Aardrijkskunde
Systeem Aarde
Samenvatting H2
Thijmen de Jong - v5d
2.1: De aarde als systeem
hydrosfeer = is het vloeibare gedeelte van de aardse sferen. Het omvat oceanen, meren en
rivieren, en het grondwater en bodemwater (ook gletsjers en het vaste ijs).
Er zijn relaties tussen verschillende sferen. De elementen van de atmosfeer en de
hydrosfeer zorgen samen voor afbraak en verplaatsing en maken de kringloop rond.
hydrologische kringloop = waterkringloop
→ waterdruppels komen vanuit atmosfeer op aarde terecht in de hydrosfeer en worden door
de biosfeer en lithosfeer opgevangen of slijten het gesteente uit. Die deeltjes worden door
de rivier weer naar zee gebracht.
Planten verdampen via de huidmondjes water. Dat wordt transpiratie genoemd.
De aarde ontvangt energie van de zon.
2.2: Klimaten
Lagedrukgebied = gebied met een stijgende luchtbeweging en een luchtdruk van minder
dan 1.013 hPa met meestal veel neerslag.
Het lagedrukgebied bij de tropen heet de intertropische convergentiezone (ITCZ).
Hogedrukgebied = gebied met dalende luchtbeweging en een luchtdruk van meer dan
1.013 hPa met meestal weinig neerslag.
Wet van Buys Ballot:
lucht beweegt van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied, waarbij de wind op het
noordelijk halfrond een afwijking naar rechts heeft en op het zuidelijk halfrond naar links, als
je de wind in je rug hebt.
→ deze afwijking van de wind heet het corioliseffect.
Een windstroom loopt ALTIJD van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied!
Passaat = een windstroom die tussen de 30 graden NB en de evenaar loopt. Zo’n zelfde
wind zit ook tussen de 30 graden ZB en de evenaar.
→ passaatwinden ‘passeren’ elkaar bij de evenaar.
Rond de 30 graden NB en ZB z→ veel hogedrukgebieden.
Systeem Aarde
Samenvatting H2
Thijmen de Jong - v5d
2.1: De aarde als systeem
hydrosfeer = is het vloeibare gedeelte van de aardse sferen. Het omvat oceanen, meren en
rivieren, en het grondwater en bodemwater (ook gletsjers en het vaste ijs).
Er zijn relaties tussen verschillende sferen. De elementen van de atmosfeer en de
hydrosfeer zorgen samen voor afbraak en verplaatsing en maken de kringloop rond.
hydrologische kringloop = waterkringloop
→ waterdruppels komen vanuit atmosfeer op aarde terecht in de hydrosfeer en worden door
de biosfeer en lithosfeer opgevangen of slijten het gesteente uit. Die deeltjes worden door
de rivier weer naar zee gebracht.
Planten verdampen via de huidmondjes water. Dat wordt transpiratie genoemd.
De aarde ontvangt energie van de zon.
2.2: Klimaten
Lagedrukgebied = gebied met een stijgende luchtbeweging en een luchtdruk van minder
dan 1.013 hPa met meestal veel neerslag.
Het lagedrukgebied bij de tropen heet de intertropische convergentiezone (ITCZ).
Hogedrukgebied = gebied met dalende luchtbeweging en een luchtdruk van meer dan
1.013 hPa met meestal weinig neerslag.
Wet van Buys Ballot:
lucht beweegt van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied, waarbij de wind op het
noordelijk halfrond een afwijking naar rechts heeft en op het zuidelijk halfrond naar links, als
je de wind in je rug hebt.
→ deze afwijking van de wind heet het corioliseffect.
Een windstroom loopt ALTIJD van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied!
Passaat = een windstroom die tussen de 30 graden NB en de evenaar loopt. Zo’n zelfde
wind zit ook tussen de 30 graden ZB en de evenaar.
→ passaatwinden ‘passeren’ elkaar bij de evenaar.
Rond de 30 graden NB en ZB z→ veel hogedrukgebieden.