Leerdoelen inleiding recht kwartiel 1
Week 1
Functies van recht:
- normatieve functie: de normen en waarde die wij allemaal belangrijk vinden.
- geschil oplossende functie: de rechterlijke macht oordeelt of iemand moet worden gestraft
en op welke wijze met welke procedure. (Dus niet als iemand je broer dood dat jij de dader
zijn broer gaat doden, maar je laat de rechter dus oordelen).
- additionele functie: ook wel de aanvullende functie genoemd. Als partijen op een bepaald
gebied afspraken vergeten zijn te maken geeft het recht aan welke regels er zullen gelden.
- instrumentele functie: de wetgever hakt de knoop door, zo doen we het en anders niet.
(Denk aan verkeersregels, rechts rijden bijvoorbeeld).
Rechtsbronnen:
- de wet:
privaatrecht rechtsgebieden wetten
Personen- en familierecht Burgerlijk wetboek 1
Vermogensrecht Burgerlijkwetboek 3,5,6
ondernemingsrecht Burgerlijk wetboek 2
publiekrecht Strafrecht Wetboek van strafrecht
Wetboek van strafvordering
Staatsrecht grondwet
bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht
- het verdrag: een afspraak, een overeenkomst gesloten door 2 of meer staten. Bilateraal
verdrag is tussen 2 staten, multilateraal is tussen meer dan 2 staten
- de jurisprudentie: betekend rechtsspraak. Dit zijn de uitspraken die door rechters worden
gedaan in de rechtbank. Zo kun je in jou situatie vinden wat de rechter er waarschijnlijk over
zegt.
- de gewoonte: gewoonterecht houd in dat je een regel hebt uit gewoonte. Handelt iedereen
volgens de gegroeide opvatting en achten ze zich moreel verplicht de regel te volgen is er
sprake van gewoonterecht.
Rechtsgebieden:
- privaatrecht
- strafrecht: de staat treed actief op door middel van het OM om sancties te eisen bij
overtredingen van normen.
- staatsrecht: regelt hoe Nederlands bestuur wordt vormgegeven en welke invloed de
Nederlandse burgers hierop hebben. (EK, TK, regering, verkiezingen, totstandkoming wetten)
- bestuursrecht: mogelijkheid die overheid/wetgever heeft om op te treden ten aanzien van
de maatschappij.
, Hiërarchie van wet- en regelgeving:
- hoog boven laag: provinciale verordening boven gemeentelijke verordening.
- bijzonder voor algemeen: boek 7 boven boek 3/5/6.
- jong voor oud: 2 wetten van gelijk niveau, zal de recentste worden gebruikt.
- Verdragsbepaling
Grondwet
Wetten in formele zin
Algemene maatregelen van bestuur
Ministeriele regelingen
Provinciale verordeningen
Gemeentelijke verordeningen
Materieel en formeel
- materieel recht: geboden en verboden (inhoudelijk dus).
Wet in formele zin: wet gemaakt door regering en Staten-Generaal.
Wet in materiele zin: wet bedoeld voor iedereen.
- Formeel recht (procesrecht): hoe verkrijg ik mijn recht, procedureregels.
Week 1
Functies van recht:
- normatieve functie: de normen en waarde die wij allemaal belangrijk vinden.
- geschil oplossende functie: de rechterlijke macht oordeelt of iemand moet worden gestraft
en op welke wijze met welke procedure. (Dus niet als iemand je broer dood dat jij de dader
zijn broer gaat doden, maar je laat de rechter dus oordelen).
- additionele functie: ook wel de aanvullende functie genoemd. Als partijen op een bepaald
gebied afspraken vergeten zijn te maken geeft het recht aan welke regels er zullen gelden.
- instrumentele functie: de wetgever hakt de knoop door, zo doen we het en anders niet.
(Denk aan verkeersregels, rechts rijden bijvoorbeeld).
Rechtsbronnen:
- de wet:
privaatrecht rechtsgebieden wetten
Personen- en familierecht Burgerlijk wetboek 1
Vermogensrecht Burgerlijkwetboek 3,5,6
ondernemingsrecht Burgerlijk wetboek 2
publiekrecht Strafrecht Wetboek van strafrecht
Wetboek van strafvordering
Staatsrecht grondwet
bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht
- het verdrag: een afspraak, een overeenkomst gesloten door 2 of meer staten. Bilateraal
verdrag is tussen 2 staten, multilateraal is tussen meer dan 2 staten
- de jurisprudentie: betekend rechtsspraak. Dit zijn de uitspraken die door rechters worden
gedaan in de rechtbank. Zo kun je in jou situatie vinden wat de rechter er waarschijnlijk over
zegt.
- de gewoonte: gewoonterecht houd in dat je een regel hebt uit gewoonte. Handelt iedereen
volgens de gegroeide opvatting en achten ze zich moreel verplicht de regel te volgen is er
sprake van gewoonterecht.
Rechtsgebieden:
- privaatrecht
- strafrecht: de staat treed actief op door middel van het OM om sancties te eisen bij
overtredingen van normen.
- staatsrecht: regelt hoe Nederlands bestuur wordt vormgegeven en welke invloed de
Nederlandse burgers hierop hebben. (EK, TK, regering, verkiezingen, totstandkoming wetten)
- bestuursrecht: mogelijkheid die overheid/wetgever heeft om op te treden ten aanzien van
de maatschappij.
, Hiërarchie van wet- en regelgeving:
- hoog boven laag: provinciale verordening boven gemeentelijke verordening.
- bijzonder voor algemeen: boek 7 boven boek 3/5/6.
- jong voor oud: 2 wetten van gelijk niveau, zal de recentste worden gebruikt.
- Verdragsbepaling
Grondwet
Wetten in formele zin
Algemene maatregelen van bestuur
Ministeriele regelingen
Provinciale verordeningen
Gemeentelijke verordeningen
Materieel en formeel
- materieel recht: geboden en verboden (inhoudelijk dus).
Wet in formele zin: wet gemaakt door regering en Staten-Generaal.
Wet in materiele zin: wet bedoeld voor iedereen.
- Formeel recht (procesrecht): hoe verkrijg ik mijn recht, procedureregels.