STRESS EN GEZONDHEID
Semester 2 - blok 3
COLLEGE 1
STRESS RESPONS
Hoofdstuk 1 en 2 uit boek
DEFINITIE VAN STRESS
Stress: een toestand/gevoel dat iemand ervaart wanneer de eisen de persoonlijke en
sociale middelen die het individu kan mobiliseren, overstijgen
Een samenloop van gebeurtenissen bestaande uit een stimulus (factor) die een
reactie in de hersenen teweegbrengt (perceptie) die fysiologische fight-or-flight
systemen in het lichaam activeert (reactie)
Voorheen: acute of chronische stress
Tegenwoordig: psychologische, sociale of langdurige stress
Stress zorgt voor ziekte zonder een aandoening te hebben
Homeostase: optimale lichaam level van “ > wordt verstoord door stress
Adaptieve stres: acuut, korte duur, snel herstel, voorbereiding lichaam voor gevaar
“goede” stress
Disruptieve stress: chronisch, lange duur, langzaam herstel, vroege aanvang, onnodige
voorbereiding lichaam (chronisch vanaf >6 maanden)
“Te weinig” stress is ook slecht voor je; geen gevaarherkenning, verveling/frustratie
stress levels moeten variëren voor optimaliteit
Consequenties van stress
Positief (korte termijn);
Toegenomen immuniteit
Versterkte mentale en fysieke prestatie
Negatief;
Korte termijn: Lange termijn:
Emotie; negatieve stemming Gezondheid/ziekte
Cognitie; verminderde o Auto-immuun ziektes
concentratie/geheugen o Cardiovasculaire ziektes
Gedrag; roken/alcohol o Kanker
Biologie; immuniteit/endocrien
LICHAMELIJKE REACTIE OP STRESS
Darwin: organismes capabel om aan te passen aan de omgeving zullen overleven
Bernard: milieu interieur
Cannon: fight-or-flight
,Het autonome zenuwstelsel
= automatisch/gaat vanzelf
Parasympatische deel: actief buiten stress
Aanvulling van energie
Ontspanning van lichaam
Bloeddruk/hartslag/zuurstof neemt af
Bij langdurige activatie kan stress respons sloom worden
Sympathische deel: activeert bij stress
Bloeddruk/hartslag/zuurstof neemt toe
Inhibitie van honger
Centrale zenuwstelsel
Eerste signaalput wat sympathisch zenuwstelsel activeert
Bestaat uit ruggenwervel, brein en zenuwen
Endocrien systeem
Bestaat uit schildklier, hypofyse, bijnier en alvleesklier
SAM: CZS; sympathisch adrenomedullair systeem, werkt met
neurotransmitters/hormonen
epinephrine, norepinephrine
HPA: hypothalamus, hypofyse en bijnier
glucocorticoïden (cortisol), steroïden (oestrogeen/testosteron)
SAM en HPA hebben invloed op elkaar
Glucagon wordt aangemaakt in de alvleesklier
Prolactine in hypofyse endorfine in brein
Vasopressine in hypofyse enkefaline in brein
Tijdens stress worden reproductieve en groei hormonen onderdrukt
STRESS RESPONSES
Selye: elke stress crisis laat een onuitwisbaar litteken achter en het organisme betaalt
voor de overleving door een beetje ouder te worden
General adaptation syndrome:
1) Alarm fase; initiële respons
Adrenaline boost, toegenomen energie, fight-or-flight
2) Resistentie fase; paraatheid
Irritatie, frustratie, slechte concentratie, toegenomen cortisol
Herstel, omgang met stress wanneer herstel niet lukt, ziet er uit als coping-
mechanisme
3) Uitputting fase; lichaam geeft op
Vermoeidheid, burn-out, angst/depressie
Prolonged activation model: een stressor beïnvloedt alleen de gezondheid wanneer
het fysiologische effect verlengd is
Michigan stress model: stress reactie wordt beïnvloed door persoonlijkheid, sociale
support, subjectieve perceptie
4 fases: objectieve stressor - perceptie stressor - stress reactie - gezondheid
, Stress respons is niet puur fysiologisch, veel psychologische factoren, verschilt per
persoon
Stress cyclus (Reznick): psycho-biologische respons op stress
4 fases
1) Rustplaats
2) Spanning
3) Respons
4) Opluchting
Gender verschillen
Mannen: Tend-and-befriend; meer lange-
termijn gericht, opbouwen van
Fight-or-flight
sociale banden
Meer agressief
Zorg verlenen, sociale verbondenheid
SNS, glucocorticoïden
zoeken
Oxytocine
Vrouwen:
Problemen met stressrespons
Onvermogen om stress respons aan/uit te zetten
GUTS theorie: stress respons “aan” is de standaard, en wordt onderdrukt wanneer er
een gevoel is van veiligheid, tegenovergestelde van standaardtheorie
Omgang met stress
Dichotome model: 2 mogelijkheden; bedreiging of challenge
bij bedreiging vooral emotionele respons
bij challenge vooral logische respons
Transactioneel model van stress: na perceptie van bedreiging, tweede inschatting
maken over mogelijkheid om met bedreiging om te gaan of niet
Vermogen om te gaan met bedreiging - positieve stress
Onvermogen om te gaan met bedreiging - negatieve stress
COLLEGE 2
STRESS METINGEN
PERSPECTIEVEN
Omgevingsperspectief: kijken naar ervaringen en omgevingen van mensen gedurende
hun leven en welke rol deze spelen in hun leven, en hoe ze gerelateerd zijn aan
stress
Adolf Meyer: deed de ontdekking dat mensen die veel stressvolle gebeurtenissen
meemaken meer kans hebben om ziek te worden, maakte life chart; focust op
negatieve gebeurtenissen in het leven
Holmes & Rahe: maakte een stress schaal waarop zowel positieve als negatieve
gebeurtenissen worden meegenomen, worden gerangschikt op ergste naar beste,
met ergste krijgt meeste punten, hoger aantal punten > meer kans op ziekte -
social readjustment rating scale (SRRS)
Semester 2 - blok 3
COLLEGE 1
STRESS RESPONS
Hoofdstuk 1 en 2 uit boek
DEFINITIE VAN STRESS
Stress: een toestand/gevoel dat iemand ervaart wanneer de eisen de persoonlijke en
sociale middelen die het individu kan mobiliseren, overstijgen
Een samenloop van gebeurtenissen bestaande uit een stimulus (factor) die een
reactie in de hersenen teweegbrengt (perceptie) die fysiologische fight-or-flight
systemen in het lichaam activeert (reactie)
Voorheen: acute of chronische stress
Tegenwoordig: psychologische, sociale of langdurige stress
Stress zorgt voor ziekte zonder een aandoening te hebben
Homeostase: optimale lichaam level van “ > wordt verstoord door stress
Adaptieve stres: acuut, korte duur, snel herstel, voorbereiding lichaam voor gevaar
“goede” stress
Disruptieve stress: chronisch, lange duur, langzaam herstel, vroege aanvang, onnodige
voorbereiding lichaam (chronisch vanaf >6 maanden)
“Te weinig” stress is ook slecht voor je; geen gevaarherkenning, verveling/frustratie
stress levels moeten variëren voor optimaliteit
Consequenties van stress
Positief (korte termijn);
Toegenomen immuniteit
Versterkte mentale en fysieke prestatie
Negatief;
Korte termijn: Lange termijn:
Emotie; negatieve stemming Gezondheid/ziekte
Cognitie; verminderde o Auto-immuun ziektes
concentratie/geheugen o Cardiovasculaire ziektes
Gedrag; roken/alcohol o Kanker
Biologie; immuniteit/endocrien
LICHAMELIJKE REACTIE OP STRESS
Darwin: organismes capabel om aan te passen aan de omgeving zullen overleven
Bernard: milieu interieur
Cannon: fight-or-flight
,Het autonome zenuwstelsel
= automatisch/gaat vanzelf
Parasympatische deel: actief buiten stress
Aanvulling van energie
Ontspanning van lichaam
Bloeddruk/hartslag/zuurstof neemt af
Bij langdurige activatie kan stress respons sloom worden
Sympathische deel: activeert bij stress
Bloeddruk/hartslag/zuurstof neemt toe
Inhibitie van honger
Centrale zenuwstelsel
Eerste signaalput wat sympathisch zenuwstelsel activeert
Bestaat uit ruggenwervel, brein en zenuwen
Endocrien systeem
Bestaat uit schildklier, hypofyse, bijnier en alvleesklier
SAM: CZS; sympathisch adrenomedullair systeem, werkt met
neurotransmitters/hormonen
epinephrine, norepinephrine
HPA: hypothalamus, hypofyse en bijnier
glucocorticoïden (cortisol), steroïden (oestrogeen/testosteron)
SAM en HPA hebben invloed op elkaar
Glucagon wordt aangemaakt in de alvleesklier
Prolactine in hypofyse endorfine in brein
Vasopressine in hypofyse enkefaline in brein
Tijdens stress worden reproductieve en groei hormonen onderdrukt
STRESS RESPONSES
Selye: elke stress crisis laat een onuitwisbaar litteken achter en het organisme betaalt
voor de overleving door een beetje ouder te worden
General adaptation syndrome:
1) Alarm fase; initiële respons
Adrenaline boost, toegenomen energie, fight-or-flight
2) Resistentie fase; paraatheid
Irritatie, frustratie, slechte concentratie, toegenomen cortisol
Herstel, omgang met stress wanneer herstel niet lukt, ziet er uit als coping-
mechanisme
3) Uitputting fase; lichaam geeft op
Vermoeidheid, burn-out, angst/depressie
Prolonged activation model: een stressor beïnvloedt alleen de gezondheid wanneer
het fysiologische effect verlengd is
Michigan stress model: stress reactie wordt beïnvloed door persoonlijkheid, sociale
support, subjectieve perceptie
4 fases: objectieve stressor - perceptie stressor - stress reactie - gezondheid
, Stress respons is niet puur fysiologisch, veel psychologische factoren, verschilt per
persoon
Stress cyclus (Reznick): psycho-biologische respons op stress
4 fases
1) Rustplaats
2) Spanning
3) Respons
4) Opluchting
Gender verschillen
Mannen: Tend-and-befriend; meer lange-
termijn gericht, opbouwen van
Fight-or-flight
sociale banden
Meer agressief
Zorg verlenen, sociale verbondenheid
SNS, glucocorticoïden
zoeken
Oxytocine
Vrouwen:
Problemen met stressrespons
Onvermogen om stress respons aan/uit te zetten
GUTS theorie: stress respons “aan” is de standaard, en wordt onderdrukt wanneer er
een gevoel is van veiligheid, tegenovergestelde van standaardtheorie
Omgang met stress
Dichotome model: 2 mogelijkheden; bedreiging of challenge
bij bedreiging vooral emotionele respons
bij challenge vooral logische respons
Transactioneel model van stress: na perceptie van bedreiging, tweede inschatting
maken over mogelijkheid om met bedreiging om te gaan of niet
Vermogen om te gaan met bedreiging - positieve stress
Onvermogen om te gaan met bedreiging - negatieve stress
COLLEGE 2
STRESS METINGEN
PERSPECTIEVEN
Omgevingsperspectief: kijken naar ervaringen en omgevingen van mensen gedurende
hun leven en welke rol deze spelen in hun leven, en hoe ze gerelateerd zijn aan
stress
Adolf Meyer: deed de ontdekking dat mensen die veel stressvolle gebeurtenissen
meemaken meer kans hebben om ziek te worden, maakte life chart; focust op
negatieve gebeurtenissen in het leven
Holmes & Rahe: maakte een stress schaal waarop zowel positieve als negatieve
gebeurtenissen worden meegenomen, worden gerangschikt op ergste naar beste,
met ergste krijgt meeste punten, hoger aantal punten > meer kans op ziekte -
social readjustment rating scale (SRRS)