4.4 De evolutietheorie
Ontstaanstheorie: Evolutie
Evolutie = geleidelijke ontwikkeling of groei. soorten blijven niet hetzelfde, maar
veranderen.
Ontstaanstheorie: Creationisme
Creationisme = god heeft al het leven op aarde gemaakt.
De neodarwinistische evolutietheorie
Natuurlijke selectie = dat evolutie plaats vindt doordat vooral de organismen binnen een
populatie die het best zijn aangepast aan de leefomgeving hun genen doorgeven aan de
volgende generatie
Natuurlijke selectie kan plaats vinden door genetische variatie.
Genetische variatie = individuen in een populatie verschillen van elkaar.
Genetische variatie kan plaats vinden door mutaties en recombinatie.
Mutaties = veranderingen in de genen.
Recombinatie = het herverdelen van erfelijke eigenschappen.
Door natuurlijke selectie hebben organisme met een slechte aangepaste fenotype een
kleinere overlevingskans.
De selectiedruk bepaalt wat er met de verschillende genotypen en fenotypen in een
populatie gebeurt.
Selectiedruk = de invloed van milieufactoren op de genetische variatie in een populatie.
Selectiedruk laag blijven veel verschillen varianten inleven.
Fitness = overlevingskans.
Adaptie = de soort pas zich geleiding aan, aan de omgeving.
Isolatie = een groep organismen van 1 soort raakt gescheiden. Hierdoor ontstaat genetische
variatie