Kennisclip 1 - Introductie van kwalitatief onderzoek
Kwantitatief onderzoek: kritisch analytisch
Kwalitatief onderzoek: empirisch interpretatief of emancipatoir
Kwantitatieve vragen: meer statistische vragen
Kwalitatieve vragen: meer ervaringen en meningen
Kwalitatief onderzoek: interpretatief, naturalistisch, constructivistisch, narratief, etnografisch
en intensief onderzoek, veldonderzoek, fenomenologische analyse, gefundeerde
theoriebenadering of grounded theory, participerende observatie.
Verschillende types analyse:
Inhoudsanalyse: thematisch
Discoursanalyse: opvattingen hangen vaak samen met de positie in samenleving, je
beïnvloedt je op een bepaalde manier over te denken.
Kenmerken van kwalitatief onderzoek:
Nadruk betekenissen
Systematische verzameling, organisatie en interpretatie van tekstueel materiaal
Ontwikkeling van concepten die helpen met sociale verschijnselen te begrijpen in hun
context.
Kwalitatief onderzoek:
Probleemstelling→doelstelling→vraagstelling
Onderzoeksvragen:
Uitkomst voorspellen, verklaring en consequentie vinden voor bepaald fenomeen, evaluatie,
beschrijven, ontwikkeling van good practice of adviseren, emanciperen, vergelijken.
Formulering vraagstelling heeft gevolgen voor:
Literatuurstudie, keuze voor design, dataverzameling, data-analyse, opschrijven van rapport,
voorkomen en afwijken van onderzoeksdesign en informeren lezer.
Typen kwalitatief onderzoek:
1. Theoriegedreven: op zoek naar bewijs, wetmatigheden, patronen en factoren. Vaak
vergeleken met en beschreven als (neo)positivistisch.
2. Interpretatief: proberen een organisatie te analyseren, in beeld te brengen hoe mensen
denken en reageren op een verandering.
3. Kritisch: in sommige organisaties en vraagstukken speelt macht een grote rol. Onderzoek
kan een verandering op gang brengen, ongelijke kansen (laten) wegnemen en de
machtsbalans verstoren.
, Kennisclip 2 - Benaderinen van sociaal wetenschappelijk onderzoek
Verschil ontologie en epistemologie:
Ontologie gaat over de realiteit van dingen en de mate waarin je de (sociale) werkelijkheid
kunt beschrijven.
Epistemologie gaat over de aard van kennis en wanneer is iets ‘waar’?
Deductief: afleiden van modellen wat je denkt in de werkelijkheid te gaan zien
Inductief: uit de gegevens die je verzameld, theoretische concepten op te stellen
Thomas Kuhn: Revolutie waarin paradigma’s hebben bestreden en zijn overwonnen.
Tegenwoordig verschillende paradigma’s die naast elkaar bstaan
Betekenis paradigma volgens Usher: Paradigma’s zijn raamwerken die functioneen als gids
voor wetenschappelijke gemeenschappen, bepalen belangrijke problemen voor zijn leden
voor het richten en definiëren van acceptabele theorieën of uitleggen, methodes en
technieken om gedefinieerde problemen op te lossen.
Vier paradigma’s:
Positivisme, interpatieve wetenschap, kritische theorie en post structuralisme
Positivisme:
Sterkst te herkennen in natuurwetenschappelijk onderzoek
Verlichting
Positief houdt in voor bewijzen
Experiment - causaal - vergelijkend
Kennis naarboven halen die bewezen kan worden
Neopositivisch - kwalitatief onderzoek dat sterk beïnvloed is door die manier van denken.
Interpretatief:
Tegenover positivisme gezet
Geheel van ervaring van respondenten staat centraal (constructivisme en fenomenologie)
Echt van binnenuit (grounded theory)
Voor interpretatieve benadering is afbakening van groep belangrijk om meer te verdiepen.
Kwantitatief onderzoek: kritisch analytisch
Kwalitatief onderzoek: empirisch interpretatief of emancipatoir
Kwantitatieve vragen: meer statistische vragen
Kwalitatieve vragen: meer ervaringen en meningen
Kwalitatief onderzoek: interpretatief, naturalistisch, constructivistisch, narratief, etnografisch
en intensief onderzoek, veldonderzoek, fenomenologische analyse, gefundeerde
theoriebenadering of grounded theory, participerende observatie.
Verschillende types analyse:
Inhoudsanalyse: thematisch
Discoursanalyse: opvattingen hangen vaak samen met de positie in samenleving, je
beïnvloedt je op een bepaalde manier over te denken.
Kenmerken van kwalitatief onderzoek:
Nadruk betekenissen
Systematische verzameling, organisatie en interpretatie van tekstueel materiaal
Ontwikkeling van concepten die helpen met sociale verschijnselen te begrijpen in hun
context.
Kwalitatief onderzoek:
Probleemstelling→doelstelling→vraagstelling
Onderzoeksvragen:
Uitkomst voorspellen, verklaring en consequentie vinden voor bepaald fenomeen, evaluatie,
beschrijven, ontwikkeling van good practice of adviseren, emanciperen, vergelijken.
Formulering vraagstelling heeft gevolgen voor:
Literatuurstudie, keuze voor design, dataverzameling, data-analyse, opschrijven van rapport,
voorkomen en afwijken van onderzoeksdesign en informeren lezer.
Typen kwalitatief onderzoek:
1. Theoriegedreven: op zoek naar bewijs, wetmatigheden, patronen en factoren. Vaak
vergeleken met en beschreven als (neo)positivistisch.
2. Interpretatief: proberen een organisatie te analyseren, in beeld te brengen hoe mensen
denken en reageren op een verandering.
3. Kritisch: in sommige organisaties en vraagstukken speelt macht een grote rol. Onderzoek
kan een verandering op gang brengen, ongelijke kansen (laten) wegnemen en de
machtsbalans verstoren.
, Kennisclip 2 - Benaderinen van sociaal wetenschappelijk onderzoek
Verschil ontologie en epistemologie:
Ontologie gaat over de realiteit van dingen en de mate waarin je de (sociale) werkelijkheid
kunt beschrijven.
Epistemologie gaat over de aard van kennis en wanneer is iets ‘waar’?
Deductief: afleiden van modellen wat je denkt in de werkelijkheid te gaan zien
Inductief: uit de gegevens die je verzameld, theoretische concepten op te stellen
Thomas Kuhn: Revolutie waarin paradigma’s hebben bestreden en zijn overwonnen.
Tegenwoordig verschillende paradigma’s die naast elkaar bstaan
Betekenis paradigma volgens Usher: Paradigma’s zijn raamwerken die functioneen als gids
voor wetenschappelijke gemeenschappen, bepalen belangrijke problemen voor zijn leden
voor het richten en definiëren van acceptabele theorieën of uitleggen, methodes en
technieken om gedefinieerde problemen op te lossen.
Vier paradigma’s:
Positivisme, interpatieve wetenschap, kritische theorie en post structuralisme
Positivisme:
Sterkst te herkennen in natuurwetenschappelijk onderzoek
Verlichting
Positief houdt in voor bewijzen
Experiment - causaal - vergelijkend
Kennis naarboven halen die bewezen kan worden
Neopositivisch - kwalitatief onderzoek dat sterk beïnvloed is door die manier van denken.
Interpretatief:
Tegenover positivisme gezet
Geheel van ervaring van respondenten staat centraal (constructivisme en fenomenologie)
Echt van binnenuit (grounded theory)
Voor interpretatieve benadering is afbakening van groep belangrijk om meer te verdiepen.