2026
Inhoud
Hoorcollege 1 ..........................................................................................................................3
Bruyn H9: Indicatieanalyse ...................................................................................................3
Bruyn H10: Advisering .........................................................................................................4
Begeer H1: De plaats van psychodiagnostiek binnen het hulpverleningsproces ......................5
Begeer H2: theoretische aspecten van de psychodiagnostiek ................................................7
Begeer H3: praktische aspecten van psychodiagnostiek ........................................................9
Hoorcollege 1 Orthopedagogiek als handelingswetenschap & behandelingsperspectieven .. 10
Hoorcollege 2 ........................................................................................................................ 15
Luijer H4: Werkingsmechanisme exposure.......................................................................... 15
Luijer H5: Aandachtspunten bij exposure ............................................................................ 15
Prins H1: Gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen: geschiedenis, kenmerken en
overwegingen bij het gedragstherapeutische proces ............................................................ 16
Prins H2: Gedragsassessment en psychodiagnostiek bij kinderen en jeugdigen: een getrapte
benadering ........................................................................................................................ 17
Prins H3: operante technieken en mediatietherapie bij ouders en leerkrachten .................... 18
Hoorcollege 2 Leertheoretisch kader als behandelingsperspectief ...................................... 20
Hoorcollege 3 ........................................................................................................................ 22
Prins H4: Anti- angsttechnieken .......................................................................................... 22
Prins H5: Trainen van sociale vaardigheden bij kinderen jeugdigen ....................................... 24
Prins H6: Zelfregulatie en cognitieve gedragstherapie .......................................................... 24
Hoorcollege 3 Cognitieve gedragstherapie nader uitgewerkt ................................................ 25
Hoorcollege 4 ........................................................................................................................ 33
Van Yperen 2017 H1: NAAR MEER EFFECT: RESULTAATGERICHTE ONTWIKKELING VAN
INTERVENTIES ................................................................................................................... 33
BPSW et, al. 2017 H4: Interventies ...................................................................................... 35
BPSW et, al. 2017 H5 Pedagogisch klimaat en beroepsopvoeders ........................................ 36
Prins H12: Evidence-based behandelingen voor kinderen en adolescenten: aandachtspunt en
commentaar ...................................................................................................................... 36
Hoorcollege 4 Angststoornissen bij kinderen en adolescenten ............................................. 36
Hoorcollege 5 ........................................................................................................................ 39
Toll et al 2022, De psychosociale aspecten van een leerstoornis .......................................... 39
Ruijsennaars et, al. 2021: H10 Behandeling van Dyscalculie ................................................ 40
Tijms et, al. 2022 Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling .......................................... 41
, Hoorcollege 5 Behandeling en interventies in het werkveld leerlingenzorg ............................ 43
Hoorcollege 6 ........................................................................................................................ 46
Bodden et al 2020: H16 Werken op maat: protocollair, transdiagnostische of modulair? ....... 46
Choripita 2009: Mapping evidence-based treatments for children and adolescents:
Application of the distillation and matching model to 615 treatments from 322 randomized
trials. ................................................................................................................................. 49
Prins H9: Gedragstherapie bij adolescenten ........................................................................ 49
Hoorcollege 6 .................................................................................................................... 50
Hoorcollege 7 ........................................................................................................................ 55
Knot H6: Gezinnen met meervoudige en complexe problemen en licht' verstandelijke
beperkingen ...................................................................................................................... 55
Knot H9: Werken met multipele allianties in gezinnen met meervoudige en complexe
problemen ......................................................................................................................... 56
Poku et, al. 2026: Adapting Psychological Therapies for Individuals With Intellectual
Disabilities: A Systematic Review ....................................................................................... 56
BPSW 2022: Behandeling binnen de langdurige gehandicaptenzorg ..................................... 57
Prins H7: Non-specifieke therapeutische factoren............................................................... 59
Prins H5: Trainen van sociale vaardigheden bij kinderen en jeugdigen .................................. 60
Hoorcollege 7 Specifieke en non-specifieke factoren van behandeling in de zorg voor mensen
met een verstandelijke beperking ....................................................................................... 61
Hoorcollege 8 ........................................................................................................................ 66
Lui et, al. 2024: The Effectiveness of Trauma-Informed Parenting Programs for Traumatized
Parents and Their Components: A Meta-Analytic Study ....................................................... 66
Stolper 2026: Contextueel Behandelen, een gezinsgerichte aanpak in de geestelijke
gezondheidszorg ................................................................................................................ 67
Prins H10: Behandeling van kinderen In de context van ouders en gezin ............................... 67
Prins H11: Ontwikkelingen binnen de cognitieve gedragstherapie bij kinderen en adolescenten
......................................................................................................................................... 68
Hoorcollege 8 Gezin als focus ............................................................................................ 70
,Hoorcollege 1
Voorbereiding
Bruyn H9: Indicatieanalyse
Verantwoording:
- De indicatie analyse geeft antwoord op de vraag wat het beste passende type aanpak is,
gegeven dit probleem van deze cliënt.
- De analyse van de klacht komt Maar de onderkennen de diagnose en de verklaringen
diagnose zijn voor deze beslissing niet toereikend. Er blijven namelijk verschillende
oplossingen voor het probleem denkbaar.
Begrippen:
- Indicatie analyse en indicatiestelling: indicatie analyse is het komen tot een beslissing
over het best passende type interventie voor een probleem, ga let op de aard van het
probleem en gebaseerd op de theoretische of empirische kennis over het verwachte nut
van deze aanpak in zo'n situatie.
o Indicatiestelling is het eindresultaat van de indicatie analyse.
- Interventie in het globale doel van de interventie: interventie wordt hier als
overkoepelende term gehanteerd voor alle vormen van professionele
gedragswetenschappelijke hulpverlening.
- Theoretisch of empirisch onderbouwde aanbevelingen: de aanbevelingen steunen op
theoretische en empirische argumenten
- Indicatie- en contra-indicatiecriteria: elk kenmerken positief relateert is aan het succes
van een interventie is een indicatie. De aanwezigheid van dit kenmerk verhoogde kans
van slagen.
Voorwaarden
- Methodologische voorwaarden aan het handelen van de diagnosticus:
o zodanig kunnen specificeren van het globale behandeldoel en het type
interventie dat later controle mogelijk is over de mate waarin deze zijn
gerealiseerd.
o Kunnen formuleren van indicatie en contra indicatie criteria die conceptueel
Helder en eensluidend zijn te operationaliseren. De criteria moeten empirisch
gefundeerd en theoretisch doorzichtig zijn punt
o Correct uitvoeren van de daadwerkelijke toetsing ten aanzien van de indicatie en
contra indicatiecriteria.
o Tegengaan van fouten.
- Professionele voorwaarden aan het handelen van de diagnosticus:
o Kunnen lezen en beoordelen van wetenschappelijke publicaties over
effectiviteitsonderzoek.
o Beschikken over vaardigheid in het ontlokken en expliciteren van het perspectief
van de cliënt.
o Op de hoogte zijn van techniek om informatie over waarde en kansen uit te
lokken en op inzichtelijke wijze weer te geven.
o Er staat zijn om waarden en kansen op consistente wijze met elkaar te
combineren. Ter ondersteuning hiervan is kennis nodig voor de hiervoor
geschikte besliskunde technieken.
o In staat zijn de vorm inhoud en werkwijzen van de behandeling op een heldere en
beknopte wijze te formuleren en uit te leggen.
o Op de hoogte zijn van het algemene en lokale aanbod van type interventies.
, o Kunnen omgaan met eigen lacunes.
Werkwijze
- Hoofd- en substappen van de indicatiestelling
1. Nagaan of een interventie ingezet kan worden:
a. Is behandeling nodig?
b. Is behandeling Mogelijk?
c. Is behandeling Wenselijk?
2. Formuleren en prioriteren van doelen:
a. Wat is het uiteindelijke globale interventie doel?
b. Wat zijn eventueel de specifieke doelen?
3. Selecteren van de in aanmerking komende typen interventies:
a. Welk theoretisch referentiekader wordt gekozen?
b. In welk type setting vindt uitvoering plaats?
c. Direct of indirect?
d. Zijn er eisen ten aanzien van de interventie duur?
4. Bepalen van het nut aan de kans van slagen per geselecteerde aanpak:
a. Wat is het positieve negatieve nut?
b. Wat is de kans van slagen en falen?
c. Wat is de uitkomst van de weging van nut met de kans van slagen?
5. (Controle op de uitvoerbaarheid van het type interventie: zie hoofdstuk 10)
Bruyn H10: Advisering
Begrippen
- Advies: advies is de output van de aanmelding van de cliënt.
- Adviesgesprek:
o Opzet= samenstelling van deelnemende personen en de locatie;
o Inhoud= geeft aan waarop het gesprek betrekking heeft;
o Doel=
1. De diagnosticus verschaft informatie over de onderkende en
verklarende diagnose, over de argumenten uit de indicatie analyse en
de uiteindelijke aanbeveling.
2. Het controleren van het door de diagnosticus verrichte werk aan de
hand van de reacties van de cliënt.
3. De diagnosticus tracht via overleg tot overeenstemming te komen om
trends en aanbevelingen en de voorkeur van de cliënt.
4. Het verzamelen van informatie met het oog op de concrete invulling
van het gekozen advies.
- Gesprekmodus: Diagnosticus voert In de loop van de diagnostische cyclus een aantal
gesprekken met de cliënt gericht op het bereiken van verschillende doelen. De doelen
zijn dubbele punten het uitwisselen van informatie, het bereiken van consensus of het op
gang brengen van verandering. Elke doel geeft een ander karakter aan het gesprek: de
gespreksmodus.
Voorwaarden ten aanzien van de advisering
- Methodologische voorwaarden:
o Een controleerbaar en inzichtelijke antwoord kunnen geven op hulpvragen;
o aantoonbaar kunnen verantwoorden van aanbevelingen
- professionele voorwaarden:
o kunnen hanteren van verschillende gespreksvaardigheden;