Inleiding Verbintenissenrecht
Week 1
Materiele privaatrecht: geeft regels over rechten en plichten.
Formele privaatrecht: regelt de wijze waarop burgers jegens elkaar rechten kunnen handhaven met
werking van de rechterlijke instanties.
Personenrecht = regelt het personen en familierecht.
Vermogensrecht = alle regels met betrekking tot de subjectieve rechten en plichten die
onderdeel van een vermogen kunnen vormen. Vermogen kan je overdragen aan een ander.
- Goederenrecht: de rechten met betrekking tot goederen.
- Verbintenissenrecht: de rechten met betrekking tot personen.
Een verbintenis is een rechtsverhouding tussen twee partijen, de schuldeiser is gerechtigd tot een
prestatie die de schuldenaar verplicht is ten opzichte van hem te verrichten.
Kenmerken die hieruit volgen:
- Bij een verbintenis heeft een persoon recht op een door een ander persoon te verrichten
prestatie, terwijl die ander verplicht is tot het verrichten tot die presentatie. De schuldeiser
heeft vorderingsrecht en de schuldenaar heeft een schuld.
- Een verbintenis is vermogensrechtelijk van aard.
Drie elementen van verbintenis:
- Kern; aan de actieve kant staat het vorderingsrecht van de schuldeiser en aan de passieve
kant staat de schuld van de schuldenaar.
- Veroordelingsmogelijkheid: de wet staat de schuldeiser toe om zijn schuldenaar voor de
rechter te dragen om de schuldenaar te dwingen tot het verrichten van een prestatie (art.
296 lid 1 BW). De schuldeiser heeft ook de mogelijkheid om de schuldenaar voor de rechter
te dragen voor zijn geleden schade. De schuldeiser kan een rechtsvordering instellen. De
schuldenaar is aansprakelijk.
- Executiemogelijkheid: de schuldeiser kan door middel van de rechtsvordering het vonnis van
de rechter ten uitvoer leggen (executeren). De schuldeiser komt dus executierecht toe. De
schuldeiser kan bijv. beslag leggen op het vermogen van de schuldenaar. De schuldenaar is
uitwinbaar.
Art. 6:1 BW: verbintenissen kunnen alleen ontstaan indien dit uit de wet voortvloeit.
Art. 6:213 lid 1 BW: een overeenkomst in de zin van deze titel is een meerzijdige rechtshandeling, een
of meer partijen zijn een verbintenis aangegaan.
Art. 6:162 lid 1 BW: onrechtmatige daad. Je bent verplicht de schade van de ander te vergoeden.
Art. 6:2/ 6:248 BW.
- Rechtsregel: een regel uit het objectieve recht (6:217 BW), bepaalt dat een overeenkomst tot
stand komt door een aanbod en de aanvaarding daarvan.
- Rechtsfeit: een rechtsfeit is een feit waaraan het objectieve recht een rechtsgevolg koppelt.
- Rechtsgevolg: het gevolg dat door het recht aan bepaalde feiten of handelingen wordt
verbonden.
, Rechtmatige daad: onverschuldigde betaling (6:203 BW), zaakwaarneming,
Een rechtshandeling is gericht op het tot stand brengen van een rechtsgevolg. Dit moet wel gaan om
een rechtsgevolg dat het objectieve recht toestaat.
Art. 3:33 BW: een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een
verklaring heeft geopenbaard.
Meerzijdige rechtshandeling: vereist de samenwerking van twee of meerdere personen. Bijvoorbeeld
een overeenkomst. Art. 6:213 BW.
Eenzijdige rechtshandeling: wordt door een persoon in stand gebracht, bijvoorbeeld een testament.
Onrechtmatige daad: hierbij is er sprake van iemand die onrechtmatig heeft gehandeld jegens een
slachtoffer, waardoor het slachtoffer schade heeft welke hij wil verhalen op de dader. Een
onrechtmatige daad is geen rechtshandeling, want er is geen sprake van wil. De verbintenis tot
betaling van schadevergoeding ontstaat van rechtswege, dus zonder dat de handelende persoon zijn
wil daarop hoeft te hebben gericht of geuit.
Rechtmatige daad: rechtsfeiten die bestaan uit gedragingen van mensen die rechtsgevolgen met zich
meebrengen, zonder dat de wil van de handelende persoon daarvoor is vereist.
Bloot rechtsfeit: rechtsfeit dat niet bestaat uit een gedraging van een of meer personen, maar waar
het objectieve recht wel een rechtsgevolg aan koppelt. Bijvoorbeeld; art. 1:234 BW, een minderjarige
is alleen handelingsbekwaam als hij handelt met toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger.
Als de persoon 18 wordt maakt dit hem van rechtswege handelingsbekwaam. Het bereiken van de
leeftijd 18 is geen gedraging van de persoon, maar er zitten wel rechtsgevolgen aan verbonden.
Art. 6:3 BW lid 1 en 2.
Lid 1 beschrijft een natuurlijke verbintenis als een rechtens niet afdwingbare verbintenis. De
natuurlijke verbintenis is een verbintenis waarvan de nakoming niet rechtens afdwingbaar is. Je hebt
wel een vorderingsrecht, maar je kunt deze niet afdwingen.
*** markeren in wettenbundel.
Week 2
Art. 3:33 tot en met 3:38 BW en art. 6:217 tot en met 6:225 BW
Een rechtshandeling is er wanneer er een rechtsgevolg intreedt, doordat het rechtsgevolg door de
handelende persoon was beoogd.
Voor een rechtshandeling zijn twee vereisten: wil en verklaring.
Art. 7:2 lid 1 BW, koop van een huis schriftelijk.
Art. 6:213 lid 1 BW: een overeenkomst in de zin van deze titel is een meerzijdige rechtshandeling,
waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan.
Wilsovereenstemming van verschillende partijen, de wil van beide partijen is gericht op het
tot stand brengen van een bepaald rechtsgevolg.
Week 1
Materiele privaatrecht: geeft regels over rechten en plichten.
Formele privaatrecht: regelt de wijze waarop burgers jegens elkaar rechten kunnen handhaven met
werking van de rechterlijke instanties.
Personenrecht = regelt het personen en familierecht.
Vermogensrecht = alle regels met betrekking tot de subjectieve rechten en plichten die
onderdeel van een vermogen kunnen vormen. Vermogen kan je overdragen aan een ander.
- Goederenrecht: de rechten met betrekking tot goederen.
- Verbintenissenrecht: de rechten met betrekking tot personen.
Een verbintenis is een rechtsverhouding tussen twee partijen, de schuldeiser is gerechtigd tot een
prestatie die de schuldenaar verplicht is ten opzichte van hem te verrichten.
Kenmerken die hieruit volgen:
- Bij een verbintenis heeft een persoon recht op een door een ander persoon te verrichten
prestatie, terwijl die ander verplicht is tot het verrichten tot die presentatie. De schuldeiser
heeft vorderingsrecht en de schuldenaar heeft een schuld.
- Een verbintenis is vermogensrechtelijk van aard.
Drie elementen van verbintenis:
- Kern; aan de actieve kant staat het vorderingsrecht van de schuldeiser en aan de passieve
kant staat de schuld van de schuldenaar.
- Veroordelingsmogelijkheid: de wet staat de schuldeiser toe om zijn schuldenaar voor de
rechter te dragen om de schuldenaar te dwingen tot het verrichten van een prestatie (art.
296 lid 1 BW). De schuldeiser heeft ook de mogelijkheid om de schuldenaar voor de rechter
te dragen voor zijn geleden schade. De schuldeiser kan een rechtsvordering instellen. De
schuldenaar is aansprakelijk.
- Executiemogelijkheid: de schuldeiser kan door middel van de rechtsvordering het vonnis van
de rechter ten uitvoer leggen (executeren). De schuldeiser komt dus executierecht toe. De
schuldeiser kan bijv. beslag leggen op het vermogen van de schuldenaar. De schuldenaar is
uitwinbaar.
Art. 6:1 BW: verbintenissen kunnen alleen ontstaan indien dit uit de wet voortvloeit.
Art. 6:213 lid 1 BW: een overeenkomst in de zin van deze titel is een meerzijdige rechtshandeling, een
of meer partijen zijn een verbintenis aangegaan.
Art. 6:162 lid 1 BW: onrechtmatige daad. Je bent verplicht de schade van de ander te vergoeden.
Art. 6:2/ 6:248 BW.
- Rechtsregel: een regel uit het objectieve recht (6:217 BW), bepaalt dat een overeenkomst tot
stand komt door een aanbod en de aanvaarding daarvan.
- Rechtsfeit: een rechtsfeit is een feit waaraan het objectieve recht een rechtsgevolg koppelt.
- Rechtsgevolg: het gevolg dat door het recht aan bepaalde feiten of handelingen wordt
verbonden.
, Rechtmatige daad: onverschuldigde betaling (6:203 BW), zaakwaarneming,
Een rechtshandeling is gericht op het tot stand brengen van een rechtsgevolg. Dit moet wel gaan om
een rechtsgevolg dat het objectieve recht toestaat.
Art. 3:33 BW: een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een
verklaring heeft geopenbaard.
Meerzijdige rechtshandeling: vereist de samenwerking van twee of meerdere personen. Bijvoorbeeld
een overeenkomst. Art. 6:213 BW.
Eenzijdige rechtshandeling: wordt door een persoon in stand gebracht, bijvoorbeeld een testament.
Onrechtmatige daad: hierbij is er sprake van iemand die onrechtmatig heeft gehandeld jegens een
slachtoffer, waardoor het slachtoffer schade heeft welke hij wil verhalen op de dader. Een
onrechtmatige daad is geen rechtshandeling, want er is geen sprake van wil. De verbintenis tot
betaling van schadevergoeding ontstaat van rechtswege, dus zonder dat de handelende persoon zijn
wil daarop hoeft te hebben gericht of geuit.
Rechtmatige daad: rechtsfeiten die bestaan uit gedragingen van mensen die rechtsgevolgen met zich
meebrengen, zonder dat de wil van de handelende persoon daarvoor is vereist.
Bloot rechtsfeit: rechtsfeit dat niet bestaat uit een gedraging van een of meer personen, maar waar
het objectieve recht wel een rechtsgevolg aan koppelt. Bijvoorbeeld; art. 1:234 BW, een minderjarige
is alleen handelingsbekwaam als hij handelt met toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger.
Als de persoon 18 wordt maakt dit hem van rechtswege handelingsbekwaam. Het bereiken van de
leeftijd 18 is geen gedraging van de persoon, maar er zitten wel rechtsgevolgen aan verbonden.
Art. 6:3 BW lid 1 en 2.
Lid 1 beschrijft een natuurlijke verbintenis als een rechtens niet afdwingbare verbintenis. De
natuurlijke verbintenis is een verbintenis waarvan de nakoming niet rechtens afdwingbaar is. Je hebt
wel een vorderingsrecht, maar je kunt deze niet afdwingen.
*** markeren in wettenbundel.
Week 2
Art. 3:33 tot en met 3:38 BW en art. 6:217 tot en met 6:225 BW
Een rechtshandeling is er wanneer er een rechtsgevolg intreedt, doordat het rechtsgevolg door de
handelende persoon was beoogd.
Voor een rechtshandeling zijn twee vereisten: wil en verklaring.
Art. 7:2 lid 1 BW, koop van een huis schriftelijk.
Art. 6:213 lid 1 BW: een overeenkomst in de zin van deze titel is een meerzijdige rechtshandeling,
waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan.
Wilsovereenstemming van verschillende partijen, de wil van beide partijen is gericht op het
tot stand brengen van een bepaald rechtsgevolg.