,Samenvatting van alles – per week
WEEK 1: De aard van het recht, wat is recht?
1. Het Natuurrecht
Recht moet rechtvaardig zijn, als het recht onrechtvaardig is het geen recht
Is het recht geldig?
Twee vereisten voor geldend recht:
1. Het recht (de wet) is op een geldige manier tot stand gekomen, door de
juiste autoriteiten
2. EN het recht dient te voldoen aan bepaalde morele maatstaven,
bepaalde theorie van rechtvaardigheid.
Bij natuurrecht is recht en moraal niet gescheiden.
Argument tegen: rechtszekerheid, doordat bij elke zaak naar de morele
maatstaf moet worden gekeken kan in elke zaak anders geoordeeld
worden.
Foster (spreekt vrij)
Foster zegt als eerste dat het positieve recht geldig is wanneer er sprake is
van vreedzaam samenleven. Onze wetten zijn bedoeld voor een vreedzame
samenleving.
Doordat de mannen in de grot overleefden en niet meer samenleefde is het
positieve recht niet van toepassing op de mannen en dus kwamen ze in een
natuurtoestand.
Hier geldt een sociaal contract dat ze een overeenkomst hebben gemaakt,
deze is in hun natuurtoestand geldig.
Tatting (beslist niet)
Daarnaast begrijpt hij ook niet hoezo Foster stelt dat de mannen zich in een
natuurtoestand bevonden.
,2. Het Rechtspositivisme
Bij het rechtspositivisme ligt het accent op rechtszekerheid. Als het recht
op een juiste manier tot stand is gekomen is er sprake van geldend recht
Is het recht geldig?
1. Het recht (de wet) is op een geldige manier tot stand gekomen, door
de juiste autoriteiten
Bij rechtspositivisme is recht en moraal wel gescheiden.
Argument tegen: het recht is nog steeds geldig als het onrechtmatig is
De rechter moet zich houden aan de letter van de wet: hierbij past de
rechter de grammaticale interpretatiemethode toe.
Slechts bij hoge uitzonderingen heeft de rechter een discretionaire
bevoegdheid; hiervan is er sprake als het gaat om hard cases (zie week 2).
Het recht is dan ‘op’. In dat geval is er niet één juist antwoord en moet de
rechter dus recht gaan vormen.
Twee soorten van rechtspositivisme:
Moet je het recht gehoorzamen?
Normatief rechtspositivisme: ja, je moet het recht gehoorzamen,
want dit zorgt voor rechtszekerheid en orde
{Elk recht is beter dan geen recht}
Beschrijvend rechtspositivisme: beschrijft alleen wat wet is, zegt niet
of je het moet gehoorzamen, geen moreel oordeel
Truepenny (veroordeeld)
Hij stelt wet is wet, hier zijn geen uitzonderingen op. Waar de wet duidelijk
is, moet die worden toegepast.
, Keen (veroordeeld)
Rechter moet de wet strikt toepassen, hij dient alleen te kijken naar de
letter van de wet.
De rechters mogen niet gaten zoeken in de wetten en deze vullen met
persoonlijke meningen. Het is niet aan de rechter om vragen van
menselijkheid en moraliteit te beantwoorden.
Keen zegt dat zodra de strikte scheiding er niet is dan kan dit leiden tot
spanningen in de trias politica en kan er een burgeroorlog ontstaan.
DUS: absolute trouw aan de letter van de wet EN strikte scheiding van recht
en moraal (de wetgevende macht maakt de regels en de rechtelijke macht
moet deze zo letterlijk mogelijk toepassen)
Radbruch
- Voor WOII: normatief rechtspositivisme, hoe onrechtvaardig het recht
ook is je moet het volgen
- Na WOII: natuurrechtaanhanger, extreem onrechtvaardig recht is geen
recht
Hij stelt dat het recht 3 basiswaarden heeft:
a. Rechtszekerheid
b. Doelmatigheid, elke wet zorgt voor een bepaald doel, je wil met een wet
iets bereiken (bv regel: 30 km/uur om minder overlast)
c. Rechtvaardigheid, gelijke gevallen wil je gelijk behandelen
Radbruch zegt dat op het moment dat een wet onrechtvaardig is, de
rechtvaardigheid (waarde) boven de rechtszekerheid komt.