Hoofdstuk 1
Ontwikkelingen in medische technologie, biotechnologie en computertechnologie
veranderen het beeld dat wij van onszelf hebben. Met technologie zoals CRISPR-
Cas is het mogelijk om relatief eenvoudig ons DNA te veranderen. Technologische
ontwikkelingen hebben zowel voordelen als nadelen. Zo kan technologie ook een
keerzijde hebben, bijvoorbeeld wanneer overheden te veel macht krijgen en burgers
gaan bespioneren.
Volgens Yuval Noah Harari is het begrip algoritme een van de belangrijkste
begrippen van onze wereld. Een algoritme is een logische methode van redeneren
en een reeks instructies. Volgens Slavoj Žižek leven we in een tijd waarin iedereen
op een bepaalde manier wordt gedwongen een soort filosoof te zijn. Mensen moeten
namelijk nadenken over nieuwe ontwikkelingen en hun gevolgen. Door kritische
vragen te stellen bij actuele ontwikkelingen, opvattingen en vanzelfsprekendheden
creëert filosofie ruimte om anders te denken en alternatieven te overwegen.
Ook sociaal werkers worden bijna verplicht om een soort filosoof te zijn. Zij moeten
rekening houden met de manier waarop de overheid zich tot burgers verhoudt, de
overgang naar een participatiesamenleving en begrippen zoals eigen regie, eigen
kracht en zelfredzaamheid. Deze overtuigingen hebben invloed op hoe een cliënt
wordt benaderd.
Discourstheorie gaat ervan uit dat taal en verhalen voor een groot deel bepalen hoe
wij ons op de werkelijkheid oriënteren. Een discours is een manier van denken die
in onze cultuur is verankerd en ons gedrag reguleert zonder dat we ons daarvan
bewust zijn. Socialiseren betekent dat mensen zich voegen in de bestaande orde en
de bestaande manieren van handelen, spreken en waarnemen eigen maken.
Volgens Jan Derksen doet de eis van autonomie en zelfredzaamheid soms meer
kwaad dan goed. Het leidt ertoe dat mensen die niet aan dit wensbeeld voldoen zich
schamen en daardoor te lang wachten met het zoeken naar hulp.
In de geschiedenis van de wetenschap speelde Nicolaus Copernicus een belangrijke
rol. Hij stelde dat de aarde om de zon draait en niet andersom. Ook Galileo Galilei,
Isaac Newton en Johannes Kepler bestudeerden natuurverschijnselen en
hemellichamen met behulp van wiskunde.
De Verlichting in de zeventiende en achttiende eeuw zorgde voor grote
veranderingen in de westerse cultuur. De wetenschap maakte zich los van het
christelijk geloof en er ontstond een vrije handelseconomie. Volgens Immanuel Kant
kan de Verlichting worden samengevat met het motto “durf te denken”. In deze
periode ontstaat het idee van het moderne subject, waarbij de mens wordt gezien
als een autonoom wezen dat zichzelf probeert te begrijpen in verhouding tot de
werkelijkheid.
Later kwam er kritiek op dit moderne mensbeeld. Filosofen zoals Karl Marx, Friedrich
Nietzsche en Sigmund Freud worden ook wel de meesters van het wantrouwen
, genoemd. Zij laten zien dat de mens niet volledig autonoom is, maar beïnvloed wordt
door onder andere economische structuren, macht en het onbewuste.
Volgens Friedrich Nietzsche geeft het herleiden van iets onbekends tot iets bekends
een gevoel van opluchting, tevredenheid en macht. Michel Foucault stelt dat denken
zich niet alleen moet richten op het verwerven van kennis, maar ons ook in een staat
van twijfel en verlegenheid moet brengen.
Verschillende filosofen hebben verschillende opvattingen over het mensbeeld. Plato
stelt dat er een wezen van de mens bestaat. Aristoteles beschouwt de mens als een
politiek dier en een sociaal wezen. Hobbes ziet de mens als een egoïstisch individu.
Nietzsche beschrijft de mens als onderdeel van een krachtenspel. Foucault stelt dat
de mens als vaste categorie eigenlijk niet bestaat en dat het idee van wat de mens is
het product is van een heersend discours.
Hoofdstuk 2
Volgens Zygmunt Bauman leven we in een tijd van onzekerheid. De vrijheid om ons
leven in te richten is problematisch geworden door de enorme hoeveelheid keuzes
waaruit we kunnen kiezen. Volgens Joep Dohmen hangt de recente aandacht voor
levenskunst en bestaansethiek samen met deze onzekerheid. We hebben namelijk
geen duidelijk antwoord meer op de vraag wat het goede leven is. Dit hangt samen
met het streven naar geluk en het idee van meesterschap over jezelf.
Aristoteles stelt dat het doel van de mens geluk (eudaimonia) is. Een gelukkig mens
is een geslaagd mens. Hij werkt dit uit in het boek Ethica. Geluk betekent dat iemand
zijn wezen heeft gerealiseerd en zijn doelen heeft bereikt. Geluk heeft volgens
Aristoteles niet alleen te maken met bezit en hangt ook samen met het geluk van
anderen. Geluk stelt iemand in staat een goede burger te zijn. Aristoteles ontwikkelt
een vorm van deugdethiek. Een deugd ligt volgens hem in het midden tussen twee
extremen. Dit wordt ook wel de gulden middenweg genoemd. De mens is volgens
Aristoteles een animal rationale, een redelijk dier. Door het goed gebruiken van de
rede kan een mens deugdzaam handelen.
Seneca is een vertegenwoordiger van de stoïcijnse filosofie. Volgens hem
bedreigen emoties, bezittingen en het streven naar genot het meesterschap over ons
leven. Geluk kunnen we bereiken wanneer we tegenslagen onverstoorbaar
ondergaan. Wanneer iemand zich verzoent met zijn lot kan hij innerlijke vrijheid
bereiken.
Foucault spreekt over zorg voor zichzelf. Dat betekent dat mensen een verhouding
met zichzelf ontwikkelen en oefenen met vrijheid. Door middel van zogenaamde
zelftechnieken kunnen mensen hun manier van denken, leven en handelen
veranderen.
Hoofdstuk 3
De rationalistische benadering van ethiek en van de menselijke natuur gaat terug op
het tijdperk van de Verlichting. Belangrijke begrippen hierbij zijn plicht en nut. Twee
belangrijke ethische stromingen zijn deontologie en utilisme.