2025-2026
Register
xxx belangrijk zinsdeel
xxx kern / belangrijkste woorden
xxx wetsartikelen
xxx arrest
xxx uitzonderingen
xxx literatuur
1
,Inhoudsopgave
Casus en Vaardigheden, week 1: Overdracht...............................................3
Hoge Raad 1 mei 1987, NJ 1988/852 (Lease Plan Nederland/IBM
Nederland)..............................................................................................10
Hoge Raad 18 september 1987, NJ 1988/983 (Berg/De Bary)................11
Systeem, bijeenkomst 2.1: pand en hypotheek.........................................12
Casus en vaardigheden, week 2: Middellijke vertegenwoordiging.............23
Systeem, bijeenkomst 3.1: rangorde en bij voorbaat.................................31
Systeem, bijeenkomst 3.2: parate executie...............................................36
Systeem, bijeenkomst 4.2: persoonlijke zekerheden.................................48
Systeem, bijeenkomst 5.1 Eigendomsvoorbehoud en retentie..................58
HR 18 februari 1994, NJ 1994/462 (Kon. Nijverdal Ten Cate/Wilderink
q.q.)........................................................................................................67
HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1046, NJ 2016/290 (Revadap)............67
Hoge Raad 5 december 2003, NJ 2004/340 (Golfbaan)..........................72
Casus en vaardigheden, bijeenkomst 5: octrooien.....................................73
Systeem, bijeenkomst 6.1: eigendom van onroerend goed + natrekking..81
Hoge Raad 15 november 1991, NJ 1993/316; AA 1992, 284 m.nt J. Hijma
(Dépex/curatoren Bergel)........................................................................85
Hoge Raad 15 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK9136 (woonark).........86
Hoge Raad 24 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO3644 (havenkranen)
................................................................................................................86
Portacabin arrest.....................................................................................87
Systeem, bijeenkomst 7.1: schijnzekerheden............................................87
Hoge Raad 5 oktober 1990, NJ 1992/226 m.nt WMK, AA 1991, 260 m. nt.
Cahen (Breda/Antonius)..........................................................................93
HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2192, NJ 2016/263 (Glencore)
m.nt. H.J. Snijders...................................................................................93
Texeira de mattos-arrest.........................................................................93
2
,Casus en Vaardigheden, week 1: Overdracht
Pitlo/Reehuis, Goederenrecht, nr. 227 t/m 242, 351 t/m 358, 363 t/m 374,
383 t/m 389
Constitutum possessorium
227. Algemeen. Op grond van art. 3:115 aanhef en sub a is voor
bezitsoverdracht een tweezijdige verklaring zonder feitelijke handeling
voldoende, wanneer de vervreemder de zaak bezit en haar krachtens een
bij de levering gemaakt beding voor de verkrijger gaat houden
constitutum possessorium. Doordat de vervreemder conform deze
‘houderschapsverklaring’ voor de verkrijger gaat houden, draagt hij hem
het bezit van de zaak over. Het verkregen bezit is middellijk, omdat de
verkrijger het door middel van de vervreemder uitoefent (art. 3:107 lid 3).
de term ‘verklaring’ in dit verband niet al te letterlijk nemen. De
vervreemder hoeft niet met zoveel woorden uit te spreken dat hij voor de
verkrijger gaat houden; kan ook in de houding besloten liggen.
228. Minder sterke werking levering constituto possessorio.
- Een houder kan niet buiten de bezitter om door middel van een
constitutum possessorium leveren. Een poging daartoe strandt op
grond van art. 3:115 sub a jo art. 3:111.
Een (geslaagde) levering constituto possessorio werkt krachtens art. 3:90
lid 2 niet tegenover een derde met een ouder recht op de zaak, tenzij deze
met de vervreemding heeft ingestemd. de levering pas tegenover een
derde met een ouder recht op de zaak werkt, nadat de zaak in de handen
van de verkrijger is gekomen.
Kan een houder buiten de bezitter om geen levering door middel van een
constitutum possessorium tot stand brengen, met instemming van de
bezitter kan hij dat wel.
De zaak is na levering in handen van de vervreemder gebleven (art. 3:90
lid 2).
232. Ouder recht. De zinsnede ‘ouder recht op de zaak’ in art. 3:90 lid 2
ziet op een ouder eigendomsrecht of een ouder beperkt recht.
233. Gevolgen art. 3:90 lid 2.:
- de derde-verkrijger, totdat de zaak in zijn handen komt, geen
bescherming kan ontlenen aan art. 3:86 lid 1 indien de ouder
gerechtigde de zaak revindiceert.
- een derde-verkrijger van een zaak die in handen van de
vervreemder is gebleven, geen bescherming geniet door art. 3:86 lid
2 tegen een op de zaak drukkend beperkt recht.
- verkrijger van een zaak die in de handen van de vervreemder is
gebleven zich tegenover de ouder gerechtigde kan beroepen op de
regeling van de verkrijgende verjaring.
234. Wanneer een levering op grond van art. 3:90 lid 2 niet werkt, krijgt
alsnog werking tegenover een ouder gerechtigde, indien en zodra de zaak
3
, in de handen van de verkrijger komt. Een levering waarbij de zaak in
handen van de vervreemder is gebleven, werkt ook tegenover de ouder
gerechtigde, indien deze heeft ingestemd met de vervreemding.
Traditio brevi manu
236. Op grond van art. 3:115, aanhef en onder b, is voor de overdracht
van het bezit een tweezijdige verklaring zonder feitelijke handeling
voldoende, wanneer de verkrijger houder van de zaak voor de
vervreemder was traditio brevi manu. Doordat de vervreemder
ermee instemt dat de verkrijger de zaak niet langer voor hem, maar voor
zichzelf gaat houden, verschaft hij hem het (onmiddellijke) bezit van de
zaak. Van een door art. 3:111 verboden bezitsinterversie is geen sprake,
omdat de houder met instemming van de bezitter voor zichzelf gaat
houden.
237. Ook door een middellijk houder buiten de bezitter om mogelijk/geen
achterstelling. Een middellijk houder kan ook buiten de bezitter om aan
degene die de zaak voor hem houdt het bezit verschaffen door traditio
brevi manu.
Traditio longa manu
238. Algemeen. Op grond van art. 3:115 aanhef en onder c eerste zin, is
voor de overdracht van het bezit een tweezijdige verklaring zonder
feitelijke handeling voldoende, wanneer een derde de zaak voor de
vervreemder hield en haar na de overdracht voor de ontvanger houdt. Het
bezit gaat krachtens art. 3:115 onder c tweede zin, echter niet over
voordat de derde de overdracht heeft erkend, dan wel vervreemder of
verkrijger de overdracht aan hem heeft meegedeeld ‘traditio longa
manu’. Het gevolg hiervan is dat de derde-houder de zaak niet langer
houdt voor de vervreemder, maar haar houdt voor de verkrijger. Het
middellijk bezit is van de vervreemder op de verkrijger overgegaan.
239. Rechten van de derde-houder. Op grond van de omstandigheid dat
de zaak zich onder een derde bevindt, dient de verkrijger erop bedacht te
zijn dat deze derde een recht met betrekking tot die zaak heeft.
240. Ook in geval van middellijk houderschap – een houder houdt de zaak
via een derde voor de bezitter – kan de houder een vierde zonder
instemming van de bezitter op een met art. 3:115 sub c vergelijkbare wijze
door middel van een traditio longa manu het bezit verschaffen.
Andere wijzen van levering van een onder een derde bevindende
roerende zaak
242. Voor bezitsoverdracht constituto possessorio is het immers
onverschillig of de zaak zich onder de vervreemder bevindt, of dat
een derde-houder haar voor de vervreemder houdt. Bij levering
constituto possessorio van een zaak die zich onder een derde-houder
bevindt, maakt de vervreemder zich van middellijk bezitter – namelijk door
4