M. van Noorloos, J. Ouwerkerk & P. Verrest, ‘Kroniek van het Europees
strafrecht', Nederlands Juristenblad 2025, afl. 37, p. 3207-3223.
1. Inleiding
De kroniek beschrijft ontwikkelingen in het Europees strafrecht tussen april 2020 en oktober
2023. In tegenstelling tot de vorige periode is er nu sprake van veel wetgevende activiteit en
beleidsinitiatieven. Er is nieuwe wetgeving vastgesteld en veel voorstellen ingediend, vooral
op het gebied van materieel strafrecht (milieucriminaliteit, corruptie, overtreding van EU-
sancties) en strafrechtelijke samenwerking (e-evidence en overdracht van strafvervolging).
Steeds duidelijker wordt dat de ontwikkeling van het Nederlandse strafrecht sterk plaatsvindt
op EU-niveau. Het HvJ EU beïnvloedt via rechtspraak direct de nationale opsporingspraktijk,
bijvoorbeeld in Prokuratuur. Ook inbreukprocedures van de Europese Commissie dwingen tot
aanpassing van nationale wetgeving, zoals bij Holocaustontkenning en de Overleveringswet.
Daarnaast kunnen Europese initiatieven nationale wetgeving beïnvloeden of doorkruisen,
bijvoorbeeld bij mensenhandel, seksuele misdrijven, confiscatie en slachtofferrechten.
De kroniek behandelt achtereenvolgens het materiële strafrecht (2), strafprocesrecht (3) en
grensoverschrijdende samenwerking (4).
2. Materieel strafrecht
2.1 Uitbreiding strafbaarstellingsbevoegdheden EU
De Commissie stelde twee uitbreidingen voor van de lijst Euromisdrijven in art. 83 lid 1
VWEU, die harmonisatie van materieel strafrecht mogelijk maakt bij zware
grensoverschrijdende criminaliteit. Hiervoor is unanimiteit in de Raad en goedkeuring van
het Parlement nodig.
Ten eerste is overtreding van EU-sancties toegevoegd aan de lijst. Hierdoor kan de EU
minimumregels vaststellen voor strafbaarstelling en sancties. Dit hangt samen met de
sancties tegen Rusland; verschillen tussen nationale regels ondermijnen volgens de
Commissie de effectiviteit.
Ten tweede stelde de Commissie voor haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven toe te
voegen. Het bestaande Kaderbesluit racisme en vreemdelingenhaat (2008) verplicht al tot
strafbaarstelling van het aanzetten tot geweld of haat op basis van o.a. ras of afkomst. De
Commissie wil dit uitbreiden met discriminatiegronden zoals geslacht, seksuele geaardheid,
leeftijd, handicap en genderidentiteit.
Haatmisdrijven en haatuitingen verschillen conceptueel: haatmisdrijven zijn vaak gewone
delicten met een discriminerend motief als strafverzwarende factor. In Nederland gebeurt dit
via een OM-aanwijzing, niet via wettelijke strafverzwaring. EU-harmonisatie kan daarom
aanpassing vereisen. Unanimiteit is echter nog niet bereikt.
2.2 Aanhangige wetsvoorstellen
2.2.1 Milieucriminaliteit
,In 2021 stelde de Commissie een nieuwe richtlijn milieucriminaliteit voor ter vervanging van
Richtlijn 2008/99/EG. Doel is effectievere handhaving, verduidelijking van begrippen en een
gelijk speelveld voor bedrijven.
Nieuw is dat strafbaarheid niet langer alleen gekoppeld is aan schending van specifieke EU-
milieuwetgeving. Het begrip “wederrechtelijk” wordt ruimer zodat ook toekomstige
milieuregels (bijv. uit de European Green Deal) eronder vallen. Nieuwe delicten zijn o.a.
illegale waterwinning, illegale houtkap en ernstige omzeiling van milieueffectbeoordelingen.
Voor natuurlijke personen gelden minimum-maximumstraffen van 4, 6 of 10 jaar. Voor het
eerst worden ook verplichte bijkomende sancties voorgeschreven (bijv. verbod op openbare
functies). Voor rechtspersonen kunnen boetes oplopen tot minimaal 5% van de wereldwijde
omzet. Nederland steunt het voorstel maar vreest spanningen met het duale
handhavingssysteem (straf- en bestuursrecht).
2.2.2 Overtreding van EU-sancties
Na opname als Euromisdrijf stelde de Commissie in 2022 een richtlijn voor harmonisatie van
sanctieovertredingen voor. Doel is verschillen tussen nationale strafstelsels te verminderen.
De richtlijn harmoniseert strafbare gedragingen, extraterritoriale rechtsmacht,
aansprakelijkheid van rechtspersonen en sancties. Voor ernstige overtredingen geldt een
maximumstraf van minimaal vijf jaar gevangenis. Ook moet strafrechtelijke samenwerking
worden vergemakkelijkt.
Nederland staat positief tegenover het voorstel; de huidige regeling via Sanctiewet en Wet
op de economische delicten voldoet grotendeels al. De implementatietermijn is slechts zes
maanden.
2.2.3 Corruptie
In 2023 presenteerde de Commissie een conceptrichtlijn tegen corruptie, die eerdere EU-
instrumenten vervangt. Aanleiding is de vermeende toename van corruptie en de link met
georganiseerde criminaliteit.
De richtlijn bouwt voort op internationale verdragen (zoals het VN-Verdrag tegen corruptie)
maar maakt enkele facultatieve strafbaarstellingen verplicht, zoals ongeoorloofde
beïnvloeding en verrijking. Voor corruptiedelicten gelden minimum-maximumstraffen van 4–
6 jaar. Ook worden verjaringstermijnen, bijkomende sancties en strafverzwarende
omstandigheden geharmoniseerd.
Nederland uit zorgen over de vaagheid van sommige delicten en over verplichte bijkomende
sancties zoals ontzetting uit het passief kiesrecht, omdat dit constitutionele kwesties raakt.
2.2.4 Geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld
In 2022 stelde de Commissie een richtlijn tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld
voor. Deze harmoniseert onder meer verkrachting (consentmodel), vrouwelijke genitale
verminking, cyberstalking en het delen van intiem beeldmateriaal zonder toestemming.
,Het verkrachtingsdelict is beperkt tot vrouwen vanwege de gekozen rechtsgrondslag. De
Raad verwierp dit onderdeel wegens twijfel over de rechtsgrondslag van art. 83 VWEU
(vereiste van uitbuiting en grensoverschrijdende dimensie). Het Parlement pleit juist voor
uitbreiding. Intussen is de EU toegetreden tot het Verdrag van Istanbul.
2.2.5 Mensenhandel
In 2022 stelde de Commissie een herziening van de Richtlijn mensenhandel voor; lidstaten
bereikten al een algemene oriëntatie. Tegelijk moderniseert Nederland zijn nationale
strafbaarstelling. Dit toont de wisselwerking tussen nationale wetgeving en EU-harmonisatie.
3. Strafprocesrecht
3.1 Rechtspraak: Prokuratuur
In Prokuratuur oordeelde het HvJ EU dat toegang tot verkeers- en locatiegegevens alleen
mag bij bestrijding van zware criminaliteit en na voorafgaande toetsing door een rechter of
onafhankelijk orgaan.
Een openbaar ministerie voldoet niet aan deze onafhankelijkheidseis. De Hoge Raad besliste
daarom dat toegang door de officier van justitie in Nederland niet toegestaan is bij ernstige
privacy-inbreuken; daarvoor is een machtiging van de rechter-commissaris nodig.
De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen over het begrip “zware criminaliteit”. Tot die tijd
wordt vaak het VH-criterium gebruikt, al hanteren sommige rechters strengere maatstaven.
Het arrest toont de sterke invloed van EU-grondrechten op nationale opsporing.
3.2 Wetgeving en beleid
3.2.1 Europees Openbaar Ministerie
Sinds 1 juni 2021 is het Europees Openbaar Ministerie (EOM) actief. Het vervolgt strafbare
feiten die de financiële belangen van de EU schaden. Onderzoeken worden uitgevoerd door
gedelegeerde nationale aanklagers onder leiding van permanente kamers.
Nederland neemt deel en werkt intensief samen, wat verdere Europese integratie van
strafvordering betekent.
3.2.2 Aanbeveling voorlopige hechtenis en detentieomstandigheden
Slechte detentieomstandigheden kunnen leiden tot weigering van EAB’s. Daarom
publiceerde de Commissie in 2022 een soft law-aanbeveling met minimumnormen voor
detentie, gebaseerd op de European Prison Rules.
Hoewel de EU beperkte bevoegdheden heeft op dit terrein, kan deze aanbeveling worden
gebruikt bij toetsing aan art. 4 Handvest (verbod op onmenselijke behandeling).
3.2.3 Herziening richtlijn slachtofferrechten
De Commissie wil slachtoffers sterker betrekken bij het strafproces door betere informatie,
participatie en schadevergoeding. Voor Nederland relevant is het voorstel voor een
zelfstandig rechtsmiddel tegen beslissingen over de vordering van de benadeelde partij, wat
wetswijziging vereist.
, 3.2.4 Confiscatie zonder voorafgaande veroordeling
Een voorstel voor een nieuwe confiscatierichtlijn verplicht lidstaten tot non-conviction based
confiscation, bijvoorbeeld bij overlijden, vlucht of verjaring, maar ook bij onverklaarbare
rijkdom.
Nederland werkt aan een civielrechtelijk model, terwijl de richtlijn uitgaat van een
strafrechtelijke regeling, wat tot systeemkeuzes kan leiden.
4. Grensoverschrijdende strafrechtelijke samenwerking
4.1 Inleiding
Strafrechtelijke samenwerking binnen de EU wordt intensief gebruikt en blijft zich
ontwikkelen. De Hoge Raad heeft belangrijke arresten gewezen en de Overleveringswet is
herzien.
4.2 Negende evaluatie: zorgen over WETS-procedures
De Raad uitte zorgen over de Nederlandse WETS-procedure bij overname van buitenlandse
vrijheidsstraffen. De minister beslist over aanpassing van sancties zonder bindende
rechterlijke controle, terwijl de veroordeelde beperkte mogelijkheden tot hoor en
wederhoor heeft.
Dit roept vragen op over art. 47 Handvest (effectieve rechtsbescherming). Rechtspraak
erkent inmiddels dat hoor en wederhoor nodig is, waardoor de wetgever mogelijk tot
hervorming wordt gedwongen.
4.3 Overleveringsrecht
4.3.1 Gewijzigde Overleveringswet
Per 1 april 2021 is de OLW herzien om beter aan te sluiten bij het Kaderbesluit EAB en de
rechtspraak van het HvJ EU.
Belangrijke wijzigingen:
Voorrang EAB boven uitlevering bij EU-burgers (codificatie van Petruhhin).
Aanpassing van art. 11 OLW: toepassing van de tweestappentoets bij mogelijke
schending van grondrechten.
Verstekvonnissen: weigering wordt facultatief in plaats van verplicht.
Specialiteitsbeginsel blijft gelden bij verkorte procedure.
Nieuwe aanpassingen worden overwogen vanwege ingebrekestellingen door de Commissie.
4.3.2 Overlevering en fundamentele rechten
Binnen het EAB-stelsel bestaat spanning tussen wederzijdse erkenning en bescherming van
grondrechten. Het HvJ EU ontwikkelde een tweestappentoets:
1. bestaan van structurele tekortkomingen in de uitvaardigende lidstaat
2. concreet risico voor de betrokkene.
Deze toets werd eerst gebruikt bij detentieomstandigheden, later ook bij rechterlijke
onafhankelijkheid.
Het EHRM past de Bosphorus-doctrine toe: bij uitvoering van EU-recht wordt gelijkwaardige
bescherming verondersteld, tenzij die duidelijk tekortschiet.