KWANTITATIEF CRIMINOLOGISCH
ONDERZOEK
DOELSTELLINGEN
• De studenten kunnen een kwantitatief onderzoek opzetten, uitvoeren en rapporteren;
• De studenten leren kritisch reflecteren over de verschillende stappen van een kwantitatief
onderzoeksproces;
• De studenten kunnen de resultaten van kwantitatief onderzoek in de criminologie kritisch
beoordelen;
• De studenten kunnen de resultaten van kwantitatief onderzoek mondeling en schriftelijk
rapporteren;
EVALUATIEVORMEN
• Probleemstelling en onderzoeksvragen (pass/fail – toets; 2 maart)
• Examen module I (22 april)
o meerkeuzevragen
o 1 open vraag → inzicht ‘korpschef wil nieuwe strategie uittesten, we willen weten of
deze effectief is. Zet een onderzoek op’
• Taak 1: vragenlijst opstellen en importeren in Qualtrics (23 maart)
o Groepstaak vragenlijst uitwerken op basis van HFD handboek
• Taak 2: Uitvoeren van beschrijvende data-analyses in SPSS (opdracht pass/fail - 6 april)
• Examen module III (20 mei)
o Juiste analyse vorm kiezen en uitvoeren
1
,2
,WAT ZIJN JE ONDERZOEKSPROBLEEM,
DOELSTELLING EN ONDERZOEKSVRAAG?
LES 1: 11/02
WAT IS MIJN PROBLEEMSTELLING?
WETENSCHAP = PROBLEMEN OPLOSSEN
• VRAGEN STELLEN → toont dat je inzicht hebt in probleemstelling
• ANTWOORDEN FORMULEREN → proberen antwoorden als maar te verbeteren door scherpst
mogelijke kritieken op bestaande antwoorden te formuleren
o Manieren zoeken om Antwoord in vraag te stellen en zo tot beter Antwoord te
komen
o Een van gevolgen = je hebt vandaag zowel goede als slechte antwoorden op vragen
o Continue strijd tussen antwoorden
Welke problemen zijn belangrijk voor criminologen? → verschillende antwoorden mogelijk
4 categorieën:
• Hoe komen definities van deviantie tot stand?
o Waarom omschrijven we als samenleving iets als afwijkend?
• Wie overtreedt normen en waarom (en wie is het slachtoffer)?
• Hoe reageren we op normovertredingen?
o Politie, gevangenissen, bestraffingen → hoe gaan wij hier als samenleving op
reageren?
• Wat zijn de effecten van die reactie?
o Je kan bestuderen hoe politie reageert maar kan ook vraag stellen wat de effecten
ervan zijn?
o Vb. effecten gevangenissen op recidive?
o Meten van affecten is belangrijk onderdeel van dit vak
DOEL = zowel vragen stellen als criminoloog als er antwoorden op formuleren!
Problem solving = antwoorden formuleren
• Proces om antwoorden te formuleren = methodologie
• Kwalitatief >< kwantitatief
• Mixed method benadering
o Zowel met kwantitatief als kwalitatief onderzoek mee aan de slag gaan
Theorie = (best mogelijke) antwoord op een vraag
Vb. Robert Agnew
• Vraag: “waarom plegen mensen criminaliteit?”
• Antwoord: “algemene spanningsbenadering”
o Geen wilde speculatie, maar tijd besteed aan onderzoek
3
, Wetenschappelijk onderzoek
• Literatuurstudie is van belang! → we bouwen verder op wat er al onderzocht geweest is
o Falsifiëren = kritisch kijken naar antwoorden
• Verfijnen van antwoorden of het weerleggen ervan
• Onze kennis onderwerpen aan de strengst mogelijk test, het proberen weerleggen of
falsifiëren van de antwoorden die we formuleren op onze vragen (= wetenschappelijke
kritiek).
• Als het antwoord die test doorstaat, mogen we dat antwoord voorlopig blijven geven. Als het
die test niet doorstaat moeten we op zoek naar betere antwoorden.
• Theorie is een verhaal die uitlegt wat we mogen verwachten en waarom
o Algemene spanningsbenadering volgens Agnew
o 3 verschillende soorten spanningen die mensen kunnen ervaren
o 1, we worden op negatieve manier behandelt door andere
o 2, we verliezen iets waar we veel waarde aan hechten
o 3, we stellen vast dat iets wat we willen bereiken moeilijk te bereiken is
o Spanningen leiden tot negatieve emoties en deze geven aanzet tot criminaliteit
o Dit is niet altijd zo, maar de kans wordt wel groter als we aantal factoren in rekening
brengen
▪ Vb. als we zien dat er onvermogen is om op legale manier met spanningen
om te gaan, zullen negatieve emoties sneller leiden tot crimineel gedrag
o Je mag verwachten dat mensen feiten plegen als je ziet dat er spanningen ontstaan,
deze zich omzetten in negatieve emoties en er aantal randvoorwaarden aan/afwezig
zijn die negatieve emoties omzetten in criminaliteit, dan verwacht ik als criminoloog
grotere kans op criminaliteit
o Wordt ook duidelijk wat zich niet mag voordoen
o We gaan op zoek naar voorbeelden die dit verhaal gaan ontkrachten
▪ Als we theorie krijgen, zoeken we voorbeelden/… om aan te gaan dat het
misschien niet klopt en wat precies niet klopt
4
ONDERZOEK
DOELSTELLINGEN
• De studenten kunnen een kwantitatief onderzoek opzetten, uitvoeren en rapporteren;
• De studenten leren kritisch reflecteren over de verschillende stappen van een kwantitatief
onderzoeksproces;
• De studenten kunnen de resultaten van kwantitatief onderzoek in de criminologie kritisch
beoordelen;
• De studenten kunnen de resultaten van kwantitatief onderzoek mondeling en schriftelijk
rapporteren;
EVALUATIEVORMEN
• Probleemstelling en onderzoeksvragen (pass/fail – toets; 2 maart)
• Examen module I (22 april)
o meerkeuzevragen
o 1 open vraag → inzicht ‘korpschef wil nieuwe strategie uittesten, we willen weten of
deze effectief is. Zet een onderzoek op’
• Taak 1: vragenlijst opstellen en importeren in Qualtrics (23 maart)
o Groepstaak vragenlijst uitwerken op basis van HFD handboek
• Taak 2: Uitvoeren van beschrijvende data-analyses in SPSS (opdracht pass/fail - 6 april)
• Examen module III (20 mei)
o Juiste analyse vorm kiezen en uitvoeren
1
,2
,WAT ZIJN JE ONDERZOEKSPROBLEEM,
DOELSTELLING EN ONDERZOEKSVRAAG?
LES 1: 11/02
WAT IS MIJN PROBLEEMSTELLING?
WETENSCHAP = PROBLEMEN OPLOSSEN
• VRAGEN STELLEN → toont dat je inzicht hebt in probleemstelling
• ANTWOORDEN FORMULEREN → proberen antwoorden als maar te verbeteren door scherpst
mogelijke kritieken op bestaande antwoorden te formuleren
o Manieren zoeken om Antwoord in vraag te stellen en zo tot beter Antwoord te
komen
o Een van gevolgen = je hebt vandaag zowel goede als slechte antwoorden op vragen
o Continue strijd tussen antwoorden
Welke problemen zijn belangrijk voor criminologen? → verschillende antwoorden mogelijk
4 categorieën:
• Hoe komen definities van deviantie tot stand?
o Waarom omschrijven we als samenleving iets als afwijkend?
• Wie overtreedt normen en waarom (en wie is het slachtoffer)?
• Hoe reageren we op normovertredingen?
o Politie, gevangenissen, bestraffingen → hoe gaan wij hier als samenleving op
reageren?
• Wat zijn de effecten van die reactie?
o Je kan bestuderen hoe politie reageert maar kan ook vraag stellen wat de effecten
ervan zijn?
o Vb. effecten gevangenissen op recidive?
o Meten van affecten is belangrijk onderdeel van dit vak
DOEL = zowel vragen stellen als criminoloog als er antwoorden op formuleren!
Problem solving = antwoorden formuleren
• Proces om antwoorden te formuleren = methodologie
• Kwalitatief >< kwantitatief
• Mixed method benadering
o Zowel met kwantitatief als kwalitatief onderzoek mee aan de slag gaan
Theorie = (best mogelijke) antwoord op een vraag
Vb. Robert Agnew
• Vraag: “waarom plegen mensen criminaliteit?”
• Antwoord: “algemene spanningsbenadering”
o Geen wilde speculatie, maar tijd besteed aan onderzoek
3
, Wetenschappelijk onderzoek
• Literatuurstudie is van belang! → we bouwen verder op wat er al onderzocht geweest is
o Falsifiëren = kritisch kijken naar antwoorden
• Verfijnen van antwoorden of het weerleggen ervan
• Onze kennis onderwerpen aan de strengst mogelijk test, het proberen weerleggen of
falsifiëren van de antwoorden die we formuleren op onze vragen (= wetenschappelijke
kritiek).
• Als het antwoord die test doorstaat, mogen we dat antwoord voorlopig blijven geven. Als het
die test niet doorstaat moeten we op zoek naar betere antwoorden.
• Theorie is een verhaal die uitlegt wat we mogen verwachten en waarom
o Algemene spanningsbenadering volgens Agnew
o 3 verschillende soorten spanningen die mensen kunnen ervaren
o 1, we worden op negatieve manier behandelt door andere
o 2, we verliezen iets waar we veel waarde aan hechten
o 3, we stellen vast dat iets wat we willen bereiken moeilijk te bereiken is
o Spanningen leiden tot negatieve emoties en deze geven aanzet tot criminaliteit
o Dit is niet altijd zo, maar de kans wordt wel groter als we aantal factoren in rekening
brengen
▪ Vb. als we zien dat er onvermogen is om op legale manier met spanningen
om te gaan, zullen negatieve emoties sneller leiden tot crimineel gedrag
o Je mag verwachten dat mensen feiten plegen als je ziet dat er spanningen ontstaan,
deze zich omzetten in negatieve emoties en er aantal randvoorwaarden aan/afwezig
zijn die negatieve emoties omzetten in criminaliteit, dan verwacht ik als criminoloog
grotere kans op criminaliteit
o Wordt ook duidelijk wat zich niet mag voordoen
o We gaan op zoek naar voorbeelden die dit verhaal gaan ontkrachten
▪ Als we theorie krijgen, zoeken we voorbeelden/… om aan te gaan dat het
misschien niet klopt en wat precies niet klopt
4