1. Kan de anatomie en fysiologie van het zenuwstelsel uitleggen
Zenuwweefsel
Neuron(en) = zenuwcel(len)
Neuroglia – ondersteunende cellen (steunweefsel)
Glia = lijm
Neuron:
•Cellichaam
•Dendrieten
•Axon
•Synapsknop(pen)
Membraanpotentiaal
Heel klein lading verschil tussen binnenkant van de cel en buiten (Potentiaal= lading verschil)
Buiten relatief veel Na+ en Cl-
Binnen relatief veel K+ en negatief geladen eiwitten
Rustpotentiaal is -70mV (millivolt)
,Actiepotentiaal
Bij prikkeling
•Celmembraan doorlaatbaar voor Na+ ionen,
Natrium gaat de cel instromen
•Na+ influx (natrium instroom)
•Binnenkant cel positief, natrium is namelijk positief
geladen. Dit gaat langzaam omdat het natrium
geleidelijk naar binnen gaat.
•Depolarisatie, het proces wanneer de rustpotentiaal positief
wordt.
-50mV = drempelwaarde → depolarisatie niet te stoppen, tot max 30 mV
Verschil -70 en 30 = 100mV = actiepotentiaal (het signaaltje dat plaatsvindt op het moment dat er een
stimulus aanwezig is.
Repolarisatie
•Celmembraan ook doorlaatbaar voor K+
•K+ Efflux (kalium uitstroom)
Hyperpolarisatie
•Niet alle kaliumkanalen sluiten zich tegelijkertijd, dus teveel kalium verplaatst naar buiten en komt
verder in de min. De natrium-kalium pomp zorgt ervoor dat het teruggebracht wordt naar -70mV.
Na/K- Pomp
•Verhouding ionen weer in evenwicht → -70mV
Saltatoire geleiding
Neuron met myelineschede (isolerende vettige stof)
Cellen van Schwann
Isolerende werking waardoor de impuls snel verder ‘springt’
-> saltatoire geleiding (sprongsgewijze geleiding)
,Actiepotentiaal
Potassium = kalium, sodium = natrium
Impulsoverdracht
•Impuls loopt van dendriet naar axon-uiteinde
•Overdracht via synaps
Synaps
, Neurotransmitters (chemische boodschappers)
Hersenvliezen
1. Zie onderstaande figuur. Hierop is een schematische weergave getoond van een stukje van het