natuurlijk de democraten.
6b. Heel veel mensen geloofde in de Dolkstootlegende waardoor het vertrouwen in
de democratie steeds minder werd.
7a. De appeasement politiek was een politiek om toe te geven aan de eisen van
Hitler om de vrede te bewaren.
7b. De boodschap van de tekenaar is dat de appeasement politiek niet werkt. Met 1
lolly voor veel draken kun je nooit iedereen tevreden houden. Zo was het ook met
Hitler, Engeland en Duitsland ze dachten dat ze Hitler tevreden hadden gesteld maar
hij ging gewoon door op oorlogspad.
8a. Met het tekstje uit Mein Kampf bedoeld Hitler dat Duitsland meer gebieden nodig
heeft om te kunnen leven.
8b. Het begrip Lebensraum hoort hierbij.
8c. Om de Germanen lebensraum te geven zou hij russen polen en andere
Slavische volkeren verdrijven.
9a. de slag om Stalingrad vond plaats in 1942. Hierin vocht Duitsland tegen het Rode
leger
9b. het belang van de slag om Stalingrad was om Duitsland een totale nederlaag toe
te brengen. De slag om Stalingrad was het begin van het einde.