Twee krachten die loodrecht op elkaar staan kun je optellen met behulp van de stelling van
Pythagoras.
Je kan i.p.v. de somkracht ook de loodrechte componenten van een kracht berekenen. Dit
bereken je zo:
cos(hoek) = aanliggende zijde/schuine zijde
of
sin(hoek) = overstaande zijde/schuine zijde
schuine zijde = somkracht/totale kracht
Zie blz. 186 (onderdeel 12)
Hoofdstuk 6 paragraaf 4
Bij evenwicht op een helling geldt dat de netto kracht in alle richtingen nul is:
FW = FII (stilstand)
FN = F⊥ (stilstand/constante snelheid omhoog)
Fmotor = Fw + FII (constante snelheid omhoog)
FII en F⊥ kun je uitrekenen met behulp van de sinus en cosinus van hellingshoek α.
Zie blz. 189 (onderdeel 14)
Weerstandskracht tussen twee voorwerpen die over elkaar schuiven heet schuifweerstand of
schuifwrijving. Op een horizontale ondergrond is deze weerstand er niet. Bij een kleine
hellingshoek is er een kleine component van de zwaartekracht langs de helling. De
schuifweerstand is dan precies even groot.
Hoe steiler de helling, hoe groter de zwaartekracht langs de helling, hoe groter de
schuifweerstand. Op een gegeven moment is de helling te groot en schuif je omlaag.
De schuifweerstand blijft bij beweging maximaal totdat je stilstaat.