Boek A
Behandelde stof;
- Vanaf pag. 10 Verkennend Lezen
- Vanaf pag. 14 Tekstdoelen en Tekstsoorten
- Vanaf pag. 16 Globaal Lezen
- Vanaf pag. 20 Kenmerken van Tekstdoelen
- Vanaf pag. 25 + 26 Tekststructuur herkennen
Theorie 1 - Verkennend lezen
- Om snel de tekstsoort en onderwerp te achterhalen
1. Wat valt op? (Afwijkende grote, kleur of afbeeldingen)
2. Tekstonderdelen? (Titel, lead, tussenkopjes en bronnen)
3. Tekstsoorten? (Krant, advertentie of brief)
4. Onderwerp? (Gratis ov of een nieuwe hardloop app)
Opletten in het algemeen op
1. Titel
2. Lead
3. Afbeeldingen
4. Tussenkopjes
5. Bronnen
Theorie 2 - Tekstdoelen en tekstsoorten
- Tekstdoel is de bedoeling van de schrijver
1. Informeren (nieuwsbericht)
2. Instrueren (Stappenplan)
3. Overtuigen (commentaar)
*Een tekst kan meer dan 1 tekst doel hebben
Theorie 3 - Globaal lezen
- Achterhalen in grote lijnen war de tekst over gaat
1. Onderwerp? (Woordweb)
2. Inleiding lezen
3. Eerst/ Laatste zin van elke alinea lezen
4. Welke antwoorden krijg ik hier?
5. Volledige tekst lezen
*Als er in de laatste zin van een alinea een verwijswoord staat, moet je meestal de zin ervoor
lezen om het te begrijpen.
Behandelde stof;
- Vanaf pag. 10 Verkennend Lezen
- Vanaf pag. 14 Tekstdoelen en Tekstsoorten
- Vanaf pag. 16 Globaal Lezen
- Vanaf pag. 20 Kenmerken van Tekstdoelen
- Vanaf pag. 25 + 26 Tekststructuur herkennen
Theorie 1 - Verkennend lezen
- Om snel de tekstsoort en onderwerp te achterhalen
1. Wat valt op? (Afwijkende grote, kleur of afbeeldingen)
2. Tekstonderdelen? (Titel, lead, tussenkopjes en bronnen)
3. Tekstsoorten? (Krant, advertentie of brief)
4. Onderwerp? (Gratis ov of een nieuwe hardloop app)
Opletten in het algemeen op
1. Titel
2. Lead
3. Afbeeldingen
4. Tussenkopjes
5. Bronnen
Theorie 2 - Tekstdoelen en tekstsoorten
- Tekstdoel is de bedoeling van de schrijver
1. Informeren (nieuwsbericht)
2. Instrueren (Stappenplan)
3. Overtuigen (commentaar)
*Een tekst kan meer dan 1 tekst doel hebben
Theorie 3 - Globaal lezen
- Achterhalen in grote lijnen war de tekst over gaat
1. Onderwerp? (Woordweb)
2. Inleiding lezen
3. Eerst/ Laatste zin van elke alinea lezen
4. Welke antwoorden krijg ik hier?
5. Volledige tekst lezen
*Als er in de laatste zin van een alinea een verwijswoord staat, moet je meestal de zin ervoor
lezen om het te begrijpen.