40 meerkeuze vragen met 4 antwoord mogelijkheden
1 essay vraag
Leerdoelen:
1. de maatschappij te observeren met een sociologische blik
2. sociologische vraagstukken te herkennen
3. de belangrijkste denkers uit de sociologie te kennen
4. de belangrijkste sociologische termen te kennen
Tilburg University
Sociologie voor sociologiestudenten
Bachelor: psychologie leerjaar 2
, 1. Durkheim beschrijft het verschil tussen persoonlijke en
sociale problemen. Stel dat in een stad van 50.000 inwoners
40.000 werkloos zijn. Welke conclusie sluit het meest aan bij
het sociologisch perspectief?
A) Werkloosheid is een individueel probleem, een individu is zelf
verantwoordelijk om op zoek te gaan naar een nieuwe baan in de
maatschappij.
B) Werkloosheid is een sociaal probleem als het grootste deel van de
samenleving werkeloos is
C) Werkloosheid is een natuurlijk gevolg van economische
verschillen en kan niet worden beïnvloed.
D) Werkloosheid kan een sociaal probleem worden als het verband
houdt met bredere maatschappelijke patronen.
2. Een socioloog wil onderzoeken hoe sociale media invloed
hebben op de machtsverdeling in een samenleving. Welke
benadering en niveau combinatie is het meest geschikt
volgens de sociologische theorieën?
A) Symbolisch interactionisme, microniveau, om individuele
interacties en betekenisgeving te analyseren.
B) Positivistische sociologie, microniveau, voor het meten van
persoonlijke voorkeuren.
C) Structureel-functionalisme, microniveau, voor het interpreteren
van sociale functies van likes.
D) Conflictsociologie, macroniveau, om mediaconsolidatie en
ongelijkheid in toegang te begrijpen.
3. Het rationelekeuzeperspectief veronderstelt dat mensen
kosten-batenanalyses maken. Waarom kan dit paradigma
problematisch zijn bij het verklaren van sociaal gedrag?
A) Het negeert volledig sociale structuren en culturele invloeden.
B) Het kan gedrag alleen achteraf verklaren en levert vaak
tautologische conclusies.
C) Het werkt alleen met kwalitatieve observaties en inductie.
D) Het houdt geen rekening met individuele keuzes en motivatie.
4. In het kader van de conflictsociologie analyseert een
socioloog de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in een
kapitalistische samenleving. Welke conclusie past het beste
bij deze analyse?
A) Genderongelijkheid beperkt de persoonlijke ontwikkeling en
handhaaft de privileges van mannen.
B) Genderongelijkheid stimuleert de persoonlijke ontwikkeling omdat
mensen harder werken wanneer er spraken is van ongelijkheid.
C) Alle verschillen tussen mannen en vrouwen zijn cultureel neutraal
en onvermijdelijk.
D) Technologische vooruitgang elimineert automatisch
genderongelijkheid.
5. Een socioloog onderzoekt hoe sociale media bijdragen aan
sociale cohesie en macht. Welke combinatie van paradigma
en niveau is het meest geschikt?
A) Symbolisch interactionisme op microniveau, om te analyseren