INLEIDING
‣ Heel veel deeldisciplines van sociologie
‣ Horizontale differentiatie
onderwijs recht politiek religie gezondheid economie
‣ Verticale differentiatie:
macro
meso
micro
1
,Hedendaagse sociologische theorieën 2024 - 2025
HOOFDSTUK 1 - ERVING GOFFMAN
MICROSOCIOLOGIE:
‣ Vele ‘microsociologen’ keerden zich tegen het werk van de ‘systeemtheorie’ van
Durkheim & Parsons
o Verzetten zich tegen abstracte sociologische categorieën zoals sociale klasse, sociale
functie of politieke bureaucratie
o Kozen liever voor de studie van concrete fenomenen
‣ Voorkeur voor een ‘bottom-up’ i.p.v. ‘top-down’ benadering
‣ Vertrekpunt: alledaagse werkelijkheid (niet: logica of structuur van het maatschappelijk
system) → centraal: individuele actor (niet: het overkoepelende geheel)
‣ ‘Microsociologie’ is een overkoepelend label → vele theorieën: de fenomenologie, de
ethnomethodologie, de dramaturgische benadering, …
o Ondanks gemeenschappelijke interesses, toch duidelijke verschillen tussen de
microsociologische theorieën
GOFFMAN (1922 – 1982):
‣ Richtte zich vooral op de microstudie van de openbare orde → zoekt patronen van orde om na
te gaan waar de tolerantie ligt van abnormaal gedrag
‣ Werkte met de theatermetafoor: de wereld is een schouwtoneel → de dramaturgische
methode
o Je bent wie je bent doordat je bepaalde rollen moet spelen
‣ Weigerde zich als theoreticus te presenteren: richtte zijn aandacht op de interactieorde
‘because it is there’
‣ Centrale theoretisch begrip: de interactieorde
o Gaat om de orde en structuur van face-to-face interactie
o Gaat om interactie tussen personen die gezamenlijk aanwezig zijn
▪ ‘co-presence’ = mensen met wie je samen leeft
▪ ‘response presence’ = mensen op wiens handelingen je reageert
→ aanwezigheid is sociaal geconstrueerd
‣ In face-to-face situaties communiceren wij altijd
o Via wat wij zeggen = expressions given
o Via hoe wij het zeggen of wat we doen = expressions given off (vb. twijfelen voor je
antwoordt, onprettig als iemand je lang aanstaart)
‣ Hoe vindt ‘comingling’ plaats? = samenspel, hoe de interactie ontstaat, hoe mensen op elkaar
inspelen bij communicatie
o Hoe spelen lichamelijke, expressieve, communicatieve en perceptieve capaciteiten
daarbij een rol?
‣ Autonomie van de interactieorde: onafhankelijkheid t.o.v. andere ordeningspatronen in de
maatschappij
‣ Geen specifieke methode bij Goffman: maakte vooral gebruik van participerende observatie
o Was een goed observator en een goede schrijver
‣ Kernelementen van de interactieorde:
o De (alledaagse) sociale situatie
o Het zelf: The Presentation of Self in Everyday Life → hoe je jezelf kan overbrengen,
hoe je afwijzing bij de ander probeert te vermijden, …
‣ Het zelf is een sociale constructie
o Wordt door de interactie gevormd
o Je bent wie je bent door de interacties die je doet / door de verwachtingen die je hebt
dat anderen van jou hebben
2
, Hedendaagse sociologische theorieën 2024 - 2025
Goffman in 9 stappen:
1) De sociale orde ontstaat doordat verschillende deelnemers communicatieve handelingen
uitwisselen
o Boodschap van de ene deelnemer wordt het vertrekpunt voor een boodschap van de
andere deelnemer
o Er ontstaat een ‘work flow’ of ‘conversational interaction’ → verschillende
bijdragen worden geïntegreerd
2) De communicatieve handelingen van een deelnemer worden ingeperkt door de legitieme
verwachtingen van de andere deelnemers
o Legitieme verwachtingen geven aan hoe een ander zich te gedragen heeft
o Gedrag is gesitueerd binnen bepaalde grenzen
3) Sancties kunnen onmiddellijk meegedeeld worden (vb. morele goedkeuring of afkeuring op
bepaald gedrag)
4) ‘Any concrete social order must occur within a wider social context. The flow of action
between the order and its social environment must come under regulation that is integrated
into the order as such’
o Belang van sociale context!
5) ‘When the rules are not adhered to, or when no rules seem applicable, participants cease to
know how to behave or what to expect from others. At the social level, the integration of the
participant’s actions breaks down and we have social disorganization or social disorder. At
the same time, the participants suffer personal disorganization and anomie’ (vb. desoriëntatie,
verwarring, in verlegenheid gebracht worden, …)
o Niet weten hoe je moet reageren in interactie leidt tot sociale disorganisatie en
gevoelens van anomie
6) ‘A person who breaks rules is an offender; his breaking them is an offense. He who breaks
rules continuously is a deviant’ (vb. indiscreties, faux pas, ‘niet op zijn plaats’, …)
o Handelingen hangen af van de context ! (vb. iemand vragen om zich uit te kleden bij de
dokter vs iemand vragen om zich uit te kleden op een examen)
7) ‘When a rule is broken, the offender ought to feel guilty or remorseful, and the offended
ought to feel righteously indignant’ (vb. schaamte vs. geschokt of geaffronteerd zijn)
o Wanneer je iets storend doet, moet je het nadien kunnen rechtzetten
8) ‘An offense to or infraction of the social order calls forth emergency correctives which re-
establish the threatened order, compensating for the damage done to it. These compensatory
actions will tend to reinstate not only the work flow but also the moral norms which regulated
it’ (vb. tolerantie, toegeeflijkheid, een ‘working acceptance’, …)
o Wanneer je iets storend doet, moet je het nadien kunnen compenseren
Aanvullende concepten:
‣ ‘sign situations’ = situatie waarin je signaleert hoe iets gedefinieerd moet worden, signaleren
hoe de situatie zal verlopen: vb. Ga je samen shoppen? Ga je een serieus gesprek aan? …)
→ diplomatie moet worden bedreven
‣ Unfocused gatherings = situaties waarin je niet verplicht bent om te antwoorden, je bent
grotendeels vrij in je interactie (vb. iemand tegenkomen op straat, een les volgen)
‣ Focused gatherings = situaties met een duidelijke structuur (vb. een rechtzaak, een examen)
‣ Performance; audience = je speelt toneel, communicatie is de constante reflectie van het feit
dat anderen je bekijken en je een ‘performance’ gaat spelen
o Als je denkt dat je niet bekeken wordt, reageer je anders dan wanneer je weet dat je
wel bekeken wordt
‣ Front = de plek waarin je handelt (vb. klaslokaal)
3