Werkcollege privaatrecht.............................................................................2
Week 1 wc 2..............................................................................................2
Vraag 1:.................................................................................................4
Vraag 2:.................................................................................................5
Week 2 wc 1..............................................................................................6
Mail:.......................................................................................................6
Brief.......................................................................................................6
Vraag 1:.................................................................................................7
Casus:....................................................................................................9
Week 2 wc 2............................................................................................10
Opdracht 1: Analyse dwaling art. 6:228 BW........................................12
Opdracht 2: Casus 'Autopech'..............................................................15
Week 3 WC 2...........................................................................................18
Week 3 WC 2...........................................................................................21
Week 3 WC 3..............................................................................................27
Week 4 Wc 2..............................................................................................34
Week 4 Wc 3..............................................................................................41
Week 5 wc 1...............................................................................................47
Week 6 WC 1..............................................................................................61
Oefencasus 1: ‘De spelende kinderen’....................................................65
Oefenvragen (MC)...................................................................................67
Oefencasus: ‘Aankoop kantoorgebouw’..................................................69
Week 6 WC 2..............................................................................................72
,Werkcollege privaatrecht
Week 1 wc 2
Aanbod en aanvaarding: art. 6:217 lid 1 BW
Aanbod en aan aanvaarding leidt tot een overeenkomst
Aanbod en aanvaarding zijn beide rechtshandelingen
Wil en verklaring: art. 3:33 BW
Voor een geldige rechtshandeling zijn een wil en verklaring nodig
voor het aanbod en de verklaring
Komen wil en verklaring niet overeen is er geen rechtshandeling
Gerechtvaardigd vertrouwen: Art. 3:35 BW
Als iemand er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de wil
overeenstemt met de verklaring is er toch wel sprake van een
overeenkomst.
In art. 3:37 lid 1 BW staat dat de verklaring vormvrij is, dus mag in
iedere vorm plaats vinden (bijv. Schriftelijk, mondeling, stilzwijgend of
elektronisch).
In art. 3:37 lid 3 BW staat dat een verklaring in werking treedt wanneer
deze tot een persoon is gericht en deze persoon ook heeft bereikt, dus de
andere partij heeft de verklaring ontvangen. Het gaat dus om het moment
wanneer iemand het had kunnen lezen, niet om het moment waarop
diegene het daadwerkelijk leest.
Als dit allemaal het geval is ontstaat er een wederkerige
overeenkomst
Wat is een rechtshandeling?
Noem een voorbeeld van een meerzijdige rechtshandeling
Is aanbod een rechtshandeling?
Is een aanvaarding een rechtshandeling?
Welke vereisten gelden er voor de tot standkoming van een
rechtshandeling?
,
, Vraag 1:
Ik heb een probleem. Ik hoop dat u me er mee kunt helpen. Ik ben aardig over de rooie. Ik
was voor mijn nieuwe baan op zoek naar een geschikte auto, omdat ik straks elke dag
vanuit Stadskanaal naar Groningen moet rijden. Nu hou ik wel van auto's met een beetje
pit. Toevallig zag ik een Peugeot 205 GTI te koop staan op Marktplaats. Zeker een auto
met pit. Dit was de advertentie:
Advertentietitel: Peugeot 205 GTI 1989 ‘van een liefhebber, en alleen voor echte
liefhebbers’
Info: 151.000 km op de teller.
Geen oldtimer, wel een klassieker. Zeer goed onderhouden
Ik rij er zelf nu nog in, maar heb zelf nog een GTI die ik opknap. Die is binnenkort klaar,
en dat wordt dan mijn hoofdauto.
Prijs Vraagprijs €9.900,- (bieden mag, maar geen onzinbiedingen)
Hij stond bij een man in de buurt te koop. Ik weet wel ongeveer wie dat is. Supernette
man, die echt van de jonge klassiekers is. Hij knapt ze inderdaad zelf ook op. Een echte
kenner. Dus met die auto zit het wel goed. En de prijs is heel netjes. Ik heb hem daarom
meteen een berichtje gestuurd dat ik akkoord ging, en dat ik graag diezelfde week nog de
auto wilde ophalen.
Twee dagen later had ik nog niets van hem gehoord. Dus ik weer een berichtje sturen dat
ik graag wil weten wanneer ik de auto kan ophalen. Krijg ik nu een berichtje terug dat hij
hem niet aan me wil verkopen. Hij schreef ‘Dit is niet zomaar een auto. Zoiets verkoop ik
niet aan willekeurige jongelui’. Maar ik heb zijn aanbod toch geaccepteerd? Volgens mij
hebben we een deal. Hoe zit dat juridisch? Kan ik iets doen om de auto alsnog te
krijgen?
Uit art. 6:217 lid 1 BW blijkt dat een overeenkomst tot stand komt door
aanbod en aanvaarding.
Aanbod en aanvaarding zijn beide rechtshandelingen en
rechtshandelingen vereisen een wil en verklaring
Een advertentie is in beginsel geen aanbod volgens jurisprudentie, want
gezien de auto is het voor deze man van belang dat de auto ergens
terecht komt waarvan hij denkt dat het een goede plek is.