stereotypen
*Hoofdstuk 7 in het boek
63
, 6. Stereotypering
6.1 Stereotypen
Een stereotiep
= Een bijna onwrikbare opvatting die we over een persoon hebben op basis van zijn
lidmaatschap van een specifieke groep
Soorten stereotypering
1. Persoonlijke stereotypen
Één persoon heeft dat beeld
Vb : Lady Gaga is altijd mooi gekleed
2. Sociale stereotypen
Hele groep mensen die dat beeld heeft
Vb : Nederlanders zijn gierig
3. Autostereotypen
Een groep heeft over zichzelf een stereotiep
Vb : de maatschappij heeft een beeld over West-Vlamingen zoals ze niet
kunnen praten maar de West-Vlamingen zelf hebben een ander beeld
zoals harde werkers
Vooroordelen
= Een onrechtvaardige negatieve stereotiepe opvatting over een ander, uitsluitend
gebaseerd op het feit dat de ander tot een groep behoort
Denken in meer- en minderwaardigheid : is negatief
Etnocentrisme
= Iemand beschouwt zijn eigen etnische groep (land, volk, godsdienst,..) als beter of
hoogwaardiger
Waarden en normen afwegen aan de eigen cultuur – anderen aan onze w&n aftoetsen
extreme versie van de ingroup-outgroup gedachte
Groepsleiders spelen in op de gevoelens van angst en haat
Racisme
= Een aan etnocentrisme verwante en foute denkwijze waarbij men mensen van een
andere cultuur veroordeelt
Zichtbaar <-> etnocentrisme niet
64