, Oefentoets 45 vragen en antwoorden – alle antwoorden aan het einde
15 open vragen
Hoofdstuk 1 – Moraal, ethiek en professionele context
1. Leg het verschil uit tussen moraal en ethiek en analyseer hoe dit verschil zichtbaar wordt in
professioneel handelen binnen de psychologie.
2. In hoeverre is moreel handelen volgens jou afhankelijk van context? Onderbouw je antwoord
met argumenten en een voorbeeld.
3. Beschrijf een situatie waarin persoonlijke moraal en maatschappelijke moraal met elkaar
botsen. Hoe zou een professional hiermee om moeten gaan?
4. Analyseer de rol van normen en waarden in het sturen van gedrag. Waarom is het onderscheid
tussen beide essentieel in ethische besluitvorming?
5. Bespreek hoe culturele invloeden morele oordeelsvorming kunnen beïnvloeden. Welke
uitdagingen brengt dit met zich mee voor psychologen?
Hoofdstuk 2 – Normatieve theorieën en besluitvorming
6. Vergelijk plichtethiek en gevolgenethiek in termen van hun uitgangspunten en beperkingen.
In welke situaties is elke theorie het meest toepasbaar?
7. Leg uit hoe deugdethiek zich onderscheidt van andere normatieve theorieën en bespreek de
relevantie ervan voor professioneel handelen.
8. Analyseer een ethisch dilemma waarin zowel plichtethiek als gevolgenethiek tot verschillende
conclusies leiden. Welke afweging weegt zwaarder en waarom?
9. Beschrijf de meerwaarde van zorgethiek binnen de psychologie en leg uit waarom deze
benadering een aanvulling vormt op meer abstracte theorieën.
10. Doorloop het stappenplan voor ethische besluitvorming en pas dit toe op een zelfgekozen
praktijksituatie. Licht elke stap toe.
Hoofdstuk 3 – Toepassing, onderzoek en professionele ethiek
11. Analyseer de rol van vertrouwelijkheid binnen de psychologie en bespreek in welke situaties
dit principe doorbroken mag worden.
12. Leg uit wat informed consent inhoudt en waarom dit zowel in onderzoek als in de praktijk een
essentieel ethisch principe is.
13. Bespreek de belangrijkste ethische risico’s bij het gebruik van persoonsgegevens in onderzoek
en hoe deze beperkt kunnen worden.
14. Analyseer het belang van integriteit in wetenschappelijk onderzoek en beschrijf de mogelijke
gevolgen van schendingen zoals fraude of plagiaat.
15. Reflecteer op de spanning tussen transparantie en privacy binnen onderzoek en praktijk. Hoe
kan een professional hierin een verantwoorde balans vinden?