Materiele privaatrecht: regels over rechten en plichten.
Formele privaatrecht: wijze om regels hand te haven.
Boek 3 -> vermogensrecht
Boek 5 -> zakelijk recht
Kenmerken goederenrecht:
Absolute werking: rechten die je op iedereen kan uitroepen
Gesloten systeem
Dwingend recht
Art. 3:1 BW regelt goederen
Art. 3:2 BW regelt zaken -> bijna alles wat mensen aanraken zijn
zaken
Art. 3:3 lid 1 BW zijn onroerende zaken
Art. 3:3 lid 2 BW zijn roerende zaken
Art. 3:4 lid 1 BW: bestanddelen o.b.v. immateriële band
Art. 3:4 lid 2 BW: bestanddelen o.b.v. materiële band
Depex/Curatoren-arrest gaf aanwijzingen op de verkeersopvattingen (lid
1):
1. Is er sprake van constructieve afstemming?
2. Is de hoofdzaak onvoltooid zonder het bestanddeel?
Registergoederen (art. 3:10 BW): in openbare register met notariële
akte.
Vereisten:
1. Register bestaan;
2. Openbaar zijn;
3. Constitutief zijn.
Kenmerken goederenrechtelijke rechten:
1. Hebben absolute werking;
2. Hebben ‘droit de suite’/zaaksgevolg;
3. Rechthebbende is een separatist in faillissement.
Art. 5:20 lid 1 sub e BW heeft betrekking op natrekking
Zakenrechtelijke zelfstandigheid verliezen door het bestanddeel
worden van een andere zaak.
Portacabin-arrest zegt dat bij duurzaam verenigd bepalend is of het
naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatste te
blijven.
-> kijkend of dit naar buiten kenbaar is gemaakt.
, Art. 3:3 lid 1 BW jo. art. 5:20 lid 1 sub e BW en HR Portacabin (r.o.
3.3)
Prota
Romulus werd koning (rex) van Rome
De koning kon wetten (edicten) uitvaardigen
En de volksvergadering kon leges (lex; wetten) maken.
Als er een nieuwe praetor was werden de edicten op een schutting
op het Forum Romanum geschreven
Twee grote ontwikkelingen in keizertijd:
1. Senaten consulten kregen kracht van de wet. De Senaat nam de
macht van de volksvergadering over, want ze konden niet meer bij
een komen omdat Rome een metropool was geworden.
2. Men liet zich bij processen in het vervolg consulteren door juristen
(iuris consulti)
In 527 werd Justinianus keizer. Hij wilde meer gebied door middel
van wetten en leger. Zijn wettelijke middelen:
1. Codex Justinianus
- bundeling van vorderingen van de keizer
2. Digesten/Pandekten
3. Instituten/elementen
4. Novellen
In het Romeinse goederenrecht worden zaken onderscheiden in
lichamelijke en onlichamelijke zaken.
Lichamelijk: eigendomsrechten op lichamelijke zaken
Onlichamelijk: vermogensrechten
Res mancipi: grond in Italië, slaven, getemde dieren en landelijke
erfdienstbaarheid
- overgedragen door mancipatio
Res nec mancipi: alle andere zaken
- overgedragen door traditio (bezitsverschaffing)
Portacabin – art. 3:3 BW, roerend/onroerend
Op een terrein stond een portacabin die naast een bedrijfsgebouw op
hetzelfde perceel geplaatst was. De portacabin was op allerlei manieren
aangesloten.
Rechtsregel (r.o. 3.3): een gebouw of werk is onroerend zodra het naar
aard en inrichting bestemd is duurzaam ter plaatse te blijven EN deze
bestemming kenbaar is aan derden.
, Watertoren II – art. 3:13 BW, misbruik van recht
Stolk plaatst palen met lappen op zijn terrein, precies in het zicht van
Goes. Nadat de palen zijn verwijderd op last van de rechter, zet Stolk op
dezelfde plek een ijzeren watertoren neer. Hij stelt dat dit bedoeld is voor
watervoorziening, maar de toren is aanvankelijk niet aangesloten en lijkt
vooral bedoeld om Goes te dwarsbomen.
Rechtsregel: Een eigenaar maakt misbruik van eigendomsrecht wanneer:
1. Hij zijn bevoegdheid uitsluitend uitoefent om een ander te schaden;
2. Het bouwwerk of handelen geen redelijk belang dient;
3. De uitoefening van het eigendomsrecht daardoor kennelijk onredelijk is.
Dit geldt ook wanneer de eigenaar formeel binnen de grenzen van zijn
eigendomsrecht blijft.
Grensoverschrijdende garage – art. 3:13 lid 2 BW, misbruik van recht
Kuipers wil een garage bouwen die voor een paar centimeter op het terrein
van zijn buurvrouw komt, waar zij mee akkoord gaat. Hij komt voor 70 cm
op haar terrein, daar gaat zij niet mee akkoord en wil dat de garage
gesloopt wordt. Hierdoor zou de garage volgens Kuipers onbruikbaar
worden.
Rechtsregel: In beginsel mag de eigenaar altijd verwijdering eisen van een
op zijn grond gebouwd bouwwerk, ongeacht of de wederpartij te goeder
trouw was of schadevergoeding aanbiedt. Maar als de verwijdering
onevenredig veel nadeel oplevert vergeleken met het belang van de
eigenaar, dan kan zo’n vordering misbruik van recht opleveren. Daarvoor
moeten wel bijzondere omstandigheden zijn.
Kraaien en roeken – art. 6:162 BW, onrechtmatige daad door inbreuk op
subjectief recht
Exploitant stort jarenlang huisvuil in een plas nabij een boomgaard,
hiervoor heeft hij een vergunning. Door het vuil worden kraaien en roeken
aangetrokken. De eigenaar van de boomgaard lijdt veel schade.
Rechtsregel: het hebben van een vergunning sluit aansprakelijkheid
wegens onrechtmatige hinder niet uit. Hinder van inbreuk maken op het
eigendomsrecht van een ander en dus een onrechtmatige daad opleveren.
Sleepboot Egbertha – eigendomsvoorbehoud en natrekking
Stork geeft een motor aan Van Gelderen verkocht, waarbij is bepaald dat
de motor eigendom van Stork zou blijven, zolang Van Gelderen de motor
niet volledig zou hebben betaald. Betaling is nog niet volledig gedaan
terwijl hij in Sleepboot Egbertha wordt gemonteerd, waarvan Van Gelderen
eigenaar is. Een derde partij eist vordering op de sleepboot (en motor) na
achterstallige betaling van Van Gelderen.