K | C1 | Introductie op het vak. Wat betekent ouder worden?..................3
K | WG1 | Leeftijd of kwetsbaarheid: Wat vertelt ons meer?....................5
K | C2 | Gezondheid, kwetsbaarheid en welzijn gedurende de levensloop
.................................................................................................................6
K | WG2 | Uitwerken interviewopdracht..................................................12
K| WG3 | Fysiek en sociaal gezondheidsgedrag bij ouderen...................12
K | C3 | Gezond ouder worden; beschermende factoren, hulpbronnen. .13
K | WG4 | De rol van de buurt.................................................................18
K | C4 | Fysiek + kennisclip: Veranderingen in informele zorgverlening en
de gevolgen hiervan op welbevinden.....................................................20
K | Kennisclips: Verschillen in hulpbronnen............................................26
K | WG6 | Toepassing: Verschillen in hulpbronnen..................................32
K | Kennisclip: Vergrijzing en de arbeidsmarkt.......................................34
K | WG7 | Toepassing: Beleidsimplicaties en stijgende zorgkosten (Excel)
...............................................................................................................40
K | Kennisclips: Wat is het probleem? En waarom zou de overheid
interveniëren?........................................................................................44
K | WG8 | Toepassing: probleemanalyse en start posteropdracht..........51
K | WG9 | Hoe kun je een interventie kwantitatief evalueren? -
Toepassing van een evaluatie................................................................53
K | C5 | Fysiek: Beleid in de gezondheidszorg en beleidskompas
(gastcollege)..........................................................................................58
K | Kennisclips: (Beoordelen van) Kwantitatieve evaluaties...................61
K | C6 | Normatieve aspecten van vergrijzing: levensbeëindiging.........66
K | WG11| Argumenten en argumenteren over Voltooid leven-
Debatvaardigheden en debat.................................................................74
K | Kennisclips: Introductie module organiseren.....................................75
K | Kennisclips: Het ontwikkelen van integrale zorg voor ouderen: een
evidence based structuurvraagstuk.......................................................78
K | WG12 | Integraal organiseren voor ouderen: wat is dat?..................84
K | WG13 | Het ontwikkelen van een ketentraject voor ouderen............88
K | Kennisclips: Organiseren als spel tussen spelers..............................88
K | BW1 | Samenwerken voor ouderen...................................................92
,K | WG14 | Een theoretische exercitie....................................................96
K | Kennisclip: Ouderen en ketenzorg: rechten & plichten.....................96
K | Kennisclips: Bekostigen van integrale zorg voor ouderen...............109
K | WG15 | Financiële prikkels voor integrale zorg voor ouderen.........112
K | C7 | Responsiecollege.....................................................................115
,K | C1 | Introductie op het vak. Wat betekent ouder worden?
Leerdoelen
Nagaan wat belangrijke biologische, psychologische en sociale gevolgen van
veroudering zijn.
Art. Christensen et al:
“… postponent of limitations and disabilities, despite an increase in chronic
diseases and conditions “
Succesful Aging
Rowe & Kahn (1997):
- Low probability of disease and disease related disability
- High cognitive and physical functional capacity
- Active engagement with life
Kritiek op model door Stowe & Cooney
Te weinig aandacht voor historische en culturele context, sociale verbanden,
beleid etc.
Ouder worden en kwetsbaarheid
Ouder worden vs. Kwetsbaarheid (frailty)
Van Campen en Verhoeven et al.:
- Kwetsbaarheid: verstoorde balans tussen draaglast en draagkracht
Gobbens et al
- Smalle definitie: nadruk op gezondheidsverlies
- Brede definitie: niet alleen lichamelijke maar ook psychische en sociale
kwetsbaarheid
Voelen ouderen zich kwetsbaar? En waardoor?
Hoe kunnen ouderen zich beschermen en beschermd worden
GLANS (art. Steverink) guideline interview
GLANS schijf: laagdrempelige vertaling van de vijf dimensies van welbevinden
uit de sociale productiefunctie theorie. Elke letter van het woord GLANS staat
voor een sociale of fysieke dimensie van welzijn:
Christensen et al. (2009)
De levensverwachting in ontwikkelde landen stijgt al meer dan 165 jaar
lineair, zonder tekenen van afvlakking.
, Bevolking vergrijst door lage vruchtbaarheid, lage immigratie en langere
levens.
Gezondheid op oudere leeftijd verbetert: mensen leven langer zonder
ernstige beperkingen, ondanks een toename van chronische ziekten (o.a.
door betere diagnose en behandeling).
Functionele beperkingen en handicaps nemen af in veel landen, vooral bij
mensen jonger dan 85 jaar.
Risicofactoren zoals roken en obesitas hebben een duidelijke impact op de
levensverwachting en gezondheid
Zeer oude leeftijdsgroepen (>85 jaar) vormen de snelst groeiende
bevolkingsgroep en blijven vaak verrassend zelfstandig, wat zorgkosten niet
per se laat stijgen.
Zorgstelsels staan onder druk door de groeiende oudere bevolking.
Hervorming van de arbeidsmarkt is nodig: verlenging van de
arbeidsparticipatie, meer deeltijdwerk en herverdeling van werk over de
levensloop.
Preventie (roken, obesitas, beweging) en technologische ondersteuning
kunnen de gezondheid op oudere leeftijd verder verbeteren.
Hoewel de vergrijzing grote maatschappelijke uitdagingen met zich
meebrengt, suggereert het onderzoek dat mensen niet alleen langer leven,
maar ook langer in goede gezondheid en met minder beperkingen. Dit biedt
kansen voor beleid gericht op langer doorwerken, gezondheidsbevordering en
aanpassing van zorg- en pensioenstelsels.
Rowe and Kahn (1997)
Succesvol ouder worden wordt gedefinieerd als een multidimensionaal
concept, bestaande uit drie hoofdcomponenten:
1. Voorkomen ziekte en beperkingen.
2. Hoog cognitief en fysiek functionerend vermogen.
3. Actieve betrokkenheid bij het leven
Risicofactoren zijn beïnvloedbaar: Veel "normale" leeftijdsgebonden
risicofactoren voor ziekte zijn niet alleen genetisch bepaald, maar ook sterk
afhankelijk van leefstijl en omgeving. Ze zijn daardoor te beïnvloeden
Nieuwe risicofactor variabiliteit: Korte-termijn variabiliteit in fysiologische
functies en psychologische eigenschappen blijkt een belangrijke voorspeller
van een slechte uitkomst op oudere leeftijd en kan duiden op verminderde
reserve.
Behoud van cognitief vermogen wordt voorspeld door een hoger
opleidingsniveau, meer lichamelijke inspanning, een betere longfunctie en
een sterker gevoel van zelfeffectiviteit.
Fysiek functioneren wordt bevorderd door matige/stevige
lichaamsbeweging, emotionele steun van naasten, een lager
BMI en een hoger inkomen.
Sociale betrokkenheid en productieve activiteiten zijn cruciaal
voor succesvol ouder worden. Dit wordt mogelijk gemaakt door
een hoge functionele capaciteit, een hoger opleidingsniveau en
een sterker gevoel van zelfeffectiviteit.