Hoofdstuk 8 samenvatting
Doodslag (art. 287 Sr) = is een ander opzettelijk van het leven beroven.
Poging tot doodslag= Blijft het slachtoffer in leven, dan kan er sprake zijn van poging tot
doodslag.
Moord (art. 289 Sr)
Moord is een gekwalificeerde vorm van doodslag. De strafverzwarende omstandigheid is dat
de dader ‘met voorbedachten rade’ handelt. Dit wil zeggen dat er bij de dader, voordat hij zijn
slachtoffer doodt, een moment van kalm overleg en van rustig nadenken is geweest.
In de delictsomschrijving van art. 289 Sr ontbreekt opzet. Dat komt omdat ‘voorbedachte raad’ een
bijzondere vorm van opzet is. Namelijk opzet die ontstaat na kalm en rustig beraad. Moord is dus een
opzetmisdrijf.
Eenvoudige mishandeling (art.300 en 301 Sr)
Eenvoudige mishandeling wil zeggen dat de dader een ander opzettelijk lichamelijke pijn of
lichamelijk letsel toebrengt. We spreken van de gekwalificeerde vorm van mishandeling als
het opzet van de dader is gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel
Art. 301 Sr is een gekwalificeerde vorm van eenvoudige mishandeling waarbij de
strafverzwarende omstandigheid bestaat uit ‘voorbedachte raad
Zware mishandeling (art.302 en 303 Sr)
Vorm van mishandeling waarbij het opzet van de dader is gericht op het toebrengen van
zwaar lichamelijk letsel.
Art. 82 Sr beschrijft waar je bij zwaar lichamelijk letsel aan moet denken: ziekte waarvan je niet
volledig herstelt, voortdurende arbeidsongeschiktheid en overlijden van een nog ongeboren kindje. Op
basis van rechterlijke uitspraken blijkt dat onder zwaar lichamelijk letsel ook vallen: een klaplong, een
gebroken enkel, een blijvend litteken bij het oog, het aanbrengen van een tatoeage bij een vrouw die
niet bij bewustzijn is, en wonden in de onderarm en in de buik door een kogel.
Verschil tussen art. 300 en 302 Sr
Het verschil tussen de mishandeling van art. 300 lid 2 Sr en die van art. 302 Sr zit hem in het
opzet van de dader. Bij art. 300 lid 2 Sr heeft de eenvoudige mishandeling onbedoeld zwaar
lichamelijk letsel tot gevolg. Bij art. 302 Sr is het opzet van de dader gericht op het
toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
Zware mishandeling met voorbedachten rade (art. 303 Sr)
Art. 303 Sr is de gekwalificeerde vorm van zware mishandeling waarbij de strafverzwarende
omstandigheid bestaat uit de voorbedachte raad van de dader.
Dood of zwaar lichamelijk letsel door schuld (art.307 en 208 Sr)
Art. 307 en 308 zijn schuldmisdrijven. Dit wil zeggen dat de dader niet het opzet heeft om
iemand zwaar lichamelijk letsel toe te brengen of om hem te doden, maar deze gevolgen
kunnen hem wel worden verweten. Bijvoorbeeld omdat de dader zeer onvoorzichtig of
roekeloos is geweest
Doodslag (art. 287 Sr) = is een ander opzettelijk van het leven beroven.
Poging tot doodslag= Blijft het slachtoffer in leven, dan kan er sprake zijn van poging tot
doodslag.
Moord (art. 289 Sr)
Moord is een gekwalificeerde vorm van doodslag. De strafverzwarende omstandigheid is dat
de dader ‘met voorbedachten rade’ handelt. Dit wil zeggen dat er bij de dader, voordat hij zijn
slachtoffer doodt, een moment van kalm overleg en van rustig nadenken is geweest.
In de delictsomschrijving van art. 289 Sr ontbreekt opzet. Dat komt omdat ‘voorbedachte raad’ een
bijzondere vorm van opzet is. Namelijk opzet die ontstaat na kalm en rustig beraad. Moord is dus een
opzetmisdrijf.
Eenvoudige mishandeling (art.300 en 301 Sr)
Eenvoudige mishandeling wil zeggen dat de dader een ander opzettelijk lichamelijke pijn of
lichamelijk letsel toebrengt. We spreken van de gekwalificeerde vorm van mishandeling als
het opzet van de dader is gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel
Art. 301 Sr is een gekwalificeerde vorm van eenvoudige mishandeling waarbij de
strafverzwarende omstandigheid bestaat uit ‘voorbedachte raad
Zware mishandeling (art.302 en 303 Sr)
Vorm van mishandeling waarbij het opzet van de dader is gericht op het toebrengen van
zwaar lichamelijk letsel.
Art. 82 Sr beschrijft waar je bij zwaar lichamelijk letsel aan moet denken: ziekte waarvan je niet
volledig herstelt, voortdurende arbeidsongeschiktheid en overlijden van een nog ongeboren kindje. Op
basis van rechterlijke uitspraken blijkt dat onder zwaar lichamelijk letsel ook vallen: een klaplong, een
gebroken enkel, een blijvend litteken bij het oog, het aanbrengen van een tatoeage bij een vrouw die
niet bij bewustzijn is, en wonden in de onderarm en in de buik door een kogel.
Verschil tussen art. 300 en 302 Sr
Het verschil tussen de mishandeling van art. 300 lid 2 Sr en die van art. 302 Sr zit hem in het
opzet van de dader. Bij art. 300 lid 2 Sr heeft de eenvoudige mishandeling onbedoeld zwaar
lichamelijk letsel tot gevolg. Bij art. 302 Sr is het opzet van de dader gericht op het
toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
Zware mishandeling met voorbedachten rade (art. 303 Sr)
Art. 303 Sr is de gekwalificeerde vorm van zware mishandeling waarbij de strafverzwarende
omstandigheid bestaat uit de voorbedachte raad van de dader.
Dood of zwaar lichamelijk letsel door schuld (art.307 en 208 Sr)
Art. 307 en 308 zijn schuldmisdrijven. Dit wil zeggen dat de dader niet het opzet heeft om
iemand zwaar lichamelijk letsel toe te brengen of om hem te doden, maar deze gevolgen
kunnen hem wel worden verweten. Bijvoorbeeld omdat de dader zeer onvoorzichtig of
roekeloos is geweest