Reflectie verslag instuuropdracht 1
Bij het maken van de eerste praktijkcasus van deze cursus Klinische Psychologie
3 merkte ik direct een groot enthousiasme voor het vak en voor het toepassen
van theoretische kennis op concrete casussen. Het werken met een realistische
casus gaf mij het gevoel dat de theorie daadwerkelijk tot leven komt en dat ik
mijn academische kennis kan vertalen naar klinisch redeneren en handelen. Dit
motiveerde mij sterk en zorgde ervoor dat ik actief en betrokken aan de opdracht
werkte.
Aan het begin van de casus ervoer ik echter ook een inhoudelijke uitdaging. Ik
vond het lastig om de casus direct te voorzien van een duidelijk DSM-label. Dit
kwam vooral doordat ik het begrijpelijk vond dat de cliënt zich somber voelde
gezien haar recente levensomstandigheden, waaronder het beëindigen van een
gewelddadig huwelijk en de ingrijpende veranderingen die daarmee gepaard
gingen. Vanuit mijn klinische intuïtie was ik daarom aanvankelijk geneigd haar
klachten te conceptualiseren als een begrijpelijke emotionele reactie op
stressvolle gebeurtenissen, in plaats van deze direct te classificeren als een
depressieve stoornis. Ik zag haar klachten eerder als een gevolg van langdurige
stress, traumatische ervaringen en haar perfectionistische persoonlijkheidsstijl.
Toen in de casus echter expliciet werd aangegeven dat er sprake was van een
depressieve stoornis, hielp dit mij om gerichter na te denken over passende
interventies. Dit maakte duidelijk hoe diagnostische classificatie niet alleen
beschrijvend is, maar ook richting geeft aan behandelkeuzes. Ik realiseerde me
dat het stellen van een diagnose niet betekent dat de context minder belangrijk
wordt, maar juist dat diagnostiek en context elkaar aanvullen binnen klinisch
redeneren.
Een onderdeel dat mij bijzonder aansprak was het inzetten van plezierige
activiteiten aan de hand van een activiteitenlijst. Deze opdracht gaf mij niet
alleen inzicht in laagdrempelige interventies voor cliënten, maar ook in mijn
eigen gedrag. Ik merkte dat ik zelf in de wintermaanden minder actief ben door
kou en donkerte, en dat dit mijn stemming beïnvloedt. Door deze opdracht werd
ik me bewust van hoe gedragsactivatie niet alleen een theoretisch concept is,
maar een praktisch toepasbare methode die zowel cliënten als therapeuten kan
helpen om stemming en gedrag positief te beïnvloeden.
Ook de mindfulnessoefeningen vond ik waardevol. De links naar verschillende
oefeningen gaven mij inzicht in nieuwe bronnen, terwijl ik zelf tot nu toe vooral
gebruikmaakte van apps en video’s. Het liet mij zien dat er een breed scala aan
interventiemogelijkheden bestaat en dat het als psycholoog belangrijk is om
flexibel te zijn in het aanbieden van technieken die aansluiten bij de voorkeuren
van een cliënt. Daarnaast realiseerde ik me dat mijn eigen ervaringen met
bepaalde technieken een waardevolle bron kunnen zijn in de behandeling van
anderen, mits ik deze professioneel en doelgericht inzet.
Het activiteitenformulier beschouw ik als een bijzonder nuttig instrument. Het
biedt zowel de cliënt als de behandelaar inzicht in dagelijkse activiteiten,
stemmingsschommelingen en patronen. Ik zie dit als een praktisch hulpmiddel
dat niet alleen diagnostisch waardevol is, maar ook therapeutisch, omdat het
cliënten helpt om verbanden te zien tussen gedrag en stemming. Dit sluit aan bij
Bij het maken van de eerste praktijkcasus van deze cursus Klinische Psychologie
3 merkte ik direct een groot enthousiasme voor het vak en voor het toepassen
van theoretische kennis op concrete casussen. Het werken met een realistische
casus gaf mij het gevoel dat de theorie daadwerkelijk tot leven komt en dat ik
mijn academische kennis kan vertalen naar klinisch redeneren en handelen. Dit
motiveerde mij sterk en zorgde ervoor dat ik actief en betrokken aan de opdracht
werkte.
Aan het begin van de casus ervoer ik echter ook een inhoudelijke uitdaging. Ik
vond het lastig om de casus direct te voorzien van een duidelijk DSM-label. Dit
kwam vooral doordat ik het begrijpelijk vond dat de cliënt zich somber voelde
gezien haar recente levensomstandigheden, waaronder het beëindigen van een
gewelddadig huwelijk en de ingrijpende veranderingen die daarmee gepaard
gingen. Vanuit mijn klinische intuïtie was ik daarom aanvankelijk geneigd haar
klachten te conceptualiseren als een begrijpelijke emotionele reactie op
stressvolle gebeurtenissen, in plaats van deze direct te classificeren als een
depressieve stoornis. Ik zag haar klachten eerder als een gevolg van langdurige
stress, traumatische ervaringen en haar perfectionistische persoonlijkheidsstijl.
Toen in de casus echter expliciet werd aangegeven dat er sprake was van een
depressieve stoornis, hielp dit mij om gerichter na te denken over passende
interventies. Dit maakte duidelijk hoe diagnostische classificatie niet alleen
beschrijvend is, maar ook richting geeft aan behandelkeuzes. Ik realiseerde me
dat het stellen van een diagnose niet betekent dat de context minder belangrijk
wordt, maar juist dat diagnostiek en context elkaar aanvullen binnen klinisch
redeneren.
Een onderdeel dat mij bijzonder aansprak was het inzetten van plezierige
activiteiten aan de hand van een activiteitenlijst. Deze opdracht gaf mij niet
alleen inzicht in laagdrempelige interventies voor cliënten, maar ook in mijn
eigen gedrag. Ik merkte dat ik zelf in de wintermaanden minder actief ben door
kou en donkerte, en dat dit mijn stemming beïnvloedt. Door deze opdracht werd
ik me bewust van hoe gedragsactivatie niet alleen een theoretisch concept is,
maar een praktisch toepasbare methode die zowel cliënten als therapeuten kan
helpen om stemming en gedrag positief te beïnvloeden.
Ook de mindfulnessoefeningen vond ik waardevol. De links naar verschillende
oefeningen gaven mij inzicht in nieuwe bronnen, terwijl ik zelf tot nu toe vooral
gebruikmaakte van apps en video’s. Het liet mij zien dat er een breed scala aan
interventiemogelijkheden bestaat en dat het als psycholoog belangrijk is om
flexibel te zijn in het aanbieden van technieken die aansluiten bij de voorkeuren
van een cliënt. Daarnaast realiseerde ik me dat mijn eigen ervaringen met
bepaalde technieken een waardevolle bron kunnen zijn in de behandeling van
anderen, mits ik deze professioneel en doelgericht inzet.
Het activiteitenformulier beschouw ik als een bijzonder nuttig instrument. Het
biedt zowel de cliënt als de behandelaar inzicht in dagelijkse activiteiten,
stemmingsschommelingen en patronen. Ik zie dit als een praktisch hulpmiddel
dat niet alleen diagnostisch waardevol is, maar ook therapeutisch, omdat het
cliënten helpt om verbanden te zien tussen gedrag en stemming. Dit sluit aan bij