Filosofie
KANT
->durf te denken
->sapere aude = heb moed je eigen verstand te gebruiken
->verlichting = de aan zichzelf te wijten onmondigheid door een gebrek aan moed en lui en
laf te zijn achter zich laten
->moed hebben zelf te denken en niet klakkeloos over te nemen wat anderen zeggen
->gebruik zelf je verstand en denk na over wat je waarneemt of hoort van anderen
->scheiding van kerk en staat is noodzakelijk om aan verlichting te doen
->een publiek kan maar langzaam tot verlichting komen omdat ze nooit de vrijheid kregen om
zelf na te denken en dus ook mondig te zijn
->in het openbaar hebben ze de vrijheid om ten volle gebruik te maken van hun verstand
->in hun privé en beroep (burgerlijke betrekking) moeten ze vasthouden aan de mening van
je job en moeten ze zonder tegenspraak gehoorzamen
->”redeneer zoveel je wil en waarover je wil als je maar gehoorzaamt”
->geloof en rede staan los van elkaar, maar niet vijandig tegenover elkaar
->….laatste pagina’s nog eens lezen en hierin zetten
IBN ROESJD (AVERROES)
->het beslissende woord
Goddelijke wet roept mensen ertoe deze 3 methoden te gebruiken zodat iedereen tot eeen
bevestigend oordeel kan komen
Mogelijkheden die mensen hebben om tot een bepaald oordeel te komen:
->allegorisch = de geleerden (elite)
-logische bewijsvoering
-stevig in kennis staanden
-enkel hun kennis delen met hun eigen klassen om het aantal ‘dwazen’ niet te vergroten
->dialectisch = de tussengroep
-algemeen aanvaarde opvattingen
-redeneren en discussieren met elkaar
->retorisch = voor de massa
, -beelden en vergelijkingen die op het gevoel inspelen
->mensen bezitten kennis, maar je moet ze tot ware kennis brengen
->adviezen overnemen van mensen die stevig in kennis staande zijn op een vakgebied waar
je niet echt iets vanaf weet
->filosofie en geloof kunnen samengaan = tegenstelling tot kant
->als iemand anders al onderzoek heeft gedaan naar iets is het vanzelfsprekend dat we
verder bouwen op die vergaarde kennis die er al is zodat kennis volledig kan worden
->waarheid kan niet in strijd zijn met waarheid, maar moet ermee in overeenstemming zijn
->kijken of het wordt genoemd in de heilige tekst (link met geloof)
-tegenspraak tussen logische redeneringen en heilige teksten = allegorisch interpretatie
nodig (geleerden)
-Allegorische interpretatie = het uitbereiden van de betekenis van iets wat gezegd wordt
van de echte betekenis nr de overdrachtelijke betekenis, zonder dat het daarbij genegeerd
wordt wat er in het Arabisch gebruikelijke manieren zijn om iets overdrachtelijk aan te duiden
ARISTOTELES
Voortreffelijkheid = een proces waarin we er voortdurend ernaar streven iets zo goed
mogelijk te doen
->wat goed is om te doen verschilt per persoon
->voortreffelijkheid van karakter = gewoonte
->geen enkele voortreffelijkheid van karakter ontstaat door natuurlijke aanleg in ons
-wat van nature in ons zit kan niet door gewoonte veranderd worden
-we hebben al onze natuurlijke eigenschappen waarvan we eerst het vermogen bezitten en
pas later overeenkomstige activiteiten kunnen uitvoeren
-we verwerven ze door ze eerst te beoefenen
Vb: je wordt rechtvaardig door je rechtvaardig te gedragen, je wordt dapper door je dapper te
gedragen,…
->voortreffelijkheid van intellect = tijd en ervaring
->eudamonia = geluk
->voortrefelijkheid is geen eigenschap die voor eens en altijd vastligt, maar waarbij we
voortdurend streven om zo goed mogelijk dingen te doen
->mens is een politiek dier
-een wezen dat gelukkig wordt en floreert als hij optrekt met soortgenoten
KANT
->durf te denken
->sapere aude = heb moed je eigen verstand te gebruiken
->verlichting = de aan zichzelf te wijten onmondigheid door een gebrek aan moed en lui en
laf te zijn achter zich laten
->moed hebben zelf te denken en niet klakkeloos over te nemen wat anderen zeggen
->gebruik zelf je verstand en denk na over wat je waarneemt of hoort van anderen
->scheiding van kerk en staat is noodzakelijk om aan verlichting te doen
->een publiek kan maar langzaam tot verlichting komen omdat ze nooit de vrijheid kregen om
zelf na te denken en dus ook mondig te zijn
->in het openbaar hebben ze de vrijheid om ten volle gebruik te maken van hun verstand
->in hun privé en beroep (burgerlijke betrekking) moeten ze vasthouden aan de mening van
je job en moeten ze zonder tegenspraak gehoorzamen
->”redeneer zoveel je wil en waarover je wil als je maar gehoorzaamt”
->geloof en rede staan los van elkaar, maar niet vijandig tegenover elkaar
->….laatste pagina’s nog eens lezen en hierin zetten
IBN ROESJD (AVERROES)
->het beslissende woord
Goddelijke wet roept mensen ertoe deze 3 methoden te gebruiken zodat iedereen tot eeen
bevestigend oordeel kan komen
Mogelijkheden die mensen hebben om tot een bepaald oordeel te komen:
->allegorisch = de geleerden (elite)
-logische bewijsvoering
-stevig in kennis staanden
-enkel hun kennis delen met hun eigen klassen om het aantal ‘dwazen’ niet te vergroten
->dialectisch = de tussengroep
-algemeen aanvaarde opvattingen
-redeneren en discussieren met elkaar
->retorisch = voor de massa
, -beelden en vergelijkingen die op het gevoel inspelen
->mensen bezitten kennis, maar je moet ze tot ware kennis brengen
->adviezen overnemen van mensen die stevig in kennis staande zijn op een vakgebied waar
je niet echt iets vanaf weet
->filosofie en geloof kunnen samengaan = tegenstelling tot kant
->als iemand anders al onderzoek heeft gedaan naar iets is het vanzelfsprekend dat we
verder bouwen op die vergaarde kennis die er al is zodat kennis volledig kan worden
->waarheid kan niet in strijd zijn met waarheid, maar moet ermee in overeenstemming zijn
->kijken of het wordt genoemd in de heilige tekst (link met geloof)
-tegenspraak tussen logische redeneringen en heilige teksten = allegorisch interpretatie
nodig (geleerden)
-Allegorische interpretatie = het uitbereiden van de betekenis van iets wat gezegd wordt
van de echte betekenis nr de overdrachtelijke betekenis, zonder dat het daarbij genegeerd
wordt wat er in het Arabisch gebruikelijke manieren zijn om iets overdrachtelijk aan te duiden
ARISTOTELES
Voortreffelijkheid = een proces waarin we er voortdurend ernaar streven iets zo goed
mogelijk te doen
->wat goed is om te doen verschilt per persoon
->voortreffelijkheid van karakter = gewoonte
->geen enkele voortreffelijkheid van karakter ontstaat door natuurlijke aanleg in ons
-wat van nature in ons zit kan niet door gewoonte veranderd worden
-we hebben al onze natuurlijke eigenschappen waarvan we eerst het vermogen bezitten en
pas later overeenkomstige activiteiten kunnen uitvoeren
-we verwerven ze door ze eerst te beoefenen
Vb: je wordt rechtvaardig door je rechtvaardig te gedragen, je wordt dapper door je dapper te
gedragen,…
->voortreffelijkheid van intellect = tijd en ervaring
->eudamonia = geluk
->voortrefelijkheid is geen eigenschap die voor eens en altijd vastligt, maar waarbij we
voortdurend streven om zo goed mogelijk dingen te doen
->mens is een politiek dier
-een wezen dat gelukkig wordt en floreert als hij optrekt met soortgenoten