Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting werkgroepen

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
45
Geüpload op
31-03-2026
Geschreven in
2025/2026

werkgroep uitwerkingen materieel strafrecht, inclusief verbeteringen.

Voorbeeld van de inhoud

Werkgroepen materieel strafrecht


Week 1
1
Het legaliteitsbeginsel van artikel 1 Sr en 16 Gw houdt in dat voordat een gedraging strafbaar
gesteld kan worden er een wettelijke bepaling moet zijn die deze gedraging verbiedt. Zonder
voorafgaande wettelijke bepaling die een gedraging verbiedt kan er geen straf opgelegd
worden.
Artikel 7 EVRM houdt in beginsel hetzelfde in, namelijk dat niemand veroordeeld mag
worden voor een gedraging dat geen strafbaar feit was ten tijde van het handelen of
nalaten.
Het verschil in 7 EVRM en 1 Sr/16 Gw is dat in het Nederlandse recht het legaliteitsbeginsel
ziet op geschreven wetten in formele zin afkomstig van de Nederlandse formele wetgever,
waarin een strafbepaling moet staan. IN 7 EVRM gaat het echter, naast nationaal ook om
internationaal, om ‘recht’, dat wil zeggen dat ook gewoonterecht dat is omgezegd in
rechterlijke precedenten ook dit recht omvatten – het common law wordt in 7 EVRM
meegenomen. Dit houdt in dat, wanneer internationaal afspraken of verdragen gemaakt
worden die strafbepalingen bevatten, om die regels gelding te laten hebben in Nederland
het omgezet zal moeten worden naar een wet in formele zin, overeenkomstig artikel 1
Sr/16v Gw.
Daarnaast geeft artikel 7(2) EVRM een uitzondering, namelijk bestraffing van iemand die
schuldig is aan een misdrijf overeenkomstig de algemene rechtsbeginselen door beschaafde
volkeren erkend, mag wel met terugwerkende kracht. Deze geschreven uitzondering op het
legaliteitsbeginsel was vereist om naoorlogse tribunalen (Neurenberg proces) te
rechtvaardigen. Deze geschreven uitzondering bevat 1 Sr of 16 Gw niet. 7(2) EVRM werd
gebruikt om te rechtvaardigen dat straffen worden opgelegd met terugwerkende kracht,
inhoudende dat tijdens het plegen van het feit er geen geschreven wettelijke norm was die
het gedrag strafbaar stelde. Rechtvaardiging van strafbaarstelling met terugwerkende kracht.

2a
Om onder de bescherming van artikel 11(1) EVRM te vallen moeten deelnemers aan een
demonstratie vreedzaam hun protest voeren. Let op dat de term ‘vreedzaam’ nog best
rekbaar is, zie bijv. Kudrevicius. Boeren gingen te ver in hun protest en blokkeerden voor
lange tijd snelwegen. Dit feit echter werd niet gezien als een niet-vreedzaam protest,
waardoor zij in eerste instantie onder bescherming van 11(1) EVRM vielen. Dit in het kader
dat hinder bij een demonstratie hoort. Hetzelfde gold bij extinction rebellion. Dat zij het
Shell-gebouw bezette zorgde niet voor een niet-vreedzaam protest. Later moet blijken of de
niet-gewelddadige gedragingen die zij plegen gedurende het protest, of die door de beugel
kunnen. Dat is stap 2 (eigenlijk 2.2).
Voorwaarden om het demonstratierecht te kunnen beperken op grond van 11(2) EVRM zijn:
- Beperking moet bij wet zijn geregeld, (2.1. Er moet bij wet geregeld zijn dat er een
beperking opgelegd kan worden aan het voeren van demonstraties. Zie in NL de
Wom.
- Noodzakelijk zijn in een democratische samenleving (2.2 de maatregel noodzakelijk
in democratische samenleving) Maatregel is zowel het opbreken van de demonstratie
alsook het achteraf strafrechtelijk vervolgen van een aantal deelnemers – het EHRM
spreekt van een reprehensible act, oftewel een laakbare gedraging van de verdachte.
Zie hiervoor Kudrevicius para. 173: de hinder aan ‘ordinary life’ mogen niet

, Werkgroepen materieel strafrecht


significanter (groter) zijn dan bij een normale uitoefening van het recht op
demonstratie.
- In het belang van nationale veiligheid, bescherming van rechten en vrijheden van
anderen e.a. gronden.
Als aan deze voorwaarden zijn voldaan worden strafrechtelijke sancties gerechtvaardigd
(para. 173).

2b
Feiten: bij een kantoor van Shell is door demonstranten een op olie lijkende vloeistof over de
trap voor de ingang van het gebouw gegooid. De trap werd door XR demonstranten
afgesloten omdat het heel erg glad en gevaarlijk was.
Rechtsvraag:
Was de gedraging van de verdachte aan te merken als het onbruikbaar maken van een goed
als bedoeld in artikel 350 Sr, en daarnaast (belangrijker) of de vervolging, de berechting en
de bestraffing van de verdachte wel of niet in strijd met artikel 11 EVRM was?
HR antwoord als volgt:
De vrouw wordt vervolgd niet voor haar deelname aan de demonstratie maar voor het
plegen van een strafbaar feit gedurende die demonstratie. De HR laat 11(1,2) EVRM niet
buiten beschouwing, waardoor indirect zij vaststelt dat het gaat om een vreedzame
demonstratie dat past binnen het recht op demonstratie van artikel 11 (1) EVRM. Echter
heeft de verdachte een reprehensible act – laakbare gedraging – gepleegd door een op olie
achtige vloeistof over de trap te gooien waarmee zij privé-eigendom tijdelijk onbruikbaar
maakte en een gevaarlijke situatie voor anderen creëerde. Zij was in gelegenheid om zich op
andere wijze uit te spreken over de activiteiten van shell en ging verder dan normaal is
tijdens een vreedzame demonstratie door een strafbaar feit te plegen.
De HR stelt ook vast dat de beperking in dit geval op demonstratierecht gerechtvaardigd was
en noodzakelijk, ook was de bestraffing met 350 euro proportioneel en zorgde niet voor een
chilling effect.

2c
Het EHRM in Kudrevicious legt uit wanneer sprake is van een rechtvaardig ingrijpen op het
recht van demonstratie – in dit geval omdat de strafrechtelijke veroordeling van de
blokkeerboeren noodzakelijk in een democratische samenleving was met oog op het
beschermen van rechten en vrijheden van anderen en voorkomen van wanordelijkheden.
Ik vind dat de HR in XR verder is strenger is geweest in het inperken van het
demonstratierecht van de verdachte. Daarbij kijk ik naar de feitelijke situatie na het gieten
van de op olie lijkende vloeistof. Duidelijk is dat dit het recht van de eigenaar om van zijn
eigendom gebruikt te maken inperkt. Echter is dat normaal en moeten wij dat in bepaalde
mate tolereren tijdens een demonstratie, zoals ook het EHRM neerlegt in Kudrevicious para.
150 en 155. Ook tijdens een vreedzame mars zullen eigenaren tijdelijk beperkt zijn in het
uitoefenen van hun eigendomsrecht, bijvoorbeeld om met hun auto op een voor hun
bestemde parkeerplaats te komen, om een voorbeeld te noemen.
Daar kan tegenin gebracht worden dat het hier gaat om een strafbaar feit, namelijk het
tijdelijk onbruikbaar maken van een goed (350 Sr). Dat klopt, echter kijkende naar de
feitelijke omstandigheden stond een team van XR klaar om de trap zelf schoon te maken, uit
eigen initiatief en niet op gebod van de burgemeester. Daarnaast werd er zeker een
gevaarlijke situatie gecreëerd, echter werden mensen tegengehouden als zij van de trap

, Werkgroepen materieel strafrecht


gebruik worden maken, feitelijk heeft er niemand daadwerkelijk gevaar gelopen door de
vloeistof. Ik vind dan ook dat de HR de feitelijke situatie te weinig in ogenschouw heeft
genomen, waarbij naar mijn mening de arrestatie, verhoor en berechting van de verdachte
niet noodzakelijk was in een democratische samenleving. Wenselijk is het zeker niet dat in
de toekomst bij andere protesten dezelfde situaties zich voordoen, echter is dit niet een
reden om het recht op vreedzame demonstratie – waar in dit geval sprake van was – in te
perken.

3 casus
Issue
Kunnen de boeren hun strafbare gedragingen tijdens de demonstratie rechtvaardigen met
een beroep op de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht (artikelen 10, 11
EVRM en 9 Gw).

Rule
Artikel 9(1) Gw erkent het recht op betoging (demonstratie), behoudens eenieders
verantwoordelijkheid volgens de wet. Ofwel, demonstreren mag, alleen moeten andere
wettelijke bepalingen – zoals de strafwet – gewoon worden nageleefd.
Het EVRM bevat vergelijkbare bepalingen, artikel 11(1) stelt dat iedereen het recht heeft op
vreedzame vergadering. Echter mag er volgens 11(2) EVRM aan dit recht beperkingen
worden onderworpen die:
1. Bij wet zijn voorzien (in kader legaliteitsbeginsel)
2. Noodzakelijk zijn in een democratische samenleving.
Verder bevat artikel 10 EVRM een vergelijkbare constructie, waarin het recht op vrijheid van
meningsuiting wordt erkend, behoudens dat bij de uitoefening van dit recht bepaalde
plichten en verantwoordelijkheden met zich meekomen die bij wet zijn voorzien en
noodzakelijk zijn in een democratische samenleving in het belang van in 10(2) EVRM
opgesomde gronden.

Het EHRM heeft de doctrine van artikel 11 EVRM verder uitgewerkt in het arrest Kudrevicius,
en dan met name rondom het begrip noodzakelijk in een democratische samenleving. Zo
heeft het EHRM bepaalt dat serieuze hinder aan ordinary life, meer significant dan bij de
normale uitoefening van het demonstratierecht, als een laakbare gedraging wordt gezien.
Dat gedrag kan maatregelen, ook in strafrechtelijke zin, rechtvaardigen (r.o. 173).
Verder is het van belang, aldus het EHRM, dat de overheid een bepaalde mate van tolerantie
moeten tonen voor demonstranten, en al helemaal als zij vreedzaam betogen (r.o. 150). Om
de mate van tolerantie te bepalen met de overheid kijken naar de omstandigheden van de
zaak en de mate van disruption to ordinary life (r.o. 155).
In HR extinction rebellion heeft de Hoge Raad indirect neergelegd dat het tijdelijk
onbruikbaar maken van een goed geen strijd met vreedzame betoging oplevert.

Application
De demonstranten hebben zich tijdens de demonstratie te houden aan hun verplichtingen
uit de wet, zoals bijvoorbeeld het niet schenden van artikelen 350 en 141 Sr. Uit de casus
blijkt dat de demonstranten tijdelijk zich strafbaar gesteld hebben aan het onbruikbaar
maken van een goed, volgens 350 Sr. Immers, werknemers en bezoekers hebben tijdelijk een
deel van het pand niet in gebruik kunnen nemen door de gedragingen van de betogers. De

, Werkgroepen materieel strafrecht


vraag is of dit een acceptabele hinder van ordinary life is, of dat de gedragingen de grenzen
van artikel 11 EVRM te buiten gaan. Zoals aangegeven moet de overheid een bepaalde mate
van tolerantie tonen naar de betogers.

Er is sprake van een vreedzaam protest, uit de casus blijkt niet dat de boeren met
gewelddadige intenties hun vrijheid van meningsuiting willen betogen, waardoor de boeren
voldoen aan artikel 11(1) EVRM. Verder is in een wettelijke bepaling, namelijk artikel 9(1) Gw
jo de Strafwet (bijv. artikel 350), neergelegd dat boeren hun wettelijke verplichtingen
moeten naleven. Het is dan de vraag of de maatregel, het vervolgen van de boeren o.g.v.
artikel 350 en 141 Sr noodzakelijk is in een democratische samenleving – en daarmee of de
gedragingen van de boeren als laakbare gedragingen aangemerkt kunnen worden. Daarbij
moet gekeken worden naar de omstandigheden van het geval en de mate van disruption to
ordinary life.
Uit de casus blijkt dat de boeren een op mest lijkende substantie – te weten water en zwarte
modder – op het Provinciehuis gesmeerd hebben. Hiermee hebben zij tijdelijk de ingang
geblokkeerd. Dit heeft in enige mate de gebruikers van het pand gehinderd, zij konden
tijdelijk niet de voordeur gebruiken, echter konden zij zonder enig probleem gebruik maken
van een zijdeur zonder daartoe gehinderd te worden. De deur kon na een tijd weer gebruikt
worden, ondanks dat deze wel vies was. Het is niet kapot gemaakt, geen sprake van een
gewelddadige handeling. Verder staat vast dat de substantie die gebruikt is, geen blijvende
schade aan het gebouw oplevert. Een mix van water en zwarte modder zal al snel uit
zichtzelf, dan wel met een goede regenbui verdwijnen. Mijns inziens levert dit geen laakbare
gedraging op i.d.z.v artikel 11(2) EVRM en rechtspraak van het Hof. De gekozen wijze van
betoging en de gedragingen van de verdachte staan in proportionele verhouding ten
opzichte van het doel en de insteek van de betoging.

Conclusie
Het beroep van de boeren ter rechtvaardiging van hun gedragingen op artikel 10 en 11
EVRM, als ook rechtspraak van het Hof, heeft een goede kans van slagen.

Nog een belangrijke rechtsoverweging:
146  aard en ernst van de opgelegde straffen moeten proportioneel zijn in verhouding
tot het doel van de maatregel. Strafrechtelijke straffen moeten duidelijk gerechtvaardigd
zijn. Deelname aan een vreedzaam protest moet niet onder druk of spanning komen te
staan van strafrechtelijke sancties.
149  Staten hebben ruimte om strafrechtelijke sancties te geven aan degene die
deelnemen aan protesten die niet voldoen aan de eisen van artikel 10 en 11 EVRM. Echter,
de vrijheid om deel te nemen aan een vreedzaam protest mag er niet toe leiden dat een
persoon strafrechtelijke sancties opgelegd krijgt voor het deelnemen aan een protest dat
niet toegestaan was, zolang de persoon zelf geen laakbare gedragingen verricht. Dit geldt
ook voor de situatie waarin een demonstratie uitloopt op geweld of beschadigingen,
persoon mag niet strafrechtelijk vervolgd worden wanneer een demonstratie
‘overgenomen’ wordt en tot geweld leidt – zolang deze persoon zelf geen laakbare
gedragingen zoals plegen van geweld, pleegt.

Documentinformatie

Geüpload op
31 maart 2026
Aantal pagina's
45
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€3,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
guusbeaumont Universiteit van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
16
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
9
Laatst verkocht
2 maanden geleden

3,3

4 beoordelingen

5
1
4
0
3
2
2
1
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen