Hoofdstuk 1 inleiding bestuursrecht:
Het bestuursrecht bevat de regels die de overheid nodig heeft om te kunnen en mogen
besturen, de normen voor het overheidsbestuur die bij het besturen in acht moeten worden
genomen en de regels die de burger nodig heeft om tegen dit besturen te kunnen optreden.
- algemeen bestuursrecht: Awb, in deze wet worden algemene regels over de
rechtsbescherming, handhaving en bijvoorbeeld de begrippen bestuursorgaan,
delegatie, attributie, mandaat, besluit en beschikking. Het doel is: meer eenheid
brengen in de bestuursrechtelijke wetgeving, de bestuursrechtelijke wetgeving
systematiseren en vereenvoudigen en ten slotte normen die in de rechtspraak zijn
ontwikkeld codificeren
- bijzonder bestuursrecht: richt zich op een bepaald onderdeel van het bestuursrecht
Je kunt recht onderscheiden in privaatrecht en publiekrecht. Privaatrecht regelt de relatie
tussen burgers onderling. Een rechtspersoon wordt met een natuurlijk persoon gelijkgesteld
(art. 2:5 BW).Publiekrecht regelt de relatie tussen overheden onderling en die tussen de
overheid en de burger.
Het materieel bestuursrecht bevat rechtsnormen waarin voor burgers en bestuursorganen
aanspraken of verplichtingen zijn opgenomen. Een voorbeeld van materieel bestuursrecht is
een bepaling in de Omgevingswet, waarin de activiteiten staan waarvoor een
omgevingsvergunning nodig is.
Onder formeel bestuursrecht verstaat men de procesrechtelijke regels die de burger nodig
heeft om tegen het optreden van de overheid iets te ondernemen. Een voorbeeld van
formeel bestuursrecht is de mogelijkheid voor een derde-belanghebbende om beroep in te
stellen tegen de verlening van een omgevingsvergunning.
Het bestuursrecht kun je vinden in het internationale recht, de nationale wetgeving,
jurisprudentie en het ongeschreven bestuursrecht. Het internationale recht is bestuursrecht,
omdat Nederlandse toezichthouders zich moeten houden aan bijvoorbeeld Europese
verdragen. De nationale wetgeving bestaat uit een groot aantal bestuursrechtelijke wetten in
formele zin. Door rechterlijke uitspraken (jurisprudentie) worden nieuwe regels gevormd. Het
ongeschreven bestuursrecht wordt ook wel gewoonterecht genoemd. Het
vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel zijn ongeschreven beginselen waar
,de overheid rekening mee moet houden en waarop de burger een beroep kan doen.
Het legaliteitsbeginsel houdt in dat de bevoegdheden en rechten van de overheid om op te
treden in de wet terug te vinden zijn. De bevoegdheid om als overheid te handelen mag
slechts voor zover de wettelijke regels en rechtsbeginselen dit toestaan. Een ander kenmerk
van het bestuursrecht is het specialiteitsbeginsel. Het specialiteitsbeginsel houdt in dat de
bevoegdheid van de overheid alleen kan worden aangewend voor het specifieke doel
waarvoor die wet is bedoeld. Indien de overheid zijn bevoegdheid voor een ander doel
aanwendt, is er sprake van détournement de pouvoir.
Overheidsmacht is verspreid over verschillende niveaus. Op elk van deze niveaus treffen we
openbare lichamen aan: de staat, provincies, waterschappen, de gemeenten en de lichamen
waaraan krachtens de grondwet verordenende bevoegdheden zijn verleend. Deze openbare
lichamen bezitten rechtspersoonlijkheid (art. 2:1 BW). Voor zover deze organen (openbare
lichamen) overheidsmacht uitoefenen, worden ze bestuursorganen genoemd.
De openbare lichamen bezitten rechtspersoonlijkheid. De overheid staat gelijk met een
natuurlijk persoon (art. 2:5 BW). Wanneer de overheid privaatrechtelijk handelt, moet zij
rekening houden met het feit dat zij handelt in het algemeen belang. De overheid die als
‘burger’ optreedt, moet rekening houden met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur
(art. 3:1 lid 2 Awb en art. 3:24 BW).
Communicatie tussen burgers en overheid kan op allerlei manieren plaatsvinden: schriftelijk,
mondeling en ook digitaal. Volgens art. 2:1 lid 2 Awb, kan een ieder zich in het verkeer met
bestuursorganen laten bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. Berichten
die aan een verkeerd bestuursorgaan zijn gericht moeten worden doorgezonden naar het
bevoegde bestuursorgaan (art. 2:3 Awb). Je kunt 2 soorten van communicatie
onderscheiden
1. berichten aan de overheid (recht op elektronisch indienen, verplichte
ontvangstbewijzen, recht op afschrift van ingevoerde gegevens in een webformulier,
verbod op niet-verplichte gegevens afdwingen in een webformulier, verlengde
, indieningstermijn bij storing)
2. berichten van de overheid in een berichtenbox (verplichte notificatie bij plaatsing van
een bericht in een berichtenbox, opnemen van essentiële informatie in een
notificatie, langs andere weg contact opnemen als een notificatie niet kan worden
bezorgd, bewijslast rond de ontvangst en de verzending met een berichtenbox berust
bij het bestuursorgaan)
Hoofdstuk 2 bevoegdheidsverkrijging:
Een bestuursorgaan kan op drie manieren een bevoegdheid verkrijgen. Dit kan op basis van
attributie, delegatie en mandaat.
- Attributie Art. 10:22 Awb: het toekennen van een nieuwe bevoegdheid
- Delegatie Art. 10:13 Awb (bij of krachtens de wet): het overdragen van een
bevoegdheid aan een ander. Alleen toegestaan als er een wettelijk voorschrift is.
Degene die de bevoegdheid overdraagt noem je de delegans, degene die de
bevoegdheid verkrijgt, noem je de delegataris. Door delegatie raakt het
bestuursorgaan dat delegeert zijn bevoegdheid kwijt (art. 10:17 Awb). Het is nog wel
mogelijk om de bevoegdheid terug te krijgen, dit kan door het delegatiebesluit in te
trekken (art. 10:18 Awb)
- Mandaat Art. 10:1 Awb: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan
besluiten te nemen. Het verschil met delegatie is dat er bij mandaat geen
bevoegdheden worden overgedragen. De hoofdregel is dat het mandaat schriftelijk
wordt verleend. Degene die namens de ander de bevoegdheid uitoefent, noem je de
mandataris. De mandans is degene die het mandaat geeft.
Hoofdstuk 3 belanghebbende:
Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken (art. 1:2 Awb). Als een bestuursorgaan een besluit neemt dat juridische
consequenties heeft voor degene tot wie het besluit is gericht, is die persoon
belanghebbende.
Je kan een derde belanghebbende zijn als je niet degene bent tot wie de beslissing gericht
is, maar wel tegen een bepaald besluit bezwaar wilt maken. Als je aan de OPERA criteria
voldoet, dan ben je ook een belanghebbende:
voorwaarden derde belanghebbende: opera criteria
- objectief belang: niet persoonlijk maar objectief bepaalbaar en dus meetbaar: enkel
een subjectief gevoel is dus onvoldoende
- persoonlijk belang: jouw belang is onderscheidend genoeg: zicht- of
nabijheidscriterium: andere invulling ook mogelijk igv concurrentie
- eigen belang: moet een eigen belang zijn, waarin jij getroffen wordt en dus niet van je
buurman
- rechtstreeks betrokken belang: causaal verband en belang dus direct geraakt
- actueel belang: aanwezig op moment dat besluit wordt genomen en ligt niet in de
Het bestuursrecht bevat de regels die de overheid nodig heeft om te kunnen en mogen
besturen, de normen voor het overheidsbestuur die bij het besturen in acht moeten worden
genomen en de regels die de burger nodig heeft om tegen dit besturen te kunnen optreden.
- algemeen bestuursrecht: Awb, in deze wet worden algemene regels over de
rechtsbescherming, handhaving en bijvoorbeeld de begrippen bestuursorgaan,
delegatie, attributie, mandaat, besluit en beschikking. Het doel is: meer eenheid
brengen in de bestuursrechtelijke wetgeving, de bestuursrechtelijke wetgeving
systematiseren en vereenvoudigen en ten slotte normen die in de rechtspraak zijn
ontwikkeld codificeren
- bijzonder bestuursrecht: richt zich op een bepaald onderdeel van het bestuursrecht
Je kunt recht onderscheiden in privaatrecht en publiekrecht. Privaatrecht regelt de relatie
tussen burgers onderling. Een rechtspersoon wordt met een natuurlijk persoon gelijkgesteld
(art. 2:5 BW).Publiekrecht regelt de relatie tussen overheden onderling en die tussen de
overheid en de burger.
Het materieel bestuursrecht bevat rechtsnormen waarin voor burgers en bestuursorganen
aanspraken of verplichtingen zijn opgenomen. Een voorbeeld van materieel bestuursrecht is
een bepaling in de Omgevingswet, waarin de activiteiten staan waarvoor een
omgevingsvergunning nodig is.
Onder formeel bestuursrecht verstaat men de procesrechtelijke regels die de burger nodig
heeft om tegen het optreden van de overheid iets te ondernemen. Een voorbeeld van
formeel bestuursrecht is de mogelijkheid voor een derde-belanghebbende om beroep in te
stellen tegen de verlening van een omgevingsvergunning.
Het bestuursrecht kun je vinden in het internationale recht, de nationale wetgeving,
jurisprudentie en het ongeschreven bestuursrecht. Het internationale recht is bestuursrecht,
omdat Nederlandse toezichthouders zich moeten houden aan bijvoorbeeld Europese
verdragen. De nationale wetgeving bestaat uit een groot aantal bestuursrechtelijke wetten in
formele zin. Door rechterlijke uitspraken (jurisprudentie) worden nieuwe regels gevormd. Het
ongeschreven bestuursrecht wordt ook wel gewoonterecht genoemd. Het
vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel zijn ongeschreven beginselen waar
,de overheid rekening mee moet houden en waarop de burger een beroep kan doen.
Het legaliteitsbeginsel houdt in dat de bevoegdheden en rechten van de overheid om op te
treden in de wet terug te vinden zijn. De bevoegdheid om als overheid te handelen mag
slechts voor zover de wettelijke regels en rechtsbeginselen dit toestaan. Een ander kenmerk
van het bestuursrecht is het specialiteitsbeginsel. Het specialiteitsbeginsel houdt in dat de
bevoegdheid van de overheid alleen kan worden aangewend voor het specifieke doel
waarvoor die wet is bedoeld. Indien de overheid zijn bevoegdheid voor een ander doel
aanwendt, is er sprake van détournement de pouvoir.
Overheidsmacht is verspreid over verschillende niveaus. Op elk van deze niveaus treffen we
openbare lichamen aan: de staat, provincies, waterschappen, de gemeenten en de lichamen
waaraan krachtens de grondwet verordenende bevoegdheden zijn verleend. Deze openbare
lichamen bezitten rechtspersoonlijkheid (art. 2:1 BW). Voor zover deze organen (openbare
lichamen) overheidsmacht uitoefenen, worden ze bestuursorganen genoemd.
De openbare lichamen bezitten rechtspersoonlijkheid. De overheid staat gelijk met een
natuurlijk persoon (art. 2:5 BW). Wanneer de overheid privaatrechtelijk handelt, moet zij
rekening houden met het feit dat zij handelt in het algemeen belang. De overheid die als
‘burger’ optreedt, moet rekening houden met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur
(art. 3:1 lid 2 Awb en art. 3:24 BW).
Communicatie tussen burgers en overheid kan op allerlei manieren plaatsvinden: schriftelijk,
mondeling en ook digitaal. Volgens art. 2:1 lid 2 Awb, kan een ieder zich in het verkeer met
bestuursorganen laten bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. Berichten
die aan een verkeerd bestuursorgaan zijn gericht moeten worden doorgezonden naar het
bevoegde bestuursorgaan (art. 2:3 Awb). Je kunt 2 soorten van communicatie
onderscheiden
1. berichten aan de overheid (recht op elektronisch indienen, verplichte
ontvangstbewijzen, recht op afschrift van ingevoerde gegevens in een webformulier,
verbod op niet-verplichte gegevens afdwingen in een webformulier, verlengde
, indieningstermijn bij storing)
2. berichten van de overheid in een berichtenbox (verplichte notificatie bij plaatsing van
een bericht in een berichtenbox, opnemen van essentiële informatie in een
notificatie, langs andere weg contact opnemen als een notificatie niet kan worden
bezorgd, bewijslast rond de ontvangst en de verzending met een berichtenbox berust
bij het bestuursorgaan)
Hoofdstuk 2 bevoegdheidsverkrijging:
Een bestuursorgaan kan op drie manieren een bevoegdheid verkrijgen. Dit kan op basis van
attributie, delegatie en mandaat.
- Attributie Art. 10:22 Awb: het toekennen van een nieuwe bevoegdheid
- Delegatie Art. 10:13 Awb (bij of krachtens de wet): het overdragen van een
bevoegdheid aan een ander. Alleen toegestaan als er een wettelijk voorschrift is.
Degene die de bevoegdheid overdraagt noem je de delegans, degene die de
bevoegdheid verkrijgt, noem je de delegataris. Door delegatie raakt het
bestuursorgaan dat delegeert zijn bevoegdheid kwijt (art. 10:17 Awb). Het is nog wel
mogelijk om de bevoegdheid terug te krijgen, dit kan door het delegatiebesluit in te
trekken (art. 10:18 Awb)
- Mandaat Art. 10:1 Awb: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan
besluiten te nemen. Het verschil met delegatie is dat er bij mandaat geen
bevoegdheden worden overgedragen. De hoofdregel is dat het mandaat schriftelijk
wordt verleend. Degene die namens de ander de bevoegdheid uitoefent, noem je de
mandataris. De mandans is degene die het mandaat geeft.
Hoofdstuk 3 belanghebbende:
Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken (art. 1:2 Awb). Als een bestuursorgaan een besluit neemt dat juridische
consequenties heeft voor degene tot wie het besluit is gericht, is die persoon
belanghebbende.
Je kan een derde belanghebbende zijn als je niet degene bent tot wie de beslissing gericht
is, maar wel tegen een bepaald besluit bezwaar wilt maken. Als je aan de OPERA criteria
voldoet, dan ben je ook een belanghebbende:
voorwaarden derde belanghebbende: opera criteria
- objectief belang: niet persoonlijk maar objectief bepaalbaar en dus meetbaar: enkel
een subjectief gevoel is dus onvoldoende
- persoonlijk belang: jouw belang is onderscheidend genoeg: zicht- of
nabijheidscriterium: andere invulling ook mogelijk igv concurrentie
- eigen belang: moet een eigen belang zijn, waarin jij getroffen wordt en dus niet van je
buurman
- rechtstreeks betrokken belang: causaal verband en belang dus direct geraakt
- actueel belang: aanwezig op moment dat besluit wordt genomen en ligt niet in de