Juridische en Ethische Aspecten van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
Datum Literatuur: Business Ethics: Managing
Corporate Citizenship and Sustainability in the Age
of Globalization
Week 1 hoofdstukken 1–3
Week 2 hoofdstukken 4–5
Week 3 Geen literatuur
Week 4 hoofdstukken 8-9
Week 5 hoofdstukken 6-7
Week 6 Geen literatuur
Week 7 Geen literatuur
Week 1 - Hoorcollege
Normatieve theorieën: theorieën die de moreel juiste manier van handelen voorschrijven; hoe we ons
zouden moeten gedragen.
Deze theorieën stellen dus normen. Stellen waarom een bepaalde handeling onethisch is:
omdat deze de norm schendt.
Consequentialistische ethiek: je kijkt naar de gevolgen om te kijken of iets ethisch is of niet
Utilitarisme
• Een handeling is moreel juist als deze het totale geluk van alle betrokkenen maximaliseert (greatest
happiness principle.)
• Drie componenten (drie G’s):
• De moraliteit van een handeling hangt af van de gevolgen: beoordelen hoe de handeling ons en
anderen beïnvloedt.
• Gevolgen zijn belangrijk voor zover ze geluk of ongeluk met zich meebrengen: bereken het geluk/
ongeluk voor iedereen (moreel ‘cost-bene t analysis’).
• Gelijkheid (onpartijdigheid): geluk/ongeluk van alle betrokkenen wordt in gelijke mate in overweging
genomen.
Greatest Happiness Principle
Beoordeling van utilitarisme:
1. Zijn gevolgen het enige dat telt?
• Een handeling die de rechten van mensen schendt of hen oneerlijk behandelt, kan als moreel juist
worden beschouwd.
2. Moeten we voor iedereen even bezorgd zijn?
• We hebben vrienden en geliefden. We behandelen hen speciaal. Dit is onverenigbaar met gelijkheid/
onpartijdigheid.
3. Meetproblemen - Is het mogelijk om aan alles een numerieke waarde toe te kennen?
fi
, Een ver jning van de theorie die enkele van de problemen oplost, is het onderscheid tussen
handelingsutilitarisme en regelutilitarisme.
• HandelingU: kijkt naar afzonderlijke handelingen en baseert het morele oordeel op de hoeveelheid geluk/
ongeluk die een handeling veroorzaakt.
• RegelU: Kijkt naar klassen van handelingen en vraagt of de onderliggende principes van die handeling op
de lange termijn meer geluk dan ongeluk voor de samenleving opleveren.
Plichtethiek - Immanuel Kant (1724-1804)
Abstracte, onveranderlijke verplichtingen, gede nieerd door een set rationeel afgeleide morele regels, die
moeten worden toegepast op alle relevante ethische problemen.
1. Motieven zijn het enige dat telt.
2. De juiste motieven zijn diegene die het goede zoeken omwille van zichzelf (goodness for goodness’
sake) (niet omwille van de gevolgen).
3. Morele voorschriften zijn universeel (niet subjectief): iedereen zou ermee instemmen als ze er rationeel
over nadenken.
Al onze plichten kunnen worden afgeleid uit één ultiem principe: de categorische imperatief.
De Categorische Imperatief is een hulpmiddel om universele wetten te krijgen:
1. Het is categorisch, omdat het universeel van toepassing is, zonder verwijzing naar een doel of
verlangen (in tegenstelling tot een hypothetische imperatief).
2. Het is dwingend omdat het ons oplegt met de kracht van een wet die we moeten volgen.
Twee formuleringen van de categorische imperatief
1. Universele aanvaardbaarheid (‘universal acceptability’).
2. Respect voor autonomie
Universele aanvaardbaarheid
Al onze plichten kunnen worden afgeleid uit de categorische imperatief.
• We moeten altijd zo handelen dat we kunnen willen dat de handeling een universele wet is.
• Maxime: het subjectieve principe of de regel die mensen formuleren om te bepalen of de handeling een
universele wet kan worden.
• Wanneer hebben we het recht om te zeggen dat de regel een universele wet kan worden?
“Handel alleen volgens die maxime waarbij je tegelijkertijd kunt willen dat het een universele wet wordt,
zonder tegenspraak.”
Stap 1: Formuleer een maxime
• De nieer de regel/principe waardoor je handeling wordt geleid. Vb: "Wanneer het mij beter uitkomt om
niet de waarheid te spreken, zal ik liegen"
Stap 2: Universaliseer de maxime
• Stel je een wereld voor waarin iedereen deze regel volgt: "Wanneer het mij beter uitkomt om niet de
waarheid te spreken, zal ik liegen."
Stap 3: Controleer op consistentie
• Tegenstrijdigheid in het denken: Zou deze wereld kunnen bestaan?
• Tegenstrijdigheid in wil: Zou je rationeel gezien in deze wereld willen leven?
Stap 4: Beslissen
• Als de maxime niet voldoet aan een van beide tests, is de handeling moreel ontoelaatbaar.
Respect voor autonomie
Handel zo dat je menselijkheid, of het nu in je eigen persoon is of in die van een ander, altijd als doel
behandelt en nooit alleen als middel.
• Een betekenis van autonomie heeft te maken met handelen, of het bereiken van doelen.
• Een andere betekenis houdt zich bezig met het vormen van iemands overtuigingen en verlangens, of met
het stellen van doelen.
• Respect voor iemands autonomie houdt in dat autonomie in beide betekenissen wordt gerespecteerd.
• Kant noemt dit het respecteren van een persoon als doel.
fi fi fi
,Argumenten tegen de ethiek van Kant
• Altijd handelen naar onze plichten kan slechte gevolgen hebben.
• Houdt geen rekening met resultaten.
• Vb: Liegen om een leven te redden.
• Is het echt een adequate test voor moraal?
• Kant maakte geen onderscheid tussen de uitspraak dat we onszelf niet kunnen uitzonderen van een regel
en de uitspraak dat de regel geen uitzonderingen kan speci ceren.
• Het zou bijvoorbeeld toegestaan moeten zijn om te zeggen dat liegen om een leven te redden oké is.
Deugdethiek
Eerdere theorieën hebben zich gericht op de moraliteit van handelingen: gevolgen of motivatie/principe.
• Een andere manier is te kijken naar het karakter van de besluitvormer.
• Zijn er bepaalde karaktertrekken die we als moreel goed of slecht kunnen beschouwen?
• Aristoteles: "Wat is het goede van de mens?”
• "Een activiteit van de ziel in overeenstemming met de deugd
Aristoteles
Stelt dat het cultiveren van deugdzame karaktereigenschappen de sleutel is tot een moreel goed en
bevredigend leven.
Voor Aristoteles is het uiteindelijke doel van het menselijk leven eudaimonia, of ”het goede leven”.
Niet bereikt door vluchtige genoegens, maar door te leven in overeenstemming met de rede en je potentieel
als mens te vervullen.
Deugden zijn disposities of gewoonten die individuen in staat stellen om te handelen op een manier die
eudaimonia bevorder
De mens heeft een functie: om te leven op een manier die je talenten en capaciteiten tot hun recht laat
komen.
Voor Aristoteles betekent geluk:
• Goed leven - Het is niet één minuut geluk, maar aanhoudend geluk gedurende je hele leven
• Goed doen - Het gaat niet alleen om een gevoel van geluk, maar om wat je doet
Geluk gaat niet over het maximaliseren van geluk. Volgens Aristoteles beleeft de deugdzame persoon geluk
aan de juiste dingen en ongeluk aan de verkeerde dingen.
• Bv: Als iemand gelukkig wordt van dieren te mishandelen, dan is dat geen geluk, maar een ondeugd die
overwonnen moet worden.
Deugden zijn aangeleerd; je kunt leren deugdzaam te handelen.
• Vereist praktische wijsheid (phronesis), het vermogen om goed te overleggen en gezonde morele oordelen
te maken in speci eke contexten.
• Morele ontwikkeling:
• Deugden zijn niet aangeboren; ze worden
ontwikkeld door oefening en gewenning.
- Je wordt deugdzaam door herhaaldelijk
deugdzame handelingen te verrichten,
totdat ze deel gaan uitmaken van je
karakter.
• Mensen zijn van nature sociale wezens en het
cultiveren van deugd vindt plaats binnen de
context van een gemeenschap. Een goede
samenleving ondersteunt de ontwikkeling van
deugdzame mensen.
fi fi
, Deugden houden soms het midden tussen uitersten.
› Het gemiddelde door te verwijzen naar twee ondeugden: een van overdaad
en de andere van tekort.
• ‘Deugd ligt in het midden’
• Moed: het midden tussen lafheid en roekeloosheid.
• Vrijgevigheid: het midden tussen gierigheid en extravagantie
Voorbeeld
Moed
• Verworven
• Oefenen in het verminderen van onredelijke angsten
• Dispositie
• Je handelt niet één keer moedig
• In het midden
• Tussen lafheid en roekeloosheid
• Is goed om te hebben
• Je bereikt je doelen en helpt anderen hun doelen te bereiken
Datum Literatuur: Business Ethics: Managing
Corporate Citizenship and Sustainability in the Age
of Globalization
Week 1 hoofdstukken 1–3
Week 2 hoofdstukken 4–5
Week 3 Geen literatuur
Week 4 hoofdstukken 8-9
Week 5 hoofdstukken 6-7
Week 6 Geen literatuur
Week 7 Geen literatuur
Week 1 - Hoorcollege
Normatieve theorieën: theorieën die de moreel juiste manier van handelen voorschrijven; hoe we ons
zouden moeten gedragen.
Deze theorieën stellen dus normen. Stellen waarom een bepaalde handeling onethisch is:
omdat deze de norm schendt.
Consequentialistische ethiek: je kijkt naar de gevolgen om te kijken of iets ethisch is of niet
Utilitarisme
• Een handeling is moreel juist als deze het totale geluk van alle betrokkenen maximaliseert (greatest
happiness principle.)
• Drie componenten (drie G’s):
• De moraliteit van een handeling hangt af van de gevolgen: beoordelen hoe de handeling ons en
anderen beïnvloedt.
• Gevolgen zijn belangrijk voor zover ze geluk of ongeluk met zich meebrengen: bereken het geluk/
ongeluk voor iedereen (moreel ‘cost-bene t analysis’).
• Gelijkheid (onpartijdigheid): geluk/ongeluk van alle betrokkenen wordt in gelijke mate in overweging
genomen.
Greatest Happiness Principle
Beoordeling van utilitarisme:
1. Zijn gevolgen het enige dat telt?
• Een handeling die de rechten van mensen schendt of hen oneerlijk behandelt, kan als moreel juist
worden beschouwd.
2. Moeten we voor iedereen even bezorgd zijn?
• We hebben vrienden en geliefden. We behandelen hen speciaal. Dit is onverenigbaar met gelijkheid/
onpartijdigheid.
3. Meetproblemen - Is het mogelijk om aan alles een numerieke waarde toe te kennen?
fi
, Een ver jning van de theorie die enkele van de problemen oplost, is het onderscheid tussen
handelingsutilitarisme en regelutilitarisme.
• HandelingU: kijkt naar afzonderlijke handelingen en baseert het morele oordeel op de hoeveelheid geluk/
ongeluk die een handeling veroorzaakt.
• RegelU: Kijkt naar klassen van handelingen en vraagt of de onderliggende principes van die handeling op
de lange termijn meer geluk dan ongeluk voor de samenleving opleveren.
Plichtethiek - Immanuel Kant (1724-1804)
Abstracte, onveranderlijke verplichtingen, gede nieerd door een set rationeel afgeleide morele regels, die
moeten worden toegepast op alle relevante ethische problemen.
1. Motieven zijn het enige dat telt.
2. De juiste motieven zijn diegene die het goede zoeken omwille van zichzelf (goodness for goodness’
sake) (niet omwille van de gevolgen).
3. Morele voorschriften zijn universeel (niet subjectief): iedereen zou ermee instemmen als ze er rationeel
over nadenken.
Al onze plichten kunnen worden afgeleid uit één ultiem principe: de categorische imperatief.
De Categorische Imperatief is een hulpmiddel om universele wetten te krijgen:
1. Het is categorisch, omdat het universeel van toepassing is, zonder verwijzing naar een doel of
verlangen (in tegenstelling tot een hypothetische imperatief).
2. Het is dwingend omdat het ons oplegt met de kracht van een wet die we moeten volgen.
Twee formuleringen van de categorische imperatief
1. Universele aanvaardbaarheid (‘universal acceptability’).
2. Respect voor autonomie
Universele aanvaardbaarheid
Al onze plichten kunnen worden afgeleid uit de categorische imperatief.
• We moeten altijd zo handelen dat we kunnen willen dat de handeling een universele wet is.
• Maxime: het subjectieve principe of de regel die mensen formuleren om te bepalen of de handeling een
universele wet kan worden.
• Wanneer hebben we het recht om te zeggen dat de regel een universele wet kan worden?
“Handel alleen volgens die maxime waarbij je tegelijkertijd kunt willen dat het een universele wet wordt,
zonder tegenspraak.”
Stap 1: Formuleer een maxime
• De nieer de regel/principe waardoor je handeling wordt geleid. Vb: "Wanneer het mij beter uitkomt om
niet de waarheid te spreken, zal ik liegen"
Stap 2: Universaliseer de maxime
• Stel je een wereld voor waarin iedereen deze regel volgt: "Wanneer het mij beter uitkomt om niet de
waarheid te spreken, zal ik liegen."
Stap 3: Controleer op consistentie
• Tegenstrijdigheid in het denken: Zou deze wereld kunnen bestaan?
• Tegenstrijdigheid in wil: Zou je rationeel gezien in deze wereld willen leven?
Stap 4: Beslissen
• Als de maxime niet voldoet aan een van beide tests, is de handeling moreel ontoelaatbaar.
Respect voor autonomie
Handel zo dat je menselijkheid, of het nu in je eigen persoon is of in die van een ander, altijd als doel
behandelt en nooit alleen als middel.
• Een betekenis van autonomie heeft te maken met handelen, of het bereiken van doelen.
• Een andere betekenis houdt zich bezig met het vormen van iemands overtuigingen en verlangens, of met
het stellen van doelen.
• Respect voor iemands autonomie houdt in dat autonomie in beide betekenissen wordt gerespecteerd.
• Kant noemt dit het respecteren van een persoon als doel.
fi fi fi
,Argumenten tegen de ethiek van Kant
• Altijd handelen naar onze plichten kan slechte gevolgen hebben.
• Houdt geen rekening met resultaten.
• Vb: Liegen om een leven te redden.
• Is het echt een adequate test voor moraal?
• Kant maakte geen onderscheid tussen de uitspraak dat we onszelf niet kunnen uitzonderen van een regel
en de uitspraak dat de regel geen uitzonderingen kan speci ceren.
• Het zou bijvoorbeeld toegestaan moeten zijn om te zeggen dat liegen om een leven te redden oké is.
Deugdethiek
Eerdere theorieën hebben zich gericht op de moraliteit van handelingen: gevolgen of motivatie/principe.
• Een andere manier is te kijken naar het karakter van de besluitvormer.
• Zijn er bepaalde karaktertrekken die we als moreel goed of slecht kunnen beschouwen?
• Aristoteles: "Wat is het goede van de mens?”
• "Een activiteit van de ziel in overeenstemming met de deugd
Aristoteles
Stelt dat het cultiveren van deugdzame karaktereigenschappen de sleutel is tot een moreel goed en
bevredigend leven.
Voor Aristoteles is het uiteindelijke doel van het menselijk leven eudaimonia, of ”het goede leven”.
Niet bereikt door vluchtige genoegens, maar door te leven in overeenstemming met de rede en je potentieel
als mens te vervullen.
Deugden zijn disposities of gewoonten die individuen in staat stellen om te handelen op een manier die
eudaimonia bevorder
De mens heeft een functie: om te leven op een manier die je talenten en capaciteiten tot hun recht laat
komen.
Voor Aristoteles betekent geluk:
• Goed leven - Het is niet één minuut geluk, maar aanhoudend geluk gedurende je hele leven
• Goed doen - Het gaat niet alleen om een gevoel van geluk, maar om wat je doet
Geluk gaat niet over het maximaliseren van geluk. Volgens Aristoteles beleeft de deugdzame persoon geluk
aan de juiste dingen en ongeluk aan de verkeerde dingen.
• Bv: Als iemand gelukkig wordt van dieren te mishandelen, dan is dat geen geluk, maar een ondeugd die
overwonnen moet worden.
Deugden zijn aangeleerd; je kunt leren deugdzaam te handelen.
• Vereist praktische wijsheid (phronesis), het vermogen om goed te overleggen en gezonde morele oordelen
te maken in speci eke contexten.
• Morele ontwikkeling:
• Deugden zijn niet aangeboren; ze worden
ontwikkeld door oefening en gewenning.
- Je wordt deugdzaam door herhaaldelijk
deugdzame handelingen te verrichten,
totdat ze deel gaan uitmaken van je
karakter.
• Mensen zijn van nature sociale wezens en het
cultiveren van deugd vindt plaats binnen de
context van een gemeenschap. Een goede
samenleving ondersteunt de ontwikkeling van
deugdzame mensen.
fi fi
, Deugden houden soms het midden tussen uitersten.
› Het gemiddelde door te verwijzen naar twee ondeugden: een van overdaad
en de andere van tekort.
• ‘Deugd ligt in het midden’
• Moed: het midden tussen lafheid en roekeloosheid.
• Vrijgevigheid: het midden tussen gierigheid en extravagantie
Voorbeeld
Moed
• Verworven
• Oefenen in het verminderen van onredelijke angsten
• Dispositie
• Je handelt niet één keer moedig
• In het midden
• Tussen lafheid en roekeloosheid
• Is goed om te hebben
• Je bereikt je doelen en helpt anderen hun doelen te bereiken