PUBLIEKRECHT
Prof. Frederik Dhondt
2025-2026
EERSTE BACHELOR
Tweede semester
, JULIE BOENS
2025-2026
INHOUDSOPGAVE
Deel I: extern publiekrecht ....................................................................................................................3
Het moderne staatsbegrip ................................................................................................................3
Inleiding.......................................................................................................................................3
De idee van ‘de staat’ ...................................................................................................................3
De notie ‘soevereiniteit’ ................................................................................................................4
De democratisering en constitutionalisering van de staat ...............................................................5
Macht en soevereiniteit in de constitutionele staat .........................................................................8
Types staten ................................................................................................................................9
Verhoudingen tussen staten sinds 1453 .......................................................................................... 12
Inleiding..................................................................................................................................... 12
Internationale betrekkingen van Karel V tot de Franse Revolutie .................................................... 12
Middeleeuwen tot de Nieuwe Tijd: de geboorte van het internationaal recht .................................. 15
Opkomst van de natiestaat ............................................................................................................. 18
De achttiende eeuw ................................................................................................................... 18
De negentiende eeuw ................................................................................................................. 20
De twintigste eeuw ..................................................................................................................... 22
Deel II: intern publiekrecht ................................................................................................................. 26
Frankrijk ........................................................................................................................................ 26
Inleiding..................................................................................................................................... 26
De Franse Revolutie (1789) ......................................................................................................... 27
De constitutionele monarchie (1791) ........................................................................................... 29
De Convention en de Grondwet van het jaar I (1793) ..................................................................... 30
Het Comité de Salut Public en de democratische dictatuur (1793-1794)........................................ 30
Het Directoire en de Grondwet van het jaar III (1795) .................................................................... 32
Het Consulaat in het jaar VIII (1799) ............................................................................................. 33
Het Eerste Keizerrijk (1804-1814/15) ............................................................................................ 34
De Restauratie (1814/15) ............................................................................................................ 34
De Julimonarchie (1830) ............................................................................................................. 35
De Tweede Republiek (1848-1851) .............................................................................................. 36
Het Tweede Keizerrijk (1852-1870)............................................................................................... 37
De Derde Republiek (1871-1940) ................................................................................................. 38
De Vierde Republiek (1946-1958) ................................................................................................ 39
De Vijfde Republiek (1958-heden) ............................................................................................... 39
Verenigd Koninkrijk ........................................................................................................................ 40
1
, JULIE BOENS
2025-2026
Terminologie en structuur ........................................................................................................... 40
Grondwettelijke documenten en instellingen ............................................................................... 41
Het ‘Verenigd Koninkrijk’ ............................................................................................................. 47
Verenigde Staten............................................................................................................................ 50
Kolonisatie, verovering, expansie van Noord-Amerika ................................................................... 50
De institutionele uitbouw onder het Brits regime .......................................................................... 52
De onafhankelijkheid en confederatie ......................................................................................... 54
Institutionele structuren: checks & balances ............................................................................... 56
2
, JULIE BOENS
2025-2026
DEEL I: EXTERN PUBLIEKRECHT
HET MODERNE STAATSBEGRIP
INLEIDING
Hoe regelen we manier hoe we onszelf besturen? ‘regelen’ verwijst al naar een norm/recht
- Norm -> recht -> publiekrecht
Gemeenschappelijk hoe staten worden bestuurd (maar geen uniform model)
- Manier waarmee de overheid legitimiteit krijgt om de mensen te besturen
o Voor elke staat anders en evolueert ook op andere manier
o Geen uniform model qua ideologie en juridisch systeem (ideologieën lijft tot
verschillende systemen)
- Voor sommige denkers: natuurstaat = chaos
o Om daaruit te geraken & veiligheid te waarborgen van mensen, moeten we macht
centraliseren in handen van één persoon/instelling (dikwijls vorst, maar kan ook klein
groepje mensen zijn)
▪ Zo problemen oplossen
o Natuurstaat: veel burgeroorlogen, zijn religieus geïnspireerd (allen tegen allen)
- Vandaag: in meeste staten representatief regime waarbij bevolking zich kan laten
vertegenwoordigen
Essentiële problematiek in publiekrecht: hoe onszelf besturen zodat we vrij blijven?
- Spanningsveld
o Hoe de democratie in constitutionele zin denken?
o Hoe rechten bewaren en ervoor zorgen dat een democratische meerderheid de rechten
en belangen van de minderheden niet miskent?
-> spanningsveld vormt intellectuele achtergrond van ontwikkeling liberale staat
- Hoe institutioneel denken?
o Parlement: volgende problematiek want stem niet aan één iemand, maar meerdere &
dan stemmen
o Meerderheid beslist: maar wat als meerderheid beslist om minderheid te gaan inperken
of wegjagen?
DE IDEE VAN ‘DE STAAT’
Uitgangspunt
- Iets/iemand nodig om samenleven te waarborgen & chaos en geweld te verhinderen
o Persoon/instelling met macht om bevelen op te leggen
o Persoon/instelling maakt wet (op iedereen van toepassing)
o Persoon/instelling = geweldmonopolie
- Enige manier om rust te creëren & verhinderen dat groep mensen in chaos vervalt -> heeft theorie
nodig, dus concept ‘staat’ (wie/wat als staat beschouwen & waarom?)
o Antwoord: afhankelijk van standpunt men inneemt
-> middeleeuwen, vroegmoderne of hedendaagse
Middeleeuwen
- Mediëvisten: moderne staat is opvolger standenvertegenwoordiging & leenrecht
- Samenleving opgebouwd uit 3 standen (dragen elk op eigen manier bij aan de maatschappij)
o Zij die bidden (clerus) – zij die strijden (ridders) – zij die werken (derde stand)
3