Samenvatting Rechtsstaat
Paragraaf 2
Grondwetten zijn heel belangrijk. Zeker als de grondwet vooraf wordt gegaan door een
preambule. Daarin staat beschreven welke idealen de samenleving koestert, welke
historische fouten ze niet wil herhalen, welke identiteit ze nastreeft en op welke wijze de
staat moet worden ingericht om de idealen te realiseren.
Grondwetten vormen de stichtingsakte voor rechtsstaten. De grondwet:
- Begrenst de macht van de staat en garandeert daarmee de vrijheden van burgers
- Legt fundamentele rechten van burgers vast.
- Geeft aan hoe de machtsorganen van de staat zijn georganiseerd.
- Drukt de eenheid van de natie uit.
Onder invloed van de Franse Revolutie en later de Franse bezetting kreeg Nederland in 1798
de Staatsregeling van de Bataafse Republiek, die je kunt zien als voorloper van de
grondwet. Daarin werd bepaald dat iedere burger gelijk is en onschendbare rechten heeft.
Nederland werd later een constitutionele monarchie, een koninkrijk met een grondwet.
In de grondwet van 1848 werd de macht van de koning getemd. De staat had 1 taak volgens
Thorbecke: de vrijheid van burgers te dienen. De 19e –eeuwse staat wordt de
nachtwakerstaat genoemd, een staat die zich voornamelijk inzet voor bewaking van de
veiligheid van de burgers en de noodzakelijke voorwaarden van de burgers en de
noodzakelijke waarden realiseert voor economische groei.
Klassieke grondrechten
- Grondrechten die de overheid moet garanderen
- Grondrechten waarbij de overheid een passieve rol heeft
- Grondrechten die afdwingbaar zijn bij de rechter
Hierbij ligt de nadruk op vrijheid en gelijkheid. Drie soorten klassieke grondrechten:
1. Het recht op gelijke behandeling. Verbod op discriminatie
2. Persoonlijke vrijheid. O.a recht op privacy, verbod op marteling, vrijheid van
godsdienst, recht op eigendom etc.
3. Politieke vrijheid. O.a. algemene kiesrecht, vrijheid van meningsuiting, vereniging,
betoging, drukpers.
Sociale grondrechten
- Grondrechten die de overheid probeert te faciliteren
- Grondrechten waarbij de overheid een actieve rol heeft
- Grondrechten die niet afdwingbaar zijn bij de rechter
Denk aan het recht op:
- Werkgelegenheid en vrije keuze van arbeid, bestaanszekerheid en welvaart,
leefbaarheid en milieu, volksgezondheid en woongelegenheid, onderwijs.
, Door sociale grondrechten werd de klassieke rechtsstaat een sociale rechtsstaat, ofwel
verzorgingsstaat.
Wat zijn de grenzen van onze vrijheid?
De principiele erkenning van elkaars vrijheid en gelijkheid is een belangrijke voorwaarde
voor de rechtsstaat.
- Wederkerige erkenning: wat je voor jezelf opeist, moet je ook accepteren bij andere
- Uitoefening van je grondrechten mag andermand grondrechten niet aantasten.
Achter grondwetartikelen staat daarom soms: ‘’behoudens ieders
verantwoordelijkheid voor de wet’’.
Soms is er een beperking van een grondrecht nodig, maar daarover mogen alleen regering
en parlement beslissen. Grondrechten hebben dus geen absolute gelding.
Grondrechtelijke belangen van burgers botsen soms tegen elkaar
Verticale werking (tussen burger en overheid)
Horizontale werking (tussen burgers onderling)
De grondrechten hebben geen absolute gelding, dit betekent dat het niet zo is dat
het altijd geldt.
Mogelijke oplossingen bij botsende grondrechten?
- Rangorde aanbrengen in grondrechten lastig door gebrek aan objectieve criteria
- Botsingen van grondrechten beoordelen in Europees verband
- Jurisprudentie
Paragraaf 4
De staatsmacht wordt gescheiden in 3 afzonderlijke machten. De trias politica, het vierde
fundamentele kenmerk van de rechtsstaat. Simpelweg komt het hier op neer:
1. De wetgevende macht stelt de wetten op
2. De uitvoerende macht voert de wetten uit
3. De rechtsprekende macht oordeelt in conflicten over de juiste toepassing van de wet
De scheiding van de drie machten voorkomt concentratie van de macht van de staat.
Wanneer alle macht in 1 hand komt, ontstaat het risico van machtsmisbruik. Toch is alleen
de scheiding niet genoeg. Montesquieu introduceerde een 2e mechanisme: een systeem van
check and balances. De machten controleren elkaar en werken evenwichtig samen. Door de
onderlinge controle en samenwerking vullen ze elkaar aan zoals de organen van een lichaam
elkaar aanvullen. Staatsmachten worden daarom ook staatsorganen genoemd.
Doel van trias politica: politieke vrijheid en bescherming van de burger tegen de overheid.
Wetgevende macht : maakt wetten
- Regering of parlement maakt wetsvoorstel.
- Parlement beslist of een wetsvoorstel wordt aangenomen door te stemmen
- Parlement controleert of de uitvoerende macht zijn werk goed doet
Uitvoerende macht: voert wetten uit
- Regering zorgt dat aangenomen wetten worden uitgevoerd
Paragraaf 2
Grondwetten zijn heel belangrijk. Zeker als de grondwet vooraf wordt gegaan door een
preambule. Daarin staat beschreven welke idealen de samenleving koestert, welke
historische fouten ze niet wil herhalen, welke identiteit ze nastreeft en op welke wijze de
staat moet worden ingericht om de idealen te realiseren.
Grondwetten vormen de stichtingsakte voor rechtsstaten. De grondwet:
- Begrenst de macht van de staat en garandeert daarmee de vrijheden van burgers
- Legt fundamentele rechten van burgers vast.
- Geeft aan hoe de machtsorganen van de staat zijn georganiseerd.
- Drukt de eenheid van de natie uit.
Onder invloed van de Franse Revolutie en later de Franse bezetting kreeg Nederland in 1798
de Staatsregeling van de Bataafse Republiek, die je kunt zien als voorloper van de
grondwet. Daarin werd bepaald dat iedere burger gelijk is en onschendbare rechten heeft.
Nederland werd later een constitutionele monarchie, een koninkrijk met een grondwet.
In de grondwet van 1848 werd de macht van de koning getemd. De staat had 1 taak volgens
Thorbecke: de vrijheid van burgers te dienen. De 19e –eeuwse staat wordt de
nachtwakerstaat genoemd, een staat die zich voornamelijk inzet voor bewaking van de
veiligheid van de burgers en de noodzakelijke voorwaarden van de burgers en de
noodzakelijke waarden realiseert voor economische groei.
Klassieke grondrechten
- Grondrechten die de overheid moet garanderen
- Grondrechten waarbij de overheid een passieve rol heeft
- Grondrechten die afdwingbaar zijn bij de rechter
Hierbij ligt de nadruk op vrijheid en gelijkheid. Drie soorten klassieke grondrechten:
1. Het recht op gelijke behandeling. Verbod op discriminatie
2. Persoonlijke vrijheid. O.a recht op privacy, verbod op marteling, vrijheid van
godsdienst, recht op eigendom etc.
3. Politieke vrijheid. O.a. algemene kiesrecht, vrijheid van meningsuiting, vereniging,
betoging, drukpers.
Sociale grondrechten
- Grondrechten die de overheid probeert te faciliteren
- Grondrechten waarbij de overheid een actieve rol heeft
- Grondrechten die niet afdwingbaar zijn bij de rechter
Denk aan het recht op:
- Werkgelegenheid en vrije keuze van arbeid, bestaanszekerheid en welvaart,
leefbaarheid en milieu, volksgezondheid en woongelegenheid, onderwijs.
, Door sociale grondrechten werd de klassieke rechtsstaat een sociale rechtsstaat, ofwel
verzorgingsstaat.
Wat zijn de grenzen van onze vrijheid?
De principiele erkenning van elkaars vrijheid en gelijkheid is een belangrijke voorwaarde
voor de rechtsstaat.
- Wederkerige erkenning: wat je voor jezelf opeist, moet je ook accepteren bij andere
- Uitoefening van je grondrechten mag andermand grondrechten niet aantasten.
Achter grondwetartikelen staat daarom soms: ‘’behoudens ieders
verantwoordelijkheid voor de wet’’.
Soms is er een beperking van een grondrecht nodig, maar daarover mogen alleen regering
en parlement beslissen. Grondrechten hebben dus geen absolute gelding.
Grondrechtelijke belangen van burgers botsen soms tegen elkaar
Verticale werking (tussen burger en overheid)
Horizontale werking (tussen burgers onderling)
De grondrechten hebben geen absolute gelding, dit betekent dat het niet zo is dat
het altijd geldt.
Mogelijke oplossingen bij botsende grondrechten?
- Rangorde aanbrengen in grondrechten lastig door gebrek aan objectieve criteria
- Botsingen van grondrechten beoordelen in Europees verband
- Jurisprudentie
Paragraaf 4
De staatsmacht wordt gescheiden in 3 afzonderlijke machten. De trias politica, het vierde
fundamentele kenmerk van de rechtsstaat. Simpelweg komt het hier op neer:
1. De wetgevende macht stelt de wetten op
2. De uitvoerende macht voert de wetten uit
3. De rechtsprekende macht oordeelt in conflicten over de juiste toepassing van de wet
De scheiding van de drie machten voorkomt concentratie van de macht van de staat.
Wanneer alle macht in 1 hand komt, ontstaat het risico van machtsmisbruik. Toch is alleen
de scheiding niet genoeg. Montesquieu introduceerde een 2e mechanisme: een systeem van
check and balances. De machten controleren elkaar en werken evenwichtig samen. Door de
onderlinge controle en samenwerking vullen ze elkaar aan zoals de organen van een lichaam
elkaar aanvullen. Staatsmachten worden daarom ook staatsorganen genoemd.
Doel van trias politica: politieke vrijheid en bescherming van de burger tegen de overheid.
Wetgevende macht : maakt wetten
- Regering of parlement maakt wetsvoorstel.
- Parlement beslist of een wetsvoorstel wordt aangenomen door te stemmen
- Parlement controleert of de uitvoerende macht zijn werk goed doet
Uitvoerende macht: voert wetten uit
- Regering zorgt dat aangenomen wetten worden uitgevoerd