ERVAREN STEUN EN WELBEVINDEN EN WERKTEVREDENHEID IN DE
GEHANDICAPTENZORG
Pedagogische Wetenschappen – Masterscriptie (SOW-PWM220)
De Relatie tussen Ervaren Steun,
Welbevinden en Werktevredenheid
van Begeleiders van Cliënten met een
LVB en Ernstig Probleemgedrag
Datum
23 juni 2021
Student
Sarina Verhaegh
S1026388
Begeleiding
Robert Didden
Suzanne Lokman
1
,ERVAREN STEUN EN WELBEVINDEN EN WERKTEVREDENHEID IN DE
GEHANDICAPTENZORG
Samenvatting (NL)
Begeleiders in de verstandelijk gehandicaptenzorg die werken met cliënten met een LVB en
ernstig probleemgedrag hebben een verhoogd risico op stress en een burn-out, wat vervolgens
kan leiden tot een verminderd welbevinden en minder werktevredenheid bij deze begeleiders.
Dit kan vervolgens leiden tot verminderde kwaliteit van zorg voor cliënten. Organisatorisch
ervaren steun is een factor dat samenhangt met het welbevinden en de werktevredenheid van
begeleiders in de gehandicaptenzorg. Deze steun is onder te verdelen in verschillende
categorieën: ervaren steun vanuit de manager, vanuit de teamleider, vanuit de behandelaar en
vanuit directe collega’s. Om de relatie tussen ervaren steun en welbevinden en
werktevredenheid van begeleiders van cliënten met een LVB te meten is gebruik gemaakt van
een digitaal samengestelde vragenlijst. De lijst is ingevuld door 177 begeleiders vanuit
verschillende gehandicaptenzorgorganisaties. Deze vragenlijst bestaat uit de Peer Support
Questionnaire om steun vanuit directe collega’s te meten, de Leader Support Questionnaire
om steun vanuit de ondersteunende professionals (teamleider, manager, behandelaar) te
meten, de MHI-5 om het welbevinden te meten en de MOAQ-JSS om werktevredenheid te
meten. Uit de resultaten bleek dat er een statistisch significant lineair effect aanwezig is van
ervaren steun op welbevinden en werktevredenheid. Dit betekent dat ervaren steun bijdraagt
aan het welbevinden en de werktevredenheid van begeleiders, waarbij ervaren steun vanuit
directe collega’s het meest bijdraagt aan het welbevinden en de werktevredenheid van
begeleiders in de gehandicaptenzorg.
Trefwoorden: ervaren steun, organizational support theory, perceived organizational support,
perceived supervisor support, gehandicaptenzorg, ernstig probleemgedrag, licht verstandelijke
beperking, LVB.
Abstract (EN)
Mental health counselors who work with clients with a mild intellectual disability (MID) and
serious problem behavior have an increased risk of stress and burnout, which can
subsequently lead to a reduced well-being and less job satisfaction for these counselors. This
can subsequently lead to a reduced quality of care for the clients. Organizationally perceived
support is a factor that is related to the well-being and job satisfaction of counselors in
disabled care. The support can be divided into different categories: perceived support from the
manager, from the team leader, from the therapist and from direct colleagues. A digitally
2
, ERVAREN STEUN EN WELBEVINDEN EN WERKTEVREDENHEID IN DE
GEHANDICAPTENZORG
composed questionnaire was used to measure the relationship between experienced support
and well-being and job satisfaction of counselors of clients with MID. The list was completed
by 177 counselors from various disability care organizations. This questionnaire consists of
the Peer Support Questionnaire to measure support from direct colleagues, the Leader Support
Questionnaire to measure support from the supporting professionals (team leader, manager,
therapist), the MHI-5 to measure well-being and the MOAQ-JSS to measure job satisfaction.
The results showed that there is a statistically significant linear effect of perceived support on
well-being and job satisfaction. This means that perceived support contributes to the well-
being and job satisfaction of counselors, with perceived support from direct colleagues
contributing the most to the well-being and job satisfaction of counselors in care for the
disabled.
Keywords: perceived support, organizational support theory, perceived organizational
support, perceived supervisor support, disability care, problem behavior, mild intellectual
disability, MID.
3
GEHANDICAPTENZORG
Pedagogische Wetenschappen – Masterscriptie (SOW-PWM220)
De Relatie tussen Ervaren Steun,
Welbevinden en Werktevredenheid
van Begeleiders van Cliënten met een
LVB en Ernstig Probleemgedrag
Datum
23 juni 2021
Student
Sarina Verhaegh
S1026388
Begeleiding
Robert Didden
Suzanne Lokman
1
,ERVAREN STEUN EN WELBEVINDEN EN WERKTEVREDENHEID IN DE
GEHANDICAPTENZORG
Samenvatting (NL)
Begeleiders in de verstandelijk gehandicaptenzorg die werken met cliënten met een LVB en
ernstig probleemgedrag hebben een verhoogd risico op stress en een burn-out, wat vervolgens
kan leiden tot een verminderd welbevinden en minder werktevredenheid bij deze begeleiders.
Dit kan vervolgens leiden tot verminderde kwaliteit van zorg voor cliënten. Organisatorisch
ervaren steun is een factor dat samenhangt met het welbevinden en de werktevredenheid van
begeleiders in de gehandicaptenzorg. Deze steun is onder te verdelen in verschillende
categorieën: ervaren steun vanuit de manager, vanuit de teamleider, vanuit de behandelaar en
vanuit directe collega’s. Om de relatie tussen ervaren steun en welbevinden en
werktevredenheid van begeleiders van cliënten met een LVB te meten is gebruik gemaakt van
een digitaal samengestelde vragenlijst. De lijst is ingevuld door 177 begeleiders vanuit
verschillende gehandicaptenzorgorganisaties. Deze vragenlijst bestaat uit de Peer Support
Questionnaire om steun vanuit directe collega’s te meten, de Leader Support Questionnaire
om steun vanuit de ondersteunende professionals (teamleider, manager, behandelaar) te
meten, de MHI-5 om het welbevinden te meten en de MOAQ-JSS om werktevredenheid te
meten. Uit de resultaten bleek dat er een statistisch significant lineair effect aanwezig is van
ervaren steun op welbevinden en werktevredenheid. Dit betekent dat ervaren steun bijdraagt
aan het welbevinden en de werktevredenheid van begeleiders, waarbij ervaren steun vanuit
directe collega’s het meest bijdraagt aan het welbevinden en de werktevredenheid van
begeleiders in de gehandicaptenzorg.
Trefwoorden: ervaren steun, organizational support theory, perceived organizational support,
perceived supervisor support, gehandicaptenzorg, ernstig probleemgedrag, licht verstandelijke
beperking, LVB.
Abstract (EN)
Mental health counselors who work with clients with a mild intellectual disability (MID) and
serious problem behavior have an increased risk of stress and burnout, which can
subsequently lead to a reduced well-being and less job satisfaction for these counselors. This
can subsequently lead to a reduced quality of care for the clients. Organizationally perceived
support is a factor that is related to the well-being and job satisfaction of counselors in
disabled care. The support can be divided into different categories: perceived support from the
manager, from the team leader, from the therapist and from direct colleagues. A digitally
2
, ERVAREN STEUN EN WELBEVINDEN EN WERKTEVREDENHEID IN DE
GEHANDICAPTENZORG
composed questionnaire was used to measure the relationship between experienced support
and well-being and job satisfaction of counselors of clients with MID. The list was completed
by 177 counselors from various disability care organizations. This questionnaire consists of
the Peer Support Questionnaire to measure support from direct colleagues, the Leader Support
Questionnaire to measure support from the supporting professionals (team leader, manager,
therapist), the MHI-5 to measure well-being and the MOAQ-JSS to measure job satisfaction.
The results showed that there is a statistically significant linear effect of perceived support on
well-being and job satisfaction. This means that perceived support contributes to the well-
being and job satisfaction of counselors, with perceived support from direct colleagues
contributing the most to the well-being and job satisfaction of counselors in care for the
disabled.
Keywords: perceived support, organizational support theory, perceived organizational
support, perceived supervisor support, disability care, problem behavior, mild intellectual
disability, MID.
3