criminaliteit
Probleem 1 – Grenzen & criminologie
Leerdoelen:
1. Wat zijn grenzen en hoe komen deze tot stand?
2. Wat beinvloedt de totstandkoming van grenzen en hoe verlopen deze processen?
3. Wat betekent de securitisering van migratie en hoe zou je dit in Nederland duiden?
4. Waarom vormen grenzen en de totstandkoming hiervan een relevant thema voor criminologen?
5. Wat zijn de disciplines Border Criminology en de Criminology of Mobility en waarom is het belangrijk
dat er verschillende stemmen in deze (en andere) criminologische disciplines aan bod komen?
Leerdoel 1: Wat zijn grenzen en hoe komen deze tot stand? &
Leerdoel 2: Wat beinvloedt de totstandkoming van grenzen en
hoe verlopen deze processen?
Staring, R. & Van Swaaningen, R. (2021). Borders, mobilities, and governance
in transnational perspective.
Het artikel betoogt dat grenzen vandaag de dag niet meer alleen fysieke lijnen aan de rand van de staat zijn,
maar zijn veranderd in mobiele, verspreide en transnationale systemen van controle. Migratie en mobiliteit
worden niet alleen aan de grens tegengehouden, maar overal gemanaged: vóór vertrek, onderweg, bij
aankomst én binnen het land. Dat gebeurt via een netwerk van overheden, politie, private actoren en
internationale organisaties. Grenscontrole is daardoor geen vast territoriaal punt meer, maar een vorm van
governance die zich verplaatst met mobiliteit zelf.
Kort gezegd: grenzen zijn niet verdwenen, maar verplaatst, vermenigvuldigd en geïnternaliseerd.
1. Van territoriale grens naar mobiele grens
Traditioneel werd de grens gezien als:
- Een vaste lijn,
- Territoriaal,
- Controle bij binnenkomst of vertrek.
Het artikel laat zien dat dit model achterhaald is. In de praktijk:
- Vinden controles plaats op luchthavens ver van de grens,
- Worden visa al in het land van herkomst beoordeeld,
- Worden databanken en risicoprofielen gebruikt,
- Vinden binnenlandse identiteitscontroles plaats.
De grens is dus gedecentraliseerd en verspreid geraakt. Gevolg: de grens “reist mee” met de migrant.
2. Mobilities als uitgangspunt
Ipv migratie als probleem te zien, vertrekt het artikel vanuit het bredere concept mobilities: de constante
beweging van mensen, goederen, informatie en kapitaal. Globalisering heeft deze mobiliteit vergroot. Staten
staan daarom voor een paradox: ze willen open grenzen voor handel en economie, maar gesloten grenzen voor
ongewenste personen.
Beleid probeert dus niet mobiliteit te stoppen, maar selectief te filteren. Dit leidt tot gewenste mobiliteit
(toeristen, expats (=mensen die tijdelijk in het buitenland wonen en werken, meestal voor hun baan),
zakenreizigers) en ongewenste mobiliteit (irreguliere migranten, asielzoekers, criminelen).
Grensbeleid draait om sorteren en differentiëren, niet om volledig afsluiten.
3. Governance in plaats van government
,Het artikel gebruikt het begrip governance (=de manier waarop beleid, regels en controle worden
georganiseerd en uitgevoerd, niet alleen door de staat maar ook door andere actoren (zoals internationale
organisaties, bedrijven en NGO’s), bijvoorbeeld bij grenzen en mobiliteit): grenscontrole wordt niet langer wordt
uitgevoerd door één staat die van bovenaf alles aanstuurt, maar door een netwerk van verschillende publieke
en private actoren die samen beleid maken en uitvoeren. Het gaat om samenwerking tussen overheden,
internationale organisaties, bedrijven en andere partijen, vaak over landsgrenzen heen, waardoor sturing
plaatsvindt via gedeelde verantwoordelijkheden en hybride vormen van controle, ipv via één centrale
autoriteit. Voorbeelden:
- Internationale politienetwerken
- EU-agentschappen (zoals Frontex (=het Europees grens- en kustwachtagentschap dat EU-landen
ondersteunt bij bewaking en controle van de buitengrenzen))
- Luchtvaartmaatschappijen die documenten controleren
- Private beveiligingsbedrijven
- Technologiebedrijven (databanken, biometrie (=het meten en herkennen van mensen op basis van
unieke lichaamskenmerken, zoals een vingerafdruk, gezicht)
Grenscontrole wordt zo een gedeelde verantwoordelijkheid, verspreid over meerdere niveaus en organisaties
4. Externalisering van grenzen
Een belangrijk mechanisme is externalisering van grenzen. Dat betekent dat controle wordt verplaatst naar
landen buiten Europa en plaatsvindt vóórdat mensen überhaupt vertrekken. Voorbeelden zijn:
- Visa-eisen
- Carrier sanctions (=boetes of straffen voor vervoerders (zoals luchtvaartmaatschappijen) als zij
passagiers zonder geldige reisdocumenten vervoeren)
- Samenwerkingen met transitlanden (=landen waar migranten tijdelijk doorheen reizen op weg naar
hun eindbestemming)
- Detentie- of opvangkampen buiten Europa (=plekken in landen buiten de EU, zoals Libanon, Libië of
Niger, waar migranten tijdelijk worden vastgehouden of opgevangen voordat ze (mogelijk) naar
Europa reizen of worden teruggestuurd)
Doel: migranten tegenhouden vóór ze juridisch toegang krijgen tot Europese bescherming. Hierdoor wordt
verantwoordelijkheid uitbesteed en verschoven.
5. Technologie en risicobeheer
Grenzen worden steeds meer technologisch. Controle gebeurt via:
- Databanken
- Biometrie (vingerafdrukken, gezichtsherkenning)
- Profiling (=mensen selecteren of beoordelen op basis van bepaalde kenmerken (zoals leeftijd, afkomst
of gedrag) om te bepalen wie extra gecontroleerd wordt)
- Risicoclassificaties
- Informatiedeling tussen instanties
Hierdoor verschuift de logica van fysieke controle → digitale surveillance en van reactief → preventief.
Mensen worden niet gecontroleerd op wat ze hebben gedaan, maar op wat ze mogelijk zouden kunnen doen.
Dit is typisch risicogovernance. Het systeem sorteert:
- Low risk → snelle doorgang
- High risk → extra controle of uitsluiting.
6. Diffuse en alledaagse grenspraktijken
Grenzen zijn niet meer alleen zichtbaar bij slagbomen of hekken. Ze verschijnen in het dagelijks leven:
- Identiteitscontroles in steden
- Werkgeverscontroles
- Politiechecks
- Administratieve procedures
- Sociale voorzieningen
- Digitale registraties
De grens wordt daarmee een alledaagse bestuurlijke praktijk. Migranten kunnen dus ook binnen het land
constant met grenscontrole te maken hebben. Dit wordt soms beschreven als:
- Internal borders (interne grenzen)
2
, - Everyday bordering (alledaags grenswerk)
7. Ongelijkheid en differentiatie
Een belangrijke conclusie is dat grensbeleid niet voor iedereen hetzelfde is. Het systeem produceert
ongelijkheid:
- Hoogopgeleide expats → snelle toegang
- Toeristen → weinig controle
- Arme of niet-westerse migranten → intensieve controle
Grenzen werken dus als filters van sociale ongelijkheid. Mobiliteit wordt een privilege, geen recht. Zo ontstaan:
- Mobility elites
- Gecontroleerde of uitgesloten groepen
Dit laat zien dat grensbeleid sociale hiërarchieën reproduceert.
8. Kritische implicaties
De auteurs benadrukken dat deze ontwikkelingen gevolgen hebben voor:
- Democratie
a. Meer macht voor technocratische (Technocratisch betekent:bestuurd door experts en
professionals (zoals ambtenaren, data-analisten, beleidsmakers) op basis van technische
kennis en systemen, in plaats van door democratische politieke besluitvorming) en
uitvoerende instanties
b. Minder transparantie
c. Minder parlementaire controle
- Rechtsbescherming
a. Veel beslissingen administratief en preventief
b. Minder juridische waarborgen
c. Moeilijk aanvechtbare procedures
- Burgerschap
a. Verschil tussen insiders en outsiders wordt scherper
b. Rechten afhankelijk van mobiliteitsstatus
Grensbeheer wordt zo een veiligheids- en controleproject, minder een humanitair of sociaal project.
9. Theoretische positionering
Het artikel sluit aan bij:
- Mobilities studies
- Governance-benadering
- Securitiseringstheorie (Securitisering betekent dat een maatschappelijk probleem (zoals migratie)
wordt geframet als een veiligheidsprobleem. Migratie wordt steeds meer gezien als een dreiging voor
veiligheid, waardoor strengere controle, toezicht en uitzonderingsmaatregelen worden gelegitimeerd
in plaats van sociale of humanitaire oplossingen)
- Kritische grensstudies
En vertoont duidelijke raakvlakken met:
- Bigo (governmentality of unease, verspreide controle)
- Crimmigration (Betekent de vervlechting van strafrecht en migratierecht, waarbij migranten steeds
vaker via strafrechtelijke logica worden gecontroleerd, gestraft en uitgesloten) (versmelting veiligheid
en migratie)
- Foucault (governance via surveillance en classificatie)
Kernidee: macht werkt via netwerken, technologie en alledaagse praktijken, niet alleen via wetten of
fysieke grenzen.
Leerdoel 3: Wat betekent de securitisering van migratie en hoe
zou je dit in Nederland duiden?
Bigo, D. (2002). Security and immigration: Toward a critique of the governmentality of unease.
Bigo betoogt dat migratie tegenwoordig niet “vanzelf” als veiligheidsprobleem wordt gezien omdat er objectief
meer dreiging is, maar omdat een transnationaal netwerk van veiligheidsprofessionals (politie, grensbewaking,
3
, inlichtingendiensten, private beveiliging, technologiebedrijven, beleidsmakers, media) migratie actief framet en
produceert als veiligheidskwestie. Die securitisering (=het proces waarbij een maatschappelijk onderwerp
(zoals migratie) stapsgewijs wordt omgevormd tot een veiligheidsrisico door de dagelijkse praktijken,
technologieën en routines van veiligheidsprofessionals) is geen puur discursief of ideologisch proces, maar het
resultaat van dagelijkse bureaucratische praktijken, institutionele belangen, technologieën van controle en
concurrentie om middelen en bevoegdheden.
Simpel: Bigo zegt dat migratie niet vanzelf een veiligheidsprobleem is omdat er echt meer gevaar is. Het wordt
een veiligheidsprobleem doordat een netwerk van veiligheidsinstanties migratie bewust neerzet als een risico.
Dat gebeurt niet alleen via taal of politiek debat, maar vooral via dagelijkse praktijken zoals regels, databanken,
controles, technologie en concurrentie om geld en macht binnen bureaucraties
Zijn kernconcept hiervoor is de “governmentality of unease”: een manier van besturen die draait om het
beheren van angst, risico en onzekerheid.
1. Van migratievraagstuk naar veiligheidsvraagstuk
Volgens Bigo wordt migratie door veel actoren door een security prism (veiligheidsbril) bekeken: politici,
politie, grensbewakers, douane, geheime diensten, leger, rechters, private beveiligingsbedrijven en media. Met
security prism bedoelt hij een manier van kijken waarbij migratie automatisch wordt geïnterpreteerd als een
veiligheidsprobleem of risico, ipv als sociaal, economisch of politiek vraagstuk. Door deze veiligheidsbril zien
politici, politie, grensbewaking en media migranten vooral als mogelijke dreiging (criminaliteit, terrorisme,
ordeverstoring), waardoor controle en surveillance centraal komen te staan.
Dit is geen natuurlijke reactie op criminaliteit of terrorisme, maar het resultaat van het creëren van een
continuüm van dreigingen, waarin uiteenlopende problemen (terrorisme, criminaliteit, werkloosheid, sociale
onrust) met migratie worden verbonden. Migranten worden zo een risicogroep, potentiële dreiging of bron van
maatschappelijke onzekerheid.
Hierdoor vervaagt het onderscheid tussen interne veiligheid (politie/ordehandhaving) en externe veiligheid
(leger/grenzen). (Het onderscheid vervaagt omdat migranten tegelijk worden gezien als een binnenlandse
dreiging (politie, criminaliteit, orde) én als een buitenlandse dreiging (grens, nationale veiligheid, leger).
Daardoor gaan interne veiligheidsdiensten (politie) en externe veiligheidsdiensten (leger, grensbewaking,
inlichtingendiensten) steeds meer dezelfde doelen en taken krijgen: toezicht, controle en surveillance van
migratie). Die twee domeinen versmelten rond migratiecontrole. Het onderscheid tussen interne en externe
veiligheid vervaagt dus en bij migratiecontrole gaan deze taken door elkaar lopen: migranten worden tegelijk
gezien als een binnenlands probleem én als een externe dreiging, waardoor politie, grensbewaking, leger en
inlichtingendiensten samen optreden.
2. Kritiek op gangbare “speech act”-benadering
Bigo verzet zich tegen de klassieke securitiseringstheorie (zoals de Copenhagen School), die securitisering
vooral ziet als een discursieve handeling (“speech act”): een politicus noemt iets een dreiging en daarmee
wordt het een veiligheidskwestie. Hij vindt dit te simplistisch, omdat securitisering niet vooral via taal werkt,
maar via:
- Routines,
- Databanken,
- Risicoprofielen,
- Visa- en grenssystemen,
- Institutionele macht,
- Bureaucratische belangen.
Met andere woorden: niet woorden maar praktijken en technologieën produceren veiligheidspolitiek. Daarom
blijven kritische NGO’s of academische tegenverhalen vaak zonder effect: zij bestrijden het discours, terwijl het
probleem in machtsstructuren en instituties zit.
3. Het “veld van professionals van unease”
Een van Bigo’s belangrijkste ideeën is dat er een professioneel veld (veld van professionals van unease) (=Een
netwerk van veiligheidsprofessionals (politie, grensbewaking, inlichtingendiensten e.d.) die leven van het
beheren van dreiging en risico en zo hun macht, budget en rol legitimeren) is ontstaan van mensen die leven
van het managen van dreiging en risico. Deze “professionals van onbehagen (professionals van unease)”:
- Delen een gemeenschappelijke logica (“sense of the game”),
- Concurreren om budgetten en bevoegdheden,
- Creëren veiligheid als hun expertisegebied,
4