Economie H7 en H8
7.1
Nederlands is een handelsland. Wij exporteren veel goederen en diensten uit het buitenland. Dat
levert veel exportinkomsten op en veel werkgelegenheid.
Export = goederen verkopen aan het buitenland (geld krijgen).
Import = goederen inkopen vanuit het buitenland (geld gaat weg).
Een deel van de export bestaat uit goederen die we eerst invoeren om ze na een korte bewerking
weer door te verkopen aan het buitenland, dit noem je wederuitvoer.
Nationaal inkomen = totale inkomen van een land.
Nederland heeft een hoge exportquote = dat is het percentage van ons nationaal inkomen dat we
verdienen met export.
Nederlands heeft ook een hoge importquote = dat is het percentage van het nationaal inkomen dat
we verliezen/geven aan het buitenland.
Berekening van de importquote en exportquote
Exportquote = bedrag aan export : nationaal inkomen x 100
Importquote = bedrag aan import : nationaal inkomen x 100
Een open economie = een land veel importeert en exporteert met het buitenland.
Een gesloten economie = een land die weinig/niks importeert en exporteert met het buitenland.
Er zijn verschillende redenen waarom we producten importeren:
- ons klimaat is niet geschikt om soorten landbouwproducten te verbouwen (sinaasappel en banaan).
- bepaalde grondstoffen komen niet of beperkt voor in Nederland (aardolie en ijzererts) .
- buitenlandse producten kunnen goedkoper en/of van betere kwaliteit zijn. (wijn en schoenen).
- Nederlandse consumenten willen een ruimere keuze aan producten (auto’s en elektronica) .
Als je wilt weten of de export en import in evenwicht zijn, kun je dat zien op de betalingsbalans = dat
is een overzicht van alle betalingen aan het buitenland en ontvangsten uit het buitenland. Nederland
heeft al jaren een overschot op de betalingsbalans (het is positief).
Als de koers van de euro ten opzichte van de vreemde valuta stijgt, word het voor Nederland
goedkoper om te importeren. Voor buitenlandse bedrijven worden Nederlandse producten juist
duurder. Daardoor daalt onze export.
7.1
Nederlands is een handelsland. Wij exporteren veel goederen en diensten uit het buitenland. Dat
levert veel exportinkomsten op en veel werkgelegenheid.
Export = goederen verkopen aan het buitenland (geld krijgen).
Import = goederen inkopen vanuit het buitenland (geld gaat weg).
Een deel van de export bestaat uit goederen die we eerst invoeren om ze na een korte bewerking
weer door te verkopen aan het buitenland, dit noem je wederuitvoer.
Nationaal inkomen = totale inkomen van een land.
Nederland heeft een hoge exportquote = dat is het percentage van ons nationaal inkomen dat we
verdienen met export.
Nederlands heeft ook een hoge importquote = dat is het percentage van het nationaal inkomen dat
we verliezen/geven aan het buitenland.
Berekening van de importquote en exportquote
Exportquote = bedrag aan export : nationaal inkomen x 100
Importquote = bedrag aan import : nationaal inkomen x 100
Een open economie = een land veel importeert en exporteert met het buitenland.
Een gesloten economie = een land die weinig/niks importeert en exporteert met het buitenland.
Er zijn verschillende redenen waarom we producten importeren:
- ons klimaat is niet geschikt om soorten landbouwproducten te verbouwen (sinaasappel en banaan).
- bepaalde grondstoffen komen niet of beperkt voor in Nederland (aardolie en ijzererts) .
- buitenlandse producten kunnen goedkoper en/of van betere kwaliteit zijn. (wijn en schoenen).
- Nederlandse consumenten willen een ruimere keuze aan producten (auto’s en elektronica) .
Als je wilt weten of de export en import in evenwicht zijn, kun je dat zien op de betalingsbalans = dat
is een overzicht van alle betalingen aan het buitenland en ontvangsten uit het buitenland. Nederland
heeft al jaren een overschot op de betalingsbalans (het is positief).
Als de koers van de euro ten opzichte van de vreemde valuta stijgt, word het voor Nederland
goedkoper om te importeren. Voor buitenlandse bedrijven worden Nederlandse producten juist
duurder. Daardoor daalt onze export.