Opgaven werkcollege 8 – 14 januari 2026
Vraag 1
Wat zijn de gevolgen voor de erfbelasting in de volgende situaties? Graag de omvang van de
belastbare verkrijging uitrekenen, berekening van de verschuldigde erfbelasting is niet nodig.
(a) Albert heeft een agrarisch bedrijf, in de vorm van een eenmanszaak. De
liquidatiewaarde van het bedrijf is € 1.600.000 en de waarde going concern bedraagt €
1.100.000. Albert overlijdt en Beatrice is enig erfgenaam.
Het gaat hier om een bedrijfsopvolging krachtens erfrecht, waardoor moet worden gekeken naar art.
35b SW;
In dit geval gaat het om een verkrijging waarbij de totale waarde van het ondernemingsvermogen van
de objectieve onderneming 1.5 miljoen te boeven gaat, en dus dient te worden gekeken naar art. 35b
lid 1 sub b.
In dit geval is de liquidatiewaarde hoger dan de waarde going concern; en is er dus sprake van een
vrijstelling van 100% van het verschil tussen die 2. In dit geval is er dus 1.6 – 1.1 mil = 500k volledig
vrijgesteld. Vervolgens komen we uit bij art. 35b lid 1 sub b onder 2; de totale waarde van het
ondernemingsvermogen waarop de verkrijging betrekking heeft gaat, na toepassing van hetgeen
onder 1, niet 1.5 miljoen te boven (is immers 500k) en is daardoor ook volledig vrijgesteld. de
volledige verkrijging van B is dus vrijgesteld.
Art. 21 jo 35b SW;
Art. 21 lid 13 SW; de waarde van een onderneming wordt bepaald alsof de onderneming wordt
voortgezet (waarde going concern), maar ten minste op de liquidatiewaarde. (als de going concern
waarde dus lager is dan de liquidatiewaarde, dan wordt de liquidatiewaarde aangenomen).
Wg;
BOR; we zijn vooral bezig met de basis; wat is ongeveer de omvang; op hoofdlijnen weten wat het is,
ongeveer de omvang ,wie kan er gebruik van maken, rekening houden met testament, want die
kunnen invloed hebben.
Wel tentamenstof; komt vaak aan bod; belangrijk onderwerp;
Opdracht 1;
Omvang belastbare verkrijging berekenen; en de omvang van de BOR;
- Begint met Albert, heeft een agrarisch bedijrf (eenmaszaak) liquidatiewaarde = 1.6 mil, going
concern = 1.1 mil.
, - Liquidatiewaarde = als je de vermogensbestanddelen wil verkopen en niet meer de
onderneming wil voortzetten. Niet het geheel overdragen aan iemand om het voort te zetten;
maar alles in een keer verkopen; de vermogensbestanddelen. Bij een onderneming is alles bij
elkaar/samen meer waard dan alle stukjes apart; dan kan je bijv. ook het klantenbestand e.d.
overnemen. Soms kan de liquidatiewaarde echter hoger zijn dan de going-concernwaarde;
bijv. in het geval van een agrarisch bedrijf; in beginsel zou je minder krijgen als je alles apart
verkoopt (dus koeien apart, grond apart e.d.), maar soms kun je meer krijgen als je het apart
verkoopt, bijv. omdat er een projectontwikkelaar is die interesse heeft. die geeft dan niets over
de koeien e.d. maar wil alleen de grond gebruiken.
- Nu draag je de onderneming krachtens erfrecht over van Albert naar Beatrice; B krijgt de
onderneming krachtens erfrecht; eerste vraag is wat is de waarde van de onderneming?
art. 21 Sw; voor ondernemingen geldt de waarde van going-concern; maar ten minste de
liquidatiewaarde. als je de bedoeling hebt om een onderneming voort te zetten, maar de
liquidatiewaarde is hoger, dan krijg je ook een best hoge heffing terwijl je de onderneming niet
volledig liquide wil maken (je wil immers voortzetten).
- Daarom is de BOR (35b Sw); daar staat dat als liq. waarde hoger is dan going concern, dat
verschil altijd is vrijgesteld; daarmee wordt je een beetje tegemoet gekomen.
- Mbt going-concern heb je dan de vrijstelling; BOR; eerste stuk 100% vrijgesteld (2025; 1.5
mil, alles daarboven = 75%) bestaat uit 3 stukjes
- Hier krijgt B een onderneming met hogere liq. Waarde; verkrijging is dus 1.6 mil. Stel dat ze
de BOR kan toepassing; is het verschil tussen de liq. Waarde en de waarde going concern
sowieso al vrijgesteld (500k) dan resteert 1.1 mil; en dat valt volledig onder de 100%
vrijstelling van 1.5 mil; dus volledig vrijgesteld.
(b) Christien heeft een onderneming met een going-concernwaarde van € 800.000.
Christien legateert de onderneming aan haar dochter Diana tegen inbreng van de
waarde.
Diana en zoon Eduard zijn de erfgenamen van Christien. Het overige vermogen van
Christien heeft een waarde van € 1.000.000.
In dit geval is de onderneming gelegateerd aan D tegen inbreng van de waarde. Ogv art. 35b lid 4 SW
wordt de last/tegenprestatie niet in mindering gebracht op de waarde van het verkregen
ondernemingsvermogen. Hierdoor moet alsnog worden gekeken naar de volledige waarde van de
onderneming.
Voor Diana is er dus sprake van een verkrijging van ondernemingsvermogen waarbij de totale waarde
niet boven de 1.5 miljoen is. Deze verkrijging is dus vrijgesteld.
, Verder heeft de nalatenschap een totale omvang van 800k + 1 miljoen = 1.8 mil. Er zijn 2
erfgenamen, welke beiden 900k krijgen. Omdat Diana voor 800k aan ondernemingsvermogen krijgt
(en dit is vrijgesteld), wordt zij enkel belast over 100k (min de vrijstelling). Eduard is daarentegen
erfbelasting verschuldigd over de volledige 900k (minus de kindvrijstelling);
Voor de berekening wordt gekeken naar art. 21 jo 35b SW. Ogv art. 35b lid 4 SW wordt de omvang
van de faciliteiten niet beïnvloed door een opgelegde last of te leveren tegenprestatie. Gevolg is dat
het niet in mindering wordt gebracht op het ondernemingsvermogen, wat maakt dat er alsnog moet
worden gekeken naar de volledige waarde om te zien hoeveel hiervan is vrijgesteld.
Indien de liquidatiewaarde hoger is dan de going-concern waarde, geldt een vrijstelling voor het
gedeelte waarmee de liquidatiewaarde de going concern waarde overtreft. Dat is in casu niet aan de
orde.
Vervolgens is de going-conernwaarde vrijgesteld tot € 1.500.000,-. Deze bedraagt € 800.000,- en is
dus volledig vrijgesteld. De omvang van de nalatenschap bedraagt € 1.800.000,- beide kinderen
krijgen € 900.000,-. Door middel van legaat Diana volledig ondernemingsvermogen heeft verkregen.
Omdat de onderneming aan Diana wordt toebedeeld is zij over slechts € 100.000 (minus de
kindvrijstelling) erfbelasting verschuldigd door toepassing van de BOR. Eduard is daarentegen over €
900.000 (minus de kindvrijstelling) erfbelasting verschuldigd (25.000) 875.000 (10 eerste 150.000 en
20 over de rest)
Voldaan bezitseis erflater (5 jaar) en verkregen door iemand die 5 jaar gaat voortzetten Dus wel
voldoen aan voorwaarden
Wg;
Wat zit in de nlp; 1.8 mil; een onderneming (800k) en overig vermogen (1 mil). Dat zit in de nlp als C
overlijdt.
Volgende stap; wat is qua erfrecht gebeurd? Kinderen verkrijgen allebei de nlp. Zij krijgen niet allebei
de helft; want er is een legaat. Ze zijn wel samen erfgenaam, maar 1 persoon is zowel erfgenaam als
legataris (pre-legaat); dan ben je wel samen erfgenaam; maar haal je wel eerst een bepaald
vermogensbestanddeel uit de nlp tbv de legataris. (wel samen erfgenaam; maar D moet het
vermogensbestanddeel hebben. Als je dat tegen inbreng van de waarde doet dan benadeel je niet de
andere erfgenaam, maar zorg je er wel voor dat 1 vermogensbestanddeel uit de nlp toekomt aan
bepaalde erfgenamen; ook hier. Onderneming gelegateerd aan de legataris, maar wel tegen inbreng
van de waarde; of cash; of een vordering op D. vervolgens zijn zij ieder voor 1/2 de erfgenaam; wat
krijgen ze dan? Helft overig vermogen en de helft van de cash/vordering op/van Diana. Waarde
verkrijging van het legaat voor Diana is per saldo 0; ze krijgt 800k (onderneming) maar moet ook 800k
betalen; per saldo dus niks obv legaat.
Als erfgenamen krijgen zij wel ieder de helft van de nlp; en dat is dan 900k p.p. maar het is wel zo
dat Diana op haar verkrijging de BOR kan toepassen; en hoe komt dat? Omdat zij krachtens legaat
Vraag 1
Wat zijn de gevolgen voor de erfbelasting in de volgende situaties? Graag de omvang van de
belastbare verkrijging uitrekenen, berekening van de verschuldigde erfbelasting is niet nodig.
(a) Albert heeft een agrarisch bedrijf, in de vorm van een eenmanszaak. De
liquidatiewaarde van het bedrijf is € 1.600.000 en de waarde going concern bedraagt €
1.100.000. Albert overlijdt en Beatrice is enig erfgenaam.
Het gaat hier om een bedrijfsopvolging krachtens erfrecht, waardoor moet worden gekeken naar art.
35b SW;
In dit geval gaat het om een verkrijging waarbij de totale waarde van het ondernemingsvermogen van
de objectieve onderneming 1.5 miljoen te boeven gaat, en dus dient te worden gekeken naar art. 35b
lid 1 sub b.
In dit geval is de liquidatiewaarde hoger dan de waarde going concern; en is er dus sprake van een
vrijstelling van 100% van het verschil tussen die 2. In dit geval is er dus 1.6 – 1.1 mil = 500k volledig
vrijgesteld. Vervolgens komen we uit bij art. 35b lid 1 sub b onder 2; de totale waarde van het
ondernemingsvermogen waarop de verkrijging betrekking heeft gaat, na toepassing van hetgeen
onder 1, niet 1.5 miljoen te boven (is immers 500k) en is daardoor ook volledig vrijgesteld. de
volledige verkrijging van B is dus vrijgesteld.
Art. 21 jo 35b SW;
Art. 21 lid 13 SW; de waarde van een onderneming wordt bepaald alsof de onderneming wordt
voortgezet (waarde going concern), maar ten minste op de liquidatiewaarde. (als de going concern
waarde dus lager is dan de liquidatiewaarde, dan wordt de liquidatiewaarde aangenomen).
Wg;
BOR; we zijn vooral bezig met de basis; wat is ongeveer de omvang; op hoofdlijnen weten wat het is,
ongeveer de omvang ,wie kan er gebruik van maken, rekening houden met testament, want die
kunnen invloed hebben.
Wel tentamenstof; komt vaak aan bod; belangrijk onderwerp;
Opdracht 1;
Omvang belastbare verkrijging berekenen; en de omvang van de BOR;
- Begint met Albert, heeft een agrarisch bedijrf (eenmaszaak) liquidatiewaarde = 1.6 mil, going
concern = 1.1 mil.
, - Liquidatiewaarde = als je de vermogensbestanddelen wil verkopen en niet meer de
onderneming wil voortzetten. Niet het geheel overdragen aan iemand om het voort te zetten;
maar alles in een keer verkopen; de vermogensbestanddelen. Bij een onderneming is alles bij
elkaar/samen meer waard dan alle stukjes apart; dan kan je bijv. ook het klantenbestand e.d.
overnemen. Soms kan de liquidatiewaarde echter hoger zijn dan de going-concernwaarde;
bijv. in het geval van een agrarisch bedrijf; in beginsel zou je minder krijgen als je alles apart
verkoopt (dus koeien apart, grond apart e.d.), maar soms kun je meer krijgen als je het apart
verkoopt, bijv. omdat er een projectontwikkelaar is die interesse heeft. die geeft dan niets over
de koeien e.d. maar wil alleen de grond gebruiken.
- Nu draag je de onderneming krachtens erfrecht over van Albert naar Beatrice; B krijgt de
onderneming krachtens erfrecht; eerste vraag is wat is de waarde van de onderneming?
art. 21 Sw; voor ondernemingen geldt de waarde van going-concern; maar ten minste de
liquidatiewaarde. als je de bedoeling hebt om een onderneming voort te zetten, maar de
liquidatiewaarde is hoger, dan krijg je ook een best hoge heffing terwijl je de onderneming niet
volledig liquide wil maken (je wil immers voortzetten).
- Daarom is de BOR (35b Sw); daar staat dat als liq. waarde hoger is dan going concern, dat
verschil altijd is vrijgesteld; daarmee wordt je een beetje tegemoet gekomen.
- Mbt going-concern heb je dan de vrijstelling; BOR; eerste stuk 100% vrijgesteld (2025; 1.5
mil, alles daarboven = 75%) bestaat uit 3 stukjes
- Hier krijgt B een onderneming met hogere liq. Waarde; verkrijging is dus 1.6 mil. Stel dat ze
de BOR kan toepassing; is het verschil tussen de liq. Waarde en de waarde going concern
sowieso al vrijgesteld (500k) dan resteert 1.1 mil; en dat valt volledig onder de 100%
vrijstelling van 1.5 mil; dus volledig vrijgesteld.
(b) Christien heeft een onderneming met een going-concernwaarde van € 800.000.
Christien legateert de onderneming aan haar dochter Diana tegen inbreng van de
waarde.
Diana en zoon Eduard zijn de erfgenamen van Christien. Het overige vermogen van
Christien heeft een waarde van € 1.000.000.
In dit geval is de onderneming gelegateerd aan D tegen inbreng van de waarde. Ogv art. 35b lid 4 SW
wordt de last/tegenprestatie niet in mindering gebracht op de waarde van het verkregen
ondernemingsvermogen. Hierdoor moet alsnog worden gekeken naar de volledige waarde van de
onderneming.
Voor Diana is er dus sprake van een verkrijging van ondernemingsvermogen waarbij de totale waarde
niet boven de 1.5 miljoen is. Deze verkrijging is dus vrijgesteld.
, Verder heeft de nalatenschap een totale omvang van 800k + 1 miljoen = 1.8 mil. Er zijn 2
erfgenamen, welke beiden 900k krijgen. Omdat Diana voor 800k aan ondernemingsvermogen krijgt
(en dit is vrijgesteld), wordt zij enkel belast over 100k (min de vrijstelling). Eduard is daarentegen
erfbelasting verschuldigd over de volledige 900k (minus de kindvrijstelling);
Voor de berekening wordt gekeken naar art. 21 jo 35b SW. Ogv art. 35b lid 4 SW wordt de omvang
van de faciliteiten niet beïnvloed door een opgelegde last of te leveren tegenprestatie. Gevolg is dat
het niet in mindering wordt gebracht op het ondernemingsvermogen, wat maakt dat er alsnog moet
worden gekeken naar de volledige waarde om te zien hoeveel hiervan is vrijgesteld.
Indien de liquidatiewaarde hoger is dan de going-concern waarde, geldt een vrijstelling voor het
gedeelte waarmee de liquidatiewaarde de going concern waarde overtreft. Dat is in casu niet aan de
orde.
Vervolgens is de going-conernwaarde vrijgesteld tot € 1.500.000,-. Deze bedraagt € 800.000,- en is
dus volledig vrijgesteld. De omvang van de nalatenschap bedraagt € 1.800.000,- beide kinderen
krijgen € 900.000,-. Door middel van legaat Diana volledig ondernemingsvermogen heeft verkregen.
Omdat de onderneming aan Diana wordt toebedeeld is zij over slechts € 100.000 (minus de
kindvrijstelling) erfbelasting verschuldigd door toepassing van de BOR. Eduard is daarentegen over €
900.000 (minus de kindvrijstelling) erfbelasting verschuldigd (25.000) 875.000 (10 eerste 150.000 en
20 over de rest)
Voldaan bezitseis erflater (5 jaar) en verkregen door iemand die 5 jaar gaat voortzetten Dus wel
voldoen aan voorwaarden
Wg;
Wat zit in de nlp; 1.8 mil; een onderneming (800k) en overig vermogen (1 mil). Dat zit in de nlp als C
overlijdt.
Volgende stap; wat is qua erfrecht gebeurd? Kinderen verkrijgen allebei de nlp. Zij krijgen niet allebei
de helft; want er is een legaat. Ze zijn wel samen erfgenaam, maar 1 persoon is zowel erfgenaam als
legataris (pre-legaat); dan ben je wel samen erfgenaam; maar haal je wel eerst een bepaald
vermogensbestanddeel uit de nlp tbv de legataris. (wel samen erfgenaam; maar D moet het
vermogensbestanddeel hebben. Als je dat tegen inbreng van de waarde doet dan benadeel je niet de
andere erfgenaam, maar zorg je er wel voor dat 1 vermogensbestanddeel uit de nlp toekomt aan
bepaalde erfgenamen; ook hier. Onderneming gelegateerd aan de legataris, maar wel tegen inbreng
van de waarde; of cash; of een vordering op D. vervolgens zijn zij ieder voor 1/2 de erfgenaam; wat
krijgen ze dan? Helft overig vermogen en de helft van de cash/vordering op/van Diana. Waarde
verkrijging van het legaat voor Diana is per saldo 0; ze krijgt 800k (onderneming) maar moet ook 800k
betalen; per saldo dus niks obv legaat.
Als erfgenamen krijgen zij wel ieder de helft van de nlp; en dat is dan 900k p.p. maar het is wel zo
dat Diana op haar verkrijging de BOR kan toepassen; en hoe komt dat? Omdat zij krachtens legaat