Systeemgericht werken in sociale
beroepen
Hoofdstuk 1 perspectieven op gedrag
1. Positieve Psychologie (Paragraaf 1.8.2)
In plaats van alleen te focussen op problemen en wat er "mis" is, richt deze stroming
zich op de kracht en het welbevinden van de cliënt.
• Geen "verplicht" geluk: Het is een misverstand dat je altijd positief moet zijn.
Het negeren van negatieve gevoelens werkt vaak averechts.
• Acceptatie en waarden: Het gaat om het accepteren van negatieve emoties en
het handelen naar wat voor jou persoonlijk waardevol is.
• Focus op welbevinden: Er is aandacht voor 'zachte' uitkomsten die op de lange
termijn juist erg effectief zijn, zoals:
o Subjectief welbevinden: Geluk en tevredenheid.
o Kernkwaliteiten van het hart: Dankbaarheid, optimisme en empathie.
o Kernkwaliteiten van het hoofd: Nieuwsgierigheid en kritisch denken.
• Resultaat: Investeren in geluk en persoonlijke kwaliteiten leidt tot betere
gezondheid, hogere arbeidsprestaties en een langere levensduur.
2. Systeemgericht Perspectief (Paragraaf 1.9)
Dit perspectief kijkt niet alleen naar het individu, maar naar de mens binnen zijn sociale
omgeving (het "systeem").
• Gedrag als reactie: Gedrag wordt gezien als een logische reactie op wat er in het
systeem (gezin, school, werk, cultuur) gebeurt.
• Samenhang: Wat er met één persoon gebeurt, heeft invloed op alle betrokkenen
in het systeem.
• Betekenis en functie: Elk gedrag heeft een functie binnen de context. Omdat
iedereen een andere positie inneemt in het systeem, zal iedereen het gedrag ook
anders interpreteren.
,• De metafoor van de olifant: Net als blinde mannen die elk een ander deel van
een olifant aanraken en iets anders beschrijven, zie je pas het hele plaatje als je
alle individuele verhalen en perspectieven naast elkaar legt.
• Geschiedenis: Hoewel systeemdenken al eeuwenoud is in verschillende
culturen, werd het in de westerse therapie pas rond 1960 de standaard boven de
individuele aanpak.
,Hoofdstuk 2 systeemgericht werken
1. Kernbegrippen van Systeemgericht Werken
Systeemgericht werken kijkt niet naar het individu alleen, maar naar het individu binnen
de context van zijn relaties en omgeving.
• Wederzijdse beïnvloeding: In een systeem beïnvloeden alle leden elkaar. Een
actie van de één roept een reactie op bij de ander. Het is niet zinvol om één
schuldige aan te wijzen; het gaat om de dynamiek tussen mensen.
• Complexiteit: Een situatie is nooit het gevolg van één simpele oorzaak. Het is
een samenspel van factoren (huisvesting, werk, cultuur, geschiedenis) die op dat
specifieke moment samenkomen.
• Meerstemmigheid: Iedereen in een systeem heeft zijn eigen verhaal en beleving.
Een hulpverlener moet ruimte maken voor al deze "stemmen", zelfs als ze elkaar
tegenspreken of ongemakkelijk zijn.
• Contextualiseren: Gedrag krijgt betekenis door de context. Iemand is niet alleen
"cliënt", maar ook ouder, werknemer, buur of vriend. Door naar deze
verschillende contexten te kijken, ontstaat een completer beeld.
2. De Houding van de Professional
Om effectief systeemgericht te werken, worden de volgende instrumenten en houdingen
beschreven:
Verschillende Lenzen (Kijkrichtingen)
Volgens Saventije, Van Lawick & Reijmers (2018) kun je door drie lenzen kijken:
1. Maatschappelijke lens: Hoe beïnvloeden structuren, geschiedenis en cultuur de
situatie?
2. Buitenstaandersperspectief: Hoe kijken mensen uit de omgeving (buren,
vrienden, familie) naar de situatie?
3. Binnenkantperspectief: Hoe ervaren de direct betrokkenen zelf de situatie
vanuit hun eigen positie?
, De Dialoog en 'Niet-weten'
• Dialoog: Het doel is niet om gelijk te krijgen, maar om elkaars werkelijkheid te
begrijpen. Dit vraagt om actief luisteren zonder direct te oordelen.
• Niet-wetende houding: De professional stelt zich bescheiden op. Je gaat er niet
vanuit dat jij de expert bent over het leven van de ander, maar je bent oprecht
nieuwsgierig naar hun perspectief.
3. Hulpmiddel: Het Ecogram
Het ecogram is een visueel hulpmiddel (een schematische tekening) om het sociale
netwerk van een cliënt in kaart te brengen.
• Doel: Het overzichtelijk maken van belangrijke relaties (familie, vrienden, werk,
instanties) en de kwaliteit daarvan.
• Visualisatie: Door gebruik te maken van verschillende lijnen (bijv. een
doorgetrokken lijn voor een goede relatie, een stippellijn voor een verstoorde
relatie) wordt de sociale steun of druk direct zichtbaar.
• Inclusiviteit: Het helpt om te zien wie er nog meer betrokken kan worden bij de
ondersteuning, zodat de hulpverlener niet de enige steunpilaar is.
Belangrijke les: Systeemgericht werken gaat over het creëren van een veilige ruimte
waar verschillende perspectieven naast elkaar kunnen bestaan, met als doel verbinding
en empowerment.
beroepen
Hoofdstuk 1 perspectieven op gedrag
1. Positieve Psychologie (Paragraaf 1.8.2)
In plaats van alleen te focussen op problemen en wat er "mis" is, richt deze stroming
zich op de kracht en het welbevinden van de cliënt.
• Geen "verplicht" geluk: Het is een misverstand dat je altijd positief moet zijn.
Het negeren van negatieve gevoelens werkt vaak averechts.
• Acceptatie en waarden: Het gaat om het accepteren van negatieve emoties en
het handelen naar wat voor jou persoonlijk waardevol is.
• Focus op welbevinden: Er is aandacht voor 'zachte' uitkomsten die op de lange
termijn juist erg effectief zijn, zoals:
o Subjectief welbevinden: Geluk en tevredenheid.
o Kernkwaliteiten van het hart: Dankbaarheid, optimisme en empathie.
o Kernkwaliteiten van het hoofd: Nieuwsgierigheid en kritisch denken.
• Resultaat: Investeren in geluk en persoonlijke kwaliteiten leidt tot betere
gezondheid, hogere arbeidsprestaties en een langere levensduur.
2. Systeemgericht Perspectief (Paragraaf 1.9)
Dit perspectief kijkt niet alleen naar het individu, maar naar de mens binnen zijn sociale
omgeving (het "systeem").
• Gedrag als reactie: Gedrag wordt gezien als een logische reactie op wat er in het
systeem (gezin, school, werk, cultuur) gebeurt.
• Samenhang: Wat er met één persoon gebeurt, heeft invloed op alle betrokkenen
in het systeem.
• Betekenis en functie: Elk gedrag heeft een functie binnen de context. Omdat
iedereen een andere positie inneemt in het systeem, zal iedereen het gedrag ook
anders interpreteren.
,• De metafoor van de olifant: Net als blinde mannen die elk een ander deel van
een olifant aanraken en iets anders beschrijven, zie je pas het hele plaatje als je
alle individuele verhalen en perspectieven naast elkaar legt.
• Geschiedenis: Hoewel systeemdenken al eeuwenoud is in verschillende
culturen, werd het in de westerse therapie pas rond 1960 de standaard boven de
individuele aanpak.
,Hoofdstuk 2 systeemgericht werken
1. Kernbegrippen van Systeemgericht Werken
Systeemgericht werken kijkt niet naar het individu alleen, maar naar het individu binnen
de context van zijn relaties en omgeving.
• Wederzijdse beïnvloeding: In een systeem beïnvloeden alle leden elkaar. Een
actie van de één roept een reactie op bij de ander. Het is niet zinvol om één
schuldige aan te wijzen; het gaat om de dynamiek tussen mensen.
• Complexiteit: Een situatie is nooit het gevolg van één simpele oorzaak. Het is
een samenspel van factoren (huisvesting, werk, cultuur, geschiedenis) die op dat
specifieke moment samenkomen.
• Meerstemmigheid: Iedereen in een systeem heeft zijn eigen verhaal en beleving.
Een hulpverlener moet ruimte maken voor al deze "stemmen", zelfs als ze elkaar
tegenspreken of ongemakkelijk zijn.
• Contextualiseren: Gedrag krijgt betekenis door de context. Iemand is niet alleen
"cliënt", maar ook ouder, werknemer, buur of vriend. Door naar deze
verschillende contexten te kijken, ontstaat een completer beeld.
2. De Houding van de Professional
Om effectief systeemgericht te werken, worden de volgende instrumenten en houdingen
beschreven:
Verschillende Lenzen (Kijkrichtingen)
Volgens Saventije, Van Lawick & Reijmers (2018) kun je door drie lenzen kijken:
1. Maatschappelijke lens: Hoe beïnvloeden structuren, geschiedenis en cultuur de
situatie?
2. Buitenstaandersperspectief: Hoe kijken mensen uit de omgeving (buren,
vrienden, familie) naar de situatie?
3. Binnenkantperspectief: Hoe ervaren de direct betrokkenen zelf de situatie
vanuit hun eigen positie?
, De Dialoog en 'Niet-weten'
• Dialoog: Het doel is niet om gelijk te krijgen, maar om elkaars werkelijkheid te
begrijpen. Dit vraagt om actief luisteren zonder direct te oordelen.
• Niet-wetende houding: De professional stelt zich bescheiden op. Je gaat er niet
vanuit dat jij de expert bent over het leven van de ander, maar je bent oprecht
nieuwsgierig naar hun perspectief.
3. Hulpmiddel: Het Ecogram
Het ecogram is een visueel hulpmiddel (een schematische tekening) om het sociale
netwerk van een cliënt in kaart te brengen.
• Doel: Het overzichtelijk maken van belangrijke relaties (familie, vrienden, werk,
instanties) en de kwaliteit daarvan.
• Visualisatie: Door gebruik te maken van verschillende lijnen (bijv. een
doorgetrokken lijn voor een goede relatie, een stippellijn voor een verstoorde
relatie) wordt de sociale steun of druk direct zichtbaar.
• Inclusiviteit: Het helpt om te zien wie er nog meer betrokken kan worden bij de
ondersteuning, zodat de hulpverlener niet de enige steunpilaar is.
Belangrijke les: Systeemgericht werken gaat over het creëren van een veilige ruimte
waar verschillende perspectieven naast elkaar kunnen bestaan, met als doel verbinding
en empowerment.