Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Externaliserende stoornissen

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
44
Geüpload op
01-04-2026
Geschreven in
2025/2026

Een samenvatting van 45 pagina's waarbij alle nieuwe artikelen die toegevoegd zijn bij curriculum van dit jaar zijn benoemd en de belangrijkste bevindingen zijn samengevat.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Externaliserende
stoornissen
Taak 1
Prins & Braet (2014)
Agressie = Gedrag dat bedoeld is om een ander te schaden en deze ander ook werkelijk
schaadt, waarbij deze ander de schade wil vermijden.
 Intentie tot schaden: er moet een bewuste bedoeling zijn om schade toe te
brengen. Een druk kind dat per ongelijk iets omstoot, is dus niet per definitie
agressief.
 Daadwerkelijke schade: vijandige gedachten alleen vallen niet onder agressie;
er moet ook daadwerkelijk schaden worden berokkend.
 De ander wil dit vermijden: de handelingen is ongewenst door de ontvanger.

Regeloververtredend gedrag: overkoepelende term voor al het gedrag dat in strijd in
met de geldende regels. Dit kunnen formele regels zijn (wetten of schoolregels) maar ook
informele gedragscodes of ouderlijke regels.
Delinquentie is regel vertredend gedrag, waarbij de wet overtreden wordt.
Reactieve Agressie Proactieve Agressie
Aanleiding: Een reactie op een vermeende Aanleiding: Doelgericht en op eigen
bedreiging of provocatie. initiatief ingezet om een bepaald voordeel
te behalen.
Emotionele staat: Gekenmerkt door sterke Emotionele staat: Een vorm van doelgericht
lichamelijke arousal en impulsief gedrag dat weloverwogen wordt uitgevoerd.
handelen.
Fysieke agressie vertoont een typisch verloop: het neemt toe in de eerste levensjaren
met een piek tussen de 2 en 3 jaar. Daarna neemt de frequentie bij de meeste kinderen
geleidelijk af en wordt het deels vervangen door verbale of relationele agressie. Met de
leeftijd lijkt vooral reactieve agressie af te nemen, terwijl proactieve agressie even
prevalent blijft.

Categorie Risicofactoren Beschermende factoren
Kindfactoren - Vroeg probleemgedrag (sterkste - Bovengemiddelde intelligentie
voorspeller) - Makkelijk temperament
- Reactieve agressie: - Goede zelfcontrole
- Aandachtsproblemen / hyperactiviteit
- Moeilijk temperament
- Lage intelligentie
- Verstoorde sociale informatieverwerking
- Proactieve agressie:
- Lage emotionaliteit (weinig empathie, schuld)
- Ongevoelige stressrespons
- Afwijkende morele oordelen
- Ernstige delinquentie:
- Cumulatie van risicofactoren
- Drugsgebruik / erfelijke kwetsbaarheid
- Lage schoolmotivatie
Gezinsfactore  Inconsistent opvoeden  Warme, sensitieve ouder-
n  Hard/fysiek straffen kindrelatie
 Gebrek aan warmte en sensitiviteit  Consistente opvoeding
 Weinig ouderlijk toezicht (monitoring)  Goed ouderlijk toezicht

,  Conflicten tussen ouders (zeker waar kind bij
is)
 Psychosociale problemen / delinquentie ouders
Leeftijdsgenote  Afwijzing door prosociale peers  Positieve vriendengroep
n  Aantrekking tot deviante peers  Acceptatie door prosociale
 Groepsvorming met probleemjongeren leeftijdsgenoten
 Bekrachtiging van probleemgedrag (bijv.
pesten → status)
Bredere sociale  Lage sociaaleconomische status (SES)  Positief schoolklimaat
omgeving  Onveilige / arme buurt  Veilige leefomgeving
 Blootstelling aan geweld (thuis, school, media)  Gestructureerde
 Negatief schoolklimaat / slechte prestaties vrijetijdsbesteding (sport,
 Weinig gestructureerde vrijetijdsbesteding hobby’s)
—  Sterke band met ouder/verzorger
Algemeen of belangrijke volwassene
 Beschermende factoren dempen
impact van risico’s (bufferfunctie)
5 patronen bij kinderen met gedragsproblemen
1. Minder gevoelig voor straf
2. Minder gevoelig voor beloning
3. Emotioneler reageren op stress
4. Beperkte cognitieve capaciteiten
5. Beperkte prosociale emoties

Dwingende interacties (coercion), zoals beschreven door Patterson:
1. Een ouder doet een verzoek (bv. "ruim je speelgoed op").
2. Het kind reageert met probleemgedrag (bv. schreeuwen, nee zeggen).
3. De ouder reageert negatief (bv. wordt boos, dreigt).
4. Het kind escaleert het probleemgedrag (bv. gooit met speelgoed).
5. De ouder geeft toe om de rust te herstellen.

Kinderen met gedragspatronen hebben vaak een vertekend denkpatroon
 Denkpatronen bij Reactieve Agressie:
o Selectieve aandacht voor bedreigende signalen.
o Snelle en vijandige interpretaties van de bedoelingen van anderen (bv. "hij
deed dat expres om mij te pesten").
o Intense boosheid en moeite om deze emoties te reguleren.
 Denkpatronen bij Proactieve Agressie:
o Doelen die gericht zijn op dominantie en wraak.
o Positieve verwachtingen van de uitkomst van agressie (bv. "als ik hem sla,
krijg ik wat ik wil").
o Overschatting van de mate waarin anderen agressief gedrag goedkeuren.

Carr (2016) Hoofdstuk 10
Gedragsproblemen is de meest dure stoornis in de kindertijd
 Weinig behandelrespons
 Slechte prognose
 Intergenerationele overdracht

DSM-5
 Childhood-onset
 Adolescent-onset
 Unspecified-onset
 met CU traits (Callous-unemotional kenmerken, e.g. gebrek aan empathie)
 zonder CU traits
Kenmerk ODD (Oppositioneel-opstandige stoornis) CD (Conduct disorder / antisociale
gedragsstoornis)

,Kern van de Negativistisch, opstandig en prikkelbaar gedrag Ernstig norm overschrijdend gedrag
stoornis waarbij rechten van anderen worden
geschonden
Aantal ≥ 4 symptomen ≥ 3 symptomen
symptomen
Duur ≥ 6 maanden ≥ 12 maanden (≥1 symptoom in
laatste 6 maanden)
Type gedrag 3 domeinen: 1. Boos/prikkelbaar (snel 4 domeinen: 1. Agressie (tegen
geïrriteerd, boos) 2. Argumentatief/opstandig mensen/dieren) 2. Vernieling van
(discussie, weigeren, anderen irriteren, schuld eigendom 3. Bedrog/diefstal 4.
afschuiven) 3. Wraakzuchtig (hatelijk gedrag) Ernstige regelovertreding
Ernst gedrag Minder ernstig: geen schending van Ernstig: duidelijke schending van
basisrechten of wetten rechten en sociale normen
Frequentie-eis Regelmatig (bij kinderen ≥1x per week) Herhaald en persisterend patroon
Impact Lijdensdruk of problemen in functioneren Klinisch significante beperkingen
functioneren (sociaal, school) (school, sociaal, etc.)
Uitsluitingscriteri Niet tijdens psychose, middelengebruik, Bij >18 jaar: geen antisociale
a depressie/bipolair; niet beter verklaard door persoonlijkheidsstoornis
DMDD
Typisch verschil Vooral conflicten met autoriteit en emoties Meer antisociaal en crimineel gedrag
 ODD = “boos en dwars” → vooral houding en gedrag tegenover anderen
 CD = “grensoverschrijdend” → schendt regels en rechten van anderen

Etiologische theorieën over gedragsstoornis CD
1. Biologische theorieën:
o Genetisch
o Neurobiologische tekorten: hersenafwijking
o Ontregeling van neurotransmitters: lager niveau van serotonine
o Neuro-endocrine hypothese: agressie door testosteron
o Hyperarousal: stressreactiesysteem zijn onder reactief
o Temperament
2. Psychodynamische theorieën: superego-tekorten en onveilige hechting
o Superego deficit theory: ASB is gevolg van beperkt functioneren van
superego
o Hechtingstheorie: correlatie tussen onveilige hechting en
gedragsproblemen
3. Cognitieve gedragstheorieën
o Sociale informatie verwerkingstheorie
o Tekorten in sociale vaardigheden
o Modellering theorie: aangeleerd door imitatie
o Dwangfamilieproces: dwingende interactiepatronen ® operante
conditionering
4. Systeemtheorieën
o Gezinsdisfunctie
o Meerdere systemen ® behandeling moet multidisciplinair zijn

Behandeling
 Psycho-educatie
 Monitoring (bijv dagboek)
 Gedragsmatige oudertraining (opvoedvaardigheden en technieken)
 Verminderen van antisociaal gedrag


Matthys & Lochman (2017). ODD en CD in childhood
Hoofdstuk 1 behavior and disorders

, Oppositioneel gedrag: gedrag waarbij een kind weerstand toont t.o.v. de verzorger.
Antisociaal gedrag wordt veelal gebruikt als algemene term voor ongepast gedrag,
kenmerkt zich door het schenden van basale normen, rechten en regels.
Callous-Unemotional Traits (CUT) vormen de affectieve factor van psychopathie:
het zijn eigenschappen, zoals gebrek aan schuld, rouw, rekening houden met andermans
gevoelens, oppervlakkig uiten van emoties en gebrek aan belangstelling.
→ CUT komen voor bij een bijzonder agressieve subgroep van antisociaalgedrag, met een
gemiddelde stabiliteit, tonen meer instrumentele agressie en meer stabiliteit van
antisociaal gedrag.
DSM-4: ODD,CD en ADHD vielen onder dezelfde noemer = storend gedrag, hyperactief
gedrag, impulsief gedrag.
ODD: een terugkerend patroon van ongepast gedrag naar autoriteitsfiguren, waarbij
onder andere woede-uitbarstingen, koppigheid, verzet tegen instructies, onwilligheid tot
compromis, opzettelijk testen van grenzen, verbale (en in mindere mate fysieke) agressie
voorkomen. → gaat vaak samen met laag zelfvertrouwen, lage stemming, lage
frustratietolerantie en slecht executief functioneren.
CD: een herhaaldelijk en volhardend patroon van gedrag dat de basisrechten van
anderen of de normen en regels van de maatschappij schendt.

Hoofdstuk 4 indivual charactistics
Gedrags en moleculaire genetica
 Gen-omgeving-correlatie: 40% erfelijk, ODD/CD comorbide met ADHD
 Diathese-stressmodel: stelt dat sommige kinderen vanwege een specifieke
kwetsbaarheid eerder negatief worden beïnvloed door omgevingsrisico's dan
anderen.
 Temperament
 Neurobiologische kenmerken: straf sensitiviteit ® amygdala, sympathisch
zenuwstelsel en HPA-as

Sociaal informatie verwerking en sociale probleemoplossing
Social information processing Model (SIP): beschrijft hoe kinderen informatie
verwerken om gepast of ongepast te reageren in sociale situaties
 Coderen van signalen: signalen opmerken en verwerken. Bepaalde manier van
verwerken kan gedrag bepalen
 Interpreteren van signalen: attributies van een kind over motieven van
andermans acties, perspectief nemen en empathie
 Verduidelijking van doelen: ASB-ers hechten waarde aan sociale dominantie en
wraak en ziet dit sneller als oplossing
 Toegang tot respons of constructie
 Reactiebeslissing: evaluatie van eerder opgevraagde reacties en selectie van de
meeste positief geëvalueerde reacties voor uitvoering.

Hoofstuk 6 clinical assessment
1. Het verzamelen van schriftelijke informatie van ouders (en leerkrachten):
informatie uit vragenlijsten zijn zowel georiënteerd op het kind (e.g. anamnetisch)
als op het gezin/familie (e.g. gezinssamenstelling, SES, erfelijke belasting).
2. Het eerste gesprek met ouders en kind (intake)
3. Het formuleren van hypothese over mogelijke diagnoses en
comorbiditeit: veel voorkomende comorbiditeiten of differentiaal diagnoses zijn:
ADHD, autisme, bipolaire stoornis, verstandelijke beperking, taalstoornissen.
4. Het klinische interview en de observatie van het kind: uitsluiten andere
aandoeningen, identificeren van comorbiditeit, observeren symptomen en andere
kenmerken van ODD/ CD
5. De voltooiing van aanvullende beoordelingen, indien nodig.
6. Het afnemen van een DSM-5 of ICD-10 georiënteerd interview met ouders
(individueel met ouder kind): criteria beschreven in gedragingen, die in het
dagelijks leven voorkomen.

Documentinformatie

Geüpload op
1 april 2026
Aantal pagina's
44
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€4,98
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
fleurvanrosendaal
3,0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
fleurvanrosendaal Maastricht University
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
8
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
5
Documenten
17
Laatst verkocht
1 jaar geleden

3,0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen