1. Abdomen en tractus digestivus
Leerdoelen
Je kunt de lichaamsholtes benoemen en het begrip sereuze vliezen uitleggen.
Cavitas (holtes)
Dorsaal
1. Crani → hersenen
2. Vertebrali → ruggenmerg
Ventraal
• Thoracis → borstholte
• Abdominalis → buik
• Pelvis → bekken
Sereuze vliezen = dubbele laag die organen en holtes bekleed
met als doel minder wrijving, bescherming door druk en
bewegingsvrijheid
1. Parietaal = zit tegen wand van de holte
2. Visceraal = tegen het orgaan zelf.
a. Pericardum serosum → hart
b. Pleura → longen
c. Petioneum → buik
Je kunt de embryonale ontwikkeling van de tractus digestivus beschrijven.
Aorta geeft 3 takken af en oerdarm kent 3 delen
1. Voordarm: oesophagus, maag, duodenum, lever, galblaas, pancreas, milt
a. Truncus coeliacus
2. Middendarm: begint bij Papil van Vater
a. A mesenterica superior
3. Einddarm: vanaf 2/3 colon transversum
a. A. mesenterica inferior
1e: 90 graden om lengte as. Rechterzijde gaat naar dorsaal, linkerzijde ventraal.
• Pancreas komt secundair retroperitoneaal te liggen door deze draaiing (rode
stukje in plaatje rechts).
• Lever rechts, milt links
,2e draaiing: om sagittale as, bursa omentalis ontstaat. Een ruimte achter de maag die
bewegingsvrijheid geeft.
Middendarm: primaire lis rondom a. mesenterica superior. Darm draait tegen de klok in
vanaf ventraal gezien met 90 graden. Tijdelijk is de darm te groot voor de buikholte →
fysiologische navelstrengbreuk. Dan zet draaining door met 180 graden en kruist het
zichzelf. Sommige delen (colon ascendens/descendens) komen hierdoor
retroperitioneaal, door de verklevingen.
Je kunt de ligging en de onderlinge relaties van de organen van de tractus digestivus
beschrijven.
Buis
• Mond
• Pharynx (keel)
• Oesophagus: UES, LES en externe (diafragma) sfincter. De laatste 2 voorkomen
reflux. Ligging door diafragma (hiatus oesofagus)
• Maag: met lever via omentum minus, met colon via omentum majus.
o Pars cadiaca iets na diafragma, fundus gastria, corpus gastricum, antrum,
pars pyloris
o Curvutura major en minor met incisura angularis (waar corpus gastircum
naar pars pylorica overgaat). Alleen rond de curvutura minor liggen
regelmatige linaire plooien = canalis gastricus
• Milt: verbonden via lig. Gastrospelinicum en lig. spenorenale
• Dunne darm (duodenum, jejenum, ilium)
o Duodenum ontvangt ductus choledochus en ductus pancreaticus bij de
papil van Vater.
o Villi
o Radix mesenteri
o C-vorm rond caput pancreatis
o Delen: pars superior, descendens, horizontalis, ascendens
o Overgang jejenum bij flexura duodenojejunalis door ligament van Treitz
o Pliceas circulaires blijven zichbaar bij uitrekking
• Dikke darm (apendix, ceacum, colon as, colon trans, colon des, colon sig,
rectum, canalis analis)
o Diameter neem taf distaal
, o Plique semilunaires
o Flexura coli dextra (hepatica) en sinistra (splenica) = oriëntatiepunten.
Klieren
• Speekselklieren
• Lever: segmentatie obv bloedvaten, bevat porta hepatis (a. pehaptica, v, portae
en ductus hepaticus)
o Ligt onder diafragma
o Ligamentum falciforme scheidt dexter/sinister anatomisch
o Area nuda → geen peritionum → contact diafragma
o porta hepatis, leverhilus (v. portae, a. hepatica, ductus hepaticus)
• Galblaas: fundus, corpus, collum. Ligt in fossa vesicea onder lever.
o Ductus cysticus → ductus choledochus
• Pancreas: achterwand bursa omentalis
o Caput, corpus cauda tot milthilus
• Talloze klieren in mucosa: maagsap en spijsverteringssap
Je kunt de ontwikkeling van de tractus digestivus relateren aan de uiteindelijke
ligging en bevestiging van de diverse organen.
Rotatie vd maag zorgt voor ontstaan bursa omentalis en dat de maag een grote en kleine
curvatuur krijgt en dat de pancreas secundair retroperitoneaal komt
Darmdraaiing zorgt voor secundair retroperitoneale ligging colon asc/desc.
Uit dorsaal mesogastrium vormt omentum majus.
Uit het ventrale mesenterium komen
1. Lig. Falciforme → lever met diafragma
2. Omentum minus (lig. Hepatogastricum & lig. Hepatodueodenale) → lever met
maag/duodenum
Uit het dorsale komt de rest (milt)
Zelfstudie opdrachten
Waar en waardoor heeft de slokdarm vernauwingen?
4 plekken, zie je het beste bij slikken.
1. UES
2. Arcus aortae
3. Bronchus principale sinister
4. LES
Wat is de “LES”?
Lower Esophageal Sfincter, voorkomt reflux van zure maaginhoud. Deze zit op het niveau
waar de oesophagus door diafragma gaat.
Uit welke delen bestaat de maag?
, Wat zijn de hoofdfuncties van de maag?
1. Mengfabriek van voedsel, bewegelijk
2. Mechanische en chemisch afbraak
3. Reservoir
4. Geleidelijke lediging → pylorus sfincter
Noem verschillen tussen jejunum en ileum.
Kenmerk Jejunum Ileum
Diameter Groter Kleiner
Wand dikte Dikker Dunner
Veel, groot, want vertering Minder, kleiner, want specifieke
Plicae circulares
en absorptie opname vit b12 en glazout
Vet in
Weinig Veel
mesenterium
Kleur Roodachtig Bleker
Noem enige uitwendige morfologische karakteristieken van het colon.
1. Teaniae: lengespieren komt samen bij appendix
Leerdoelen
Je kunt de lichaamsholtes benoemen en het begrip sereuze vliezen uitleggen.
Cavitas (holtes)
Dorsaal
1. Crani → hersenen
2. Vertebrali → ruggenmerg
Ventraal
• Thoracis → borstholte
• Abdominalis → buik
• Pelvis → bekken
Sereuze vliezen = dubbele laag die organen en holtes bekleed
met als doel minder wrijving, bescherming door druk en
bewegingsvrijheid
1. Parietaal = zit tegen wand van de holte
2. Visceraal = tegen het orgaan zelf.
a. Pericardum serosum → hart
b. Pleura → longen
c. Petioneum → buik
Je kunt de embryonale ontwikkeling van de tractus digestivus beschrijven.
Aorta geeft 3 takken af en oerdarm kent 3 delen
1. Voordarm: oesophagus, maag, duodenum, lever, galblaas, pancreas, milt
a. Truncus coeliacus
2. Middendarm: begint bij Papil van Vater
a. A mesenterica superior
3. Einddarm: vanaf 2/3 colon transversum
a. A. mesenterica inferior
1e: 90 graden om lengte as. Rechterzijde gaat naar dorsaal, linkerzijde ventraal.
• Pancreas komt secundair retroperitoneaal te liggen door deze draaiing (rode
stukje in plaatje rechts).
• Lever rechts, milt links
,2e draaiing: om sagittale as, bursa omentalis ontstaat. Een ruimte achter de maag die
bewegingsvrijheid geeft.
Middendarm: primaire lis rondom a. mesenterica superior. Darm draait tegen de klok in
vanaf ventraal gezien met 90 graden. Tijdelijk is de darm te groot voor de buikholte →
fysiologische navelstrengbreuk. Dan zet draaining door met 180 graden en kruist het
zichzelf. Sommige delen (colon ascendens/descendens) komen hierdoor
retroperitioneaal, door de verklevingen.
Je kunt de ligging en de onderlinge relaties van de organen van de tractus digestivus
beschrijven.
Buis
• Mond
• Pharynx (keel)
• Oesophagus: UES, LES en externe (diafragma) sfincter. De laatste 2 voorkomen
reflux. Ligging door diafragma (hiatus oesofagus)
• Maag: met lever via omentum minus, met colon via omentum majus.
o Pars cadiaca iets na diafragma, fundus gastria, corpus gastricum, antrum,
pars pyloris
o Curvutura major en minor met incisura angularis (waar corpus gastircum
naar pars pylorica overgaat). Alleen rond de curvutura minor liggen
regelmatige linaire plooien = canalis gastricus
• Milt: verbonden via lig. Gastrospelinicum en lig. spenorenale
• Dunne darm (duodenum, jejenum, ilium)
o Duodenum ontvangt ductus choledochus en ductus pancreaticus bij de
papil van Vater.
o Villi
o Radix mesenteri
o C-vorm rond caput pancreatis
o Delen: pars superior, descendens, horizontalis, ascendens
o Overgang jejenum bij flexura duodenojejunalis door ligament van Treitz
o Pliceas circulaires blijven zichbaar bij uitrekking
• Dikke darm (apendix, ceacum, colon as, colon trans, colon des, colon sig,
rectum, canalis analis)
o Diameter neem taf distaal
, o Plique semilunaires
o Flexura coli dextra (hepatica) en sinistra (splenica) = oriëntatiepunten.
Klieren
• Speekselklieren
• Lever: segmentatie obv bloedvaten, bevat porta hepatis (a. pehaptica, v, portae
en ductus hepaticus)
o Ligt onder diafragma
o Ligamentum falciforme scheidt dexter/sinister anatomisch
o Area nuda → geen peritionum → contact diafragma
o porta hepatis, leverhilus (v. portae, a. hepatica, ductus hepaticus)
• Galblaas: fundus, corpus, collum. Ligt in fossa vesicea onder lever.
o Ductus cysticus → ductus choledochus
• Pancreas: achterwand bursa omentalis
o Caput, corpus cauda tot milthilus
• Talloze klieren in mucosa: maagsap en spijsverteringssap
Je kunt de ontwikkeling van de tractus digestivus relateren aan de uiteindelijke
ligging en bevestiging van de diverse organen.
Rotatie vd maag zorgt voor ontstaan bursa omentalis en dat de maag een grote en kleine
curvatuur krijgt en dat de pancreas secundair retroperitoneaal komt
Darmdraaiing zorgt voor secundair retroperitoneale ligging colon asc/desc.
Uit dorsaal mesogastrium vormt omentum majus.
Uit het ventrale mesenterium komen
1. Lig. Falciforme → lever met diafragma
2. Omentum minus (lig. Hepatogastricum & lig. Hepatodueodenale) → lever met
maag/duodenum
Uit het dorsale komt de rest (milt)
Zelfstudie opdrachten
Waar en waardoor heeft de slokdarm vernauwingen?
4 plekken, zie je het beste bij slikken.
1. UES
2. Arcus aortae
3. Bronchus principale sinister
4. LES
Wat is de “LES”?
Lower Esophageal Sfincter, voorkomt reflux van zure maaginhoud. Deze zit op het niveau
waar de oesophagus door diafragma gaat.
Uit welke delen bestaat de maag?
, Wat zijn de hoofdfuncties van de maag?
1. Mengfabriek van voedsel, bewegelijk
2. Mechanische en chemisch afbraak
3. Reservoir
4. Geleidelijke lediging → pylorus sfincter
Noem verschillen tussen jejunum en ileum.
Kenmerk Jejunum Ileum
Diameter Groter Kleiner
Wand dikte Dikker Dunner
Veel, groot, want vertering Minder, kleiner, want specifieke
Plicae circulares
en absorptie opname vit b12 en glazout
Vet in
Weinig Veel
mesenterium
Kleur Roodachtig Bleker
Noem enige uitwendige morfologische karakteristieken van het colon.
1. Teaniae: lengespieren komt samen bij appendix