Opgaven werkcollege 4
jaar 2025/2026
Vraag 1
Xander overlijdt. Hij had geen testament.
Xander (72) was gehuwd, sinds 1989, met Yvonne (63), met de wettelijke gemeenschap van
goederen als toepasselijk huwelijksvermogensregime. Het vermogen van Xander en Yvonne
bestaat uit een woning (€ 4.000.000), een banksaldo (€ 500.000) en een beleggingsrekening (€
4.500.000).
Xander en Yvonne hebben twee kinderen Adriaan (38) en Bea (35).
Vraag A)
Bereken de door de erfgenamen verschuldigde erfbelasting.
In dit geval overlijdt Xander ab intestato; hij is getrouwd in algehele gemeenschap van goederen met
Yvonne. Het gehele vermogen bedraagt 4 miljoen + 500k + 4.5 miljoen = 9 miljoen in totaal.
Daarvan komt 1/2de toe aan de nalatenschap = 4.5 miljoen.
Er is geen testament, er is wel een partner/langstlevende en 2 kinderen. Dit maakt dat de wettelijke
verdeling uit art. 4;13 BW van toepassing is. Dit betekent dat de echtgenote en het kind (de kinderen)
voor gelijke delen erfgenamen zijn. alle tot de nalatenschap behorende goederen en schulden
worden echter aan de langstlevende toegedeeld. Omdat deze dan meer krijgt dan haar erfdeel, krijgt
zij voor de erfdelen van de kinderen een overbedelingschuld aan de kinderen. Over de
overbedelingsschuld dient jaarlijks een enkelvoudige rente te worden bijgeschreven voor zover de
wettelijke rente meer bedraagt dan 6%. Voor de toepassing van de successiewet wordt de
overbedelingsschuld als renteloos aangemerkt.
In dit geval heeft de langstlevende de beschikking over het vermogen, en is de vordering niet
opeisbaar waardoor de langstlevende dus het voordeel heeft van het rendement. De SW stelt dit
rendement op 6% per jaar ogv art. 21 lid 14 SW jo art. 10 Uitvoeringsbesluit SW.
Omdat het gaat om een wettelijke verdeling, gaan we voor de SW ervan uit dat er geen sprake is van
een rente; dus 0%.
De 6% van de waarde vermenigvuldig je met de factor uit het Uitvoeringsbesluit; in dit geval
is Yvonne ouder dan 60, maar jonger dan 65, en dus is de factor die daarbij hoort 10;
Dus 3 miljoen (hetgeen wat de kinderen eigenlijk hoorden te krijgen maar door de wettelijke
verdeling heeft Yvonne hiervan het vruchtgebruik) * 6% * 10 = 1.8 miljoen (900k per kind) dat
wordt Yvonne geacht te krijgen naast haar erfdeel van 1.5 miljoen. Totaal is dat dus 1.5 + 1.8
= 3.3 miljoen euro. dat is voor de heffing van de erfbelasting de verkrijging van de
langstlevende. De kinderen worden alleen belast voor het bloot eigendom; hun verkrijging is
dus 600k.
Verschuldigde erfbelasting;
Yvonne; verkrijging van 3.3 miljoen. – partnervrijstelling (804.698) = 2.495.302 euro.
Eerste 154.197 = 10% = 15.419 euro
Overige 2.495.302 euro – 154.197 = 2.341.105 euro = 20% 468.221 euro
Totale belasting = 468.221 euro + 15.419 euro = 483.640 euro.
Kinderen; verkrijging was 600k – vrijstelling van 25.490 = 574.510 euro
Eerste 154.197 euro = 10% = 15.419 euro aan belasting
Overige 420.313 = 20% = 84.062,6 euro;
Totale belasting voor de kinderen = 99.481,6 euro.
, Yvonne heeft op een verjaardag gehoord dat het fiscaal gunstig is om met haar kinderen
overeen te komen dat hun vorderingen een samengestelde rente zullen dragen van 6% per
jaar.
Vraag B)
Zou u dat in dit geval aanraden?
Indien ogv een wettelijke verdeling of ouderlijke boedelverdeling de kinderen een vordering krijgen op
de langstlevende echtgenoot, wordt voor de toepassing van de erfbelasting de waarde van de
vordering mede bepaald door de rente die daarop wordt bijgeschreven. Omdat de vordering tijdens
het leven van de langstlevende meestal niet opeisbaar is, wordt ervan uitgegaan dat de
langstlevende het genotsrecht heeft van het schuldig gebleven bedrag. De waardering van deze
vorderingen en schulden vindt dan plaats op grond van art. 21 lid 14 SW. Schrijft de langstlevende
een samengestelde rente bij van 6%, dan bedraagt de waarde van het genotsrecht nihil en worden
de vorderingen op de nominale waarde gewaardeerd.
Indien partijen een fictief vruchtgebruik van de vordering willen voorkomen, wordt bepaald dat de
enkelvoudige rente gelijk is aan een samengestelde rente van 6%. Deze enkelvoudige rente wordt
berekend aan de hand van de statistische levensverwachting van de langstlevende.
Het ligt er dus aan hoe oud/wat de statistische levensverwachting is van de langstlevende
echtgenoot, in dit geval Yvonne; zij is in dit geval 63; wat maakt dat haar statistische
levensverwachting tegen de 23/24 jaar zal liggen. Dit maakt dat indien zij jaarlijks 6% samengestelde
interest zou bijschrijven, de schuld over 23 jaar 11.459 miljoen zal bedragen. Er wordt dus in totaal
8.459 miljoen bijgeschreven. Berekend over een periode van 24 jaar komt dat neer op een
enkelvoudige rente van ongeveer 13% per jaar. Er moet dus worden gekeken naar de statistische
levensverwachting. In dit geval zal die nog ongeveer 23 jaar zijn, waardoor ik in dit geval wel zou
aanraden dat Yvonne met de kinderen overeenkomt dat hun vorderingen een samengestelde rente
zullen dragen van 6% per jaar.
In beginsel geldt de wettelijke rente, maar de erfgenamen kunnen overeenkomen dat er een andere
(wettelijke) rente wordt gehanteerd.
Wg; als de nominale verkrijging 125k;
Zou je het aanraden; in de situatie van de casus betaal je minder bij het 2 de overlijden, omdat de
vorderingen groten worden, nlp meer uitgehold, dus minder belasting die wordt geheven.
Vraag C)
Zo ja, wat is noodzakelijk om het beoogde effect te bereiken?
Voor het omzetten/aanpassen van de wettelijke rente dient binnen 8 maanden een notariële
renteovereenkomst te worden opgemaakt/gesloten.
- Hoe kun je die renteovereenkomst afsluiten; 1 lid 3 + termijn van 8 maanden (of evt. uitstel). Doe
je dat niet dan wordt het gezien als schenking.
jaar 2025/2026
Vraag 1
Xander overlijdt. Hij had geen testament.
Xander (72) was gehuwd, sinds 1989, met Yvonne (63), met de wettelijke gemeenschap van
goederen als toepasselijk huwelijksvermogensregime. Het vermogen van Xander en Yvonne
bestaat uit een woning (€ 4.000.000), een banksaldo (€ 500.000) en een beleggingsrekening (€
4.500.000).
Xander en Yvonne hebben twee kinderen Adriaan (38) en Bea (35).
Vraag A)
Bereken de door de erfgenamen verschuldigde erfbelasting.
In dit geval overlijdt Xander ab intestato; hij is getrouwd in algehele gemeenschap van goederen met
Yvonne. Het gehele vermogen bedraagt 4 miljoen + 500k + 4.5 miljoen = 9 miljoen in totaal.
Daarvan komt 1/2de toe aan de nalatenschap = 4.5 miljoen.
Er is geen testament, er is wel een partner/langstlevende en 2 kinderen. Dit maakt dat de wettelijke
verdeling uit art. 4;13 BW van toepassing is. Dit betekent dat de echtgenote en het kind (de kinderen)
voor gelijke delen erfgenamen zijn. alle tot de nalatenschap behorende goederen en schulden
worden echter aan de langstlevende toegedeeld. Omdat deze dan meer krijgt dan haar erfdeel, krijgt
zij voor de erfdelen van de kinderen een overbedelingschuld aan de kinderen. Over de
overbedelingsschuld dient jaarlijks een enkelvoudige rente te worden bijgeschreven voor zover de
wettelijke rente meer bedraagt dan 6%. Voor de toepassing van de successiewet wordt de
overbedelingsschuld als renteloos aangemerkt.
In dit geval heeft de langstlevende de beschikking over het vermogen, en is de vordering niet
opeisbaar waardoor de langstlevende dus het voordeel heeft van het rendement. De SW stelt dit
rendement op 6% per jaar ogv art. 21 lid 14 SW jo art. 10 Uitvoeringsbesluit SW.
Omdat het gaat om een wettelijke verdeling, gaan we voor de SW ervan uit dat er geen sprake is van
een rente; dus 0%.
De 6% van de waarde vermenigvuldig je met de factor uit het Uitvoeringsbesluit; in dit geval
is Yvonne ouder dan 60, maar jonger dan 65, en dus is de factor die daarbij hoort 10;
Dus 3 miljoen (hetgeen wat de kinderen eigenlijk hoorden te krijgen maar door de wettelijke
verdeling heeft Yvonne hiervan het vruchtgebruik) * 6% * 10 = 1.8 miljoen (900k per kind) dat
wordt Yvonne geacht te krijgen naast haar erfdeel van 1.5 miljoen. Totaal is dat dus 1.5 + 1.8
= 3.3 miljoen euro. dat is voor de heffing van de erfbelasting de verkrijging van de
langstlevende. De kinderen worden alleen belast voor het bloot eigendom; hun verkrijging is
dus 600k.
Verschuldigde erfbelasting;
Yvonne; verkrijging van 3.3 miljoen. – partnervrijstelling (804.698) = 2.495.302 euro.
Eerste 154.197 = 10% = 15.419 euro
Overige 2.495.302 euro – 154.197 = 2.341.105 euro = 20% 468.221 euro
Totale belasting = 468.221 euro + 15.419 euro = 483.640 euro.
Kinderen; verkrijging was 600k – vrijstelling van 25.490 = 574.510 euro
Eerste 154.197 euro = 10% = 15.419 euro aan belasting
Overige 420.313 = 20% = 84.062,6 euro;
Totale belasting voor de kinderen = 99.481,6 euro.
, Yvonne heeft op een verjaardag gehoord dat het fiscaal gunstig is om met haar kinderen
overeen te komen dat hun vorderingen een samengestelde rente zullen dragen van 6% per
jaar.
Vraag B)
Zou u dat in dit geval aanraden?
Indien ogv een wettelijke verdeling of ouderlijke boedelverdeling de kinderen een vordering krijgen op
de langstlevende echtgenoot, wordt voor de toepassing van de erfbelasting de waarde van de
vordering mede bepaald door de rente die daarop wordt bijgeschreven. Omdat de vordering tijdens
het leven van de langstlevende meestal niet opeisbaar is, wordt ervan uitgegaan dat de
langstlevende het genotsrecht heeft van het schuldig gebleven bedrag. De waardering van deze
vorderingen en schulden vindt dan plaats op grond van art. 21 lid 14 SW. Schrijft de langstlevende
een samengestelde rente bij van 6%, dan bedraagt de waarde van het genotsrecht nihil en worden
de vorderingen op de nominale waarde gewaardeerd.
Indien partijen een fictief vruchtgebruik van de vordering willen voorkomen, wordt bepaald dat de
enkelvoudige rente gelijk is aan een samengestelde rente van 6%. Deze enkelvoudige rente wordt
berekend aan de hand van de statistische levensverwachting van de langstlevende.
Het ligt er dus aan hoe oud/wat de statistische levensverwachting is van de langstlevende
echtgenoot, in dit geval Yvonne; zij is in dit geval 63; wat maakt dat haar statistische
levensverwachting tegen de 23/24 jaar zal liggen. Dit maakt dat indien zij jaarlijks 6% samengestelde
interest zou bijschrijven, de schuld over 23 jaar 11.459 miljoen zal bedragen. Er wordt dus in totaal
8.459 miljoen bijgeschreven. Berekend over een periode van 24 jaar komt dat neer op een
enkelvoudige rente van ongeveer 13% per jaar. Er moet dus worden gekeken naar de statistische
levensverwachting. In dit geval zal die nog ongeveer 23 jaar zijn, waardoor ik in dit geval wel zou
aanraden dat Yvonne met de kinderen overeenkomt dat hun vorderingen een samengestelde rente
zullen dragen van 6% per jaar.
In beginsel geldt de wettelijke rente, maar de erfgenamen kunnen overeenkomen dat er een andere
(wettelijke) rente wordt gehanteerd.
Wg; als de nominale verkrijging 125k;
Zou je het aanraden; in de situatie van de casus betaal je minder bij het 2 de overlijden, omdat de
vorderingen groten worden, nlp meer uitgehold, dus minder belasting die wordt geheven.
Vraag C)
Zo ja, wat is noodzakelijk om het beoogde effect te bereiken?
Voor het omzetten/aanpassen van de wettelijke rente dient binnen 8 maanden een notariële
renteovereenkomst te worden opgemaakt/gesloten.
- Hoe kun je die renteovereenkomst afsluiten; 1 lid 3 + termijn van 8 maanden (of evt. uitstel). Doe
je dat niet dan wordt het gezien als schenking.