Hoofdstuk 4 - De Consument
Consumentensurplus
Het consumentensurplus is het verschil tussen de betalingsbereidheid en de prijs die je moet betalen.
- Betalingsbereidheid is het maximale bedrag een consument over heeft voor een product.
- Surplus is een aanwijzing voor welvaart, groter het surplus hoe meer welvaart.
Waar hangt de vraag van af?
- De prijs van het product zelf
- De prijs van andere producten
- Substitutie goederen (vlees/vis)
- Complementaire goederen (printers/inkt)
- Budget van de consument
- Voorkeuren van de consument (reclame)
- Aantal vragers (c.q. de consumenten)
De vraagvergelijking
Qv = A × P+B
In de vergelijking stelt Qv de gevraagde hoeveelheid voor en P de prijs. Omdat negatieve prijzen en
hoeveelheden niet voorkomen, zijn P en Qv, groter dan 0.
A<0 B>0
- Verandering prijs: verschuiving langs curve
- Andere factoren: verschuiving van de curve
De prijselasticiteit
procentuele verandering van de vraag
Elasticiteit (Ev) =
procentuele verandering van de prijs
nieuwe waarde −oude waarde
Procentuele verandering = ・100%
oude waarde
Relatief elastische vraag:
- als de % verandering vraag > % verandering prijs, dus als Ev < -1
- prijsdaling leidt tot stijging omzet
Relatief inelastische vraag:
- als de % verandering vraag < % verandering prijs, dus als -1 < Ev < 0
- prijsdaling leidt tot daling omzet
De inkomenselasticiteit
procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid
Inkomenselasticiteit (Ey) =
procentuele verandering van het inkomen
,Soorten goederen naar elasticiteit
- Noodzakelijke goederen (bv. brood),
- reageren nauwelijks op inkomen, 0<Ey<1
- Luxe goederen (bv. I-phones),
- reageren sterk op inkomen, Ey>1
- Inferieure goederen (bv. symbian phones),
- reageren negatief op inkomen, dus vraag daalt bij stijging inkomen, Ey<0
Hoofdstuk 5 - De Producent
Soorten kosten
- Constante kosten (CK): hangen samen met prod. capaciteit, variëren niet met productie
- Variabele kosten (VK): hangen van de geproduceerde hoeveelheid
- Proportioneel: per stuk gelijk
- Progressief: nemen toe bij stijgende productie
- Degressief: nemen af bij stijgen productie
Kostenvergelijking
Totale Kosten (TK) = TVK + TCK
Totale Kosten (TK) = a ・q + TCK
a = variabele kosten per stuk
q = afzet
Opbrengsten
Totale opbrengst (omzet) = prijs・afzet
TO = Q・P
Winstvergelijking
Totale Winst (TW) = Totale Omzet (TO) - Totale Kosten (TK)
TO = p x q
TK = a x q + TCK
TW = p x q – a x q – TCK
TW = TO - TVK - TCK
Kostendekking (Break-even)
- als TO = TK
- als TW = 0
Producentensurplus
- Verkoopbereidheid: het bedrag dat een aanbieder minimaal wil ontvangen
- Producentensurplus: verschil marktprijs en verkoopbereidheid
, → Dus: als marktprijs stijgt, neemt het producentensurplus toe
Waar hangt het aanbod vanaf?
- De prijs van het product zelf
- Prijs van ingekochte goederen en diensten
- Gebruikte technieken
- Aantal aanbieders
De aanbodvergelijking
Qa = a・p + b
p≥0
Qa ≥ 0
a>0
Verandering prijs? → verschuiving langs de curve
Andere factoren? → verschuiving van de curve
Verschuiving van de aanbodcurve naar rechts
Bij een verschuiving van de aanbodcurve naar rechts betekent dat bij elke prijs het aanbod is
toegenomen.
- Als de prijs van de ingekochte goederen en diensten daalt
- Als gebruikte technieken verbeteren
- Als het aantal aanbieders toeneemt
Consumentensurplus
Het consumentensurplus is het verschil tussen de betalingsbereidheid en de prijs die je moet betalen.
- Betalingsbereidheid is het maximale bedrag een consument over heeft voor een product.
- Surplus is een aanwijzing voor welvaart, groter het surplus hoe meer welvaart.
Waar hangt de vraag van af?
- De prijs van het product zelf
- De prijs van andere producten
- Substitutie goederen (vlees/vis)
- Complementaire goederen (printers/inkt)
- Budget van de consument
- Voorkeuren van de consument (reclame)
- Aantal vragers (c.q. de consumenten)
De vraagvergelijking
Qv = A × P+B
In de vergelijking stelt Qv de gevraagde hoeveelheid voor en P de prijs. Omdat negatieve prijzen en
hoeveelheden niet voorkomen, zijn P en Qv, groter dan 0.
A<0 B>0
- Verandering prijs: verschuiving langs curve
- Andere factoren: verschuiving van de curve
De prijselasticiteit
procentuele verandering van de vraag
Elasticiteit (Ev) =
procentuele verandering van de prijs
nieuwe waarde −oude waarde
Procentuele verandering = ・100%
oude waarde
Relatief elastische vraag:
- als de % verandering vraag > % verandering prijs, dus als Ev < -1
- prijsdaling leidt tot stijging omzet
Relatief inelastische vraag:
- als de % verandering vraag < % verandering prijs, dus als -1 < Ev < 0
- prijsdaling leidt tot daling omzet
De inkomenselasticiteit
procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid
Inkomenselasticiteit (Ey) =
procentuele verandering van het inkomen
,Soorten goederen naar elasticiteit
- Noodzakelijke goederen (bv. brood),
- reageren nauwelijks op inkomen, 0<Ey<1
- Luxe goederen (bv. I-phones),
- reageren sterk op inkomen, Ey>1
- Inferieure goederen (bv. symbian phones),
- reageren negatief op inkomen, dus vraag daalt bij stijging inkomen, Ey<0
Hoofdstuk 5 - De Producent
Soorten kosten
- Constante kosten (CK): hangen samen met prod. capaciteit, variëren niet met productie
- Variabele kosten (VK): hangen van de geproduceerde hoeveelheid
- Proportioneel: per stuk gelijk
- Progressief: nemen toe bij stijgende productie
- Degressief: nemen af bij stijgen productie
Kostenvergelijking
Totale Kosten (TK) = TVK + TCK
Totale Kosten (TK) = a ・q + TCK
a = variabele kosten per stuk
q = afzet
Opbrengsten
Totale opbrengst (omzet) = prijs・afzet
TO = Q・P
Winstvergelijking
Totale Winst (TW) = Totale Omzet (TO) - Totale Kosten (TK)
TO = p x q
TK = a x q + TCK
TW = p x q – a x q – TCK
TW = TO - TVK - TCK
Kostendekking (Break-even)
- als TO = TK
- als TW = 0
Producentensurplus
- Verkoopbereidheid: het bedrag dat een aanbieder minimaal wil ontvangen
- Producentensurplus: verschil marktprijs en verkoopbereidheid
, → Dus: als marktprijs stijgt, neemt het producentensurplus toe
Waar hangt het aanbod vanaf?
- De prijs van het product zelf
- Prijs van ingekochte goederen en diensten
- Gebruikte technieken
- Aantal aanbieders
De aanbodvergelijking
Qa = a・p + b
p≥0
Qa ≥ 0
a>0
Verandering prijs? → verschuiving langs de curve
Andere factoren? → verschuiving van de curve
Verschuiving van de aanbodcurve naar rechts
Bij een verschuiving van de aanbodcurve naar rechts betekent dat bij elke prijs het aanbod is
toegenomen.
- Als de prijs van de ingekochte goederen en diensten daalt
- Als gebruikte technieken verbeteren
- Als het aantal aanbieders toeneemt