Tip: Trek verbanden over Button, colleges en eigen mening. Geef antwoord op de waarom vraag.
Gaat over mijn verhouding tot de onderwerpen. Verbanden kunnen leggen tussen verschillende
levensbeschouwingen. Lees eerste en laatste pagina.
College 1
Levensbeschouwing
“Totale complex van normen, idealen, ideeën, ervaringen, verwachtingen die een persoon ontwikkelt
over zichzelf, het samenleven met anderen en over de wereld.”
Kan gekleurd worden door religie (of seculiere levensbeschouwing, bv humanisme). Betrokkenheid
op eigen levensbeschouwing kan per persoon verschillen.
Religie: re- ligie -> opnieuw- verbinden.
- Religie/geloof = Collectieve uiting van spiritualiteit, gebaseerd op bestaan één/ meer goden.
- Groep mensen heeft zelfde idee over ontstaan aarde, mensheid. Hebben godsdienstige leider.
- Eigen heilige geschriften, geschreven door profeten.
- Ideeën en praktijken verbonden aan geloof in hogere macht
Niet religieuze levensbeschouwing: hoeft geen hogere macht of God(en) te zijn. Niet institutioneel.
- Eerste definitie van levensbeschouwing, maar niet gebaseerd op institutionele religie.
- Iedereen beschouwt het leven.
Inheemse groep Ecuador: Waurani
- Ik ben natuur, natuur is mij.
o Gemeenschapsleven en relaies. Heilige dieren. Sjamaan.
o Natuur vertelt mijn geschiedenis, zij voedt mij, ik beweeg mij in en met haar.
Verhaal: Oren worden opgerekt door bepaalde palm. Geloven in meerdere werelden, 4. Op weg
naar een andere wereld moet je op een juist pad komen, niet verkeerd pad. Boa constrictor gaat je
meenemen naar andere wereld. Hij herkent je stam aan oorlel.
Hert zien is geen goed teken.
Westerse geschiedenis niet religieuze levensbeschouwing:
Romeins, Griekse mythologie: Voor 600 v. Chr
- Mythen, verhalen mondeling doorgeven, dus context gebonden en plaatselijke versies.
- (Half/natuur) Goden: aanbaden bronnen, wouden, natuurverschijnselen.
- Polytheïstisch (poly, theos- veel, god). Meeste goden halfgoden.
- Veel offers
- Mythen, volksverhalen uit griekse mythologie: Heracles.
, Filosofie: na 600v Chr
- Filo, sofia- liefde, wijsheid.
- Verwondering, kritischer denken over vanzelfsprekendheden
o Hoe te leven? Hoe zit de kosmos in elkaar?
- Socrates: dankt roem aan Plato, liet hem als belangrijkste spreker optreden in dialogen. Zelf
niets geschreven.
- Plato: Invloed op huidig westerse filosofie. Veel werk overgeleverd.
- Aristoteles: Leerling Plato. Enkel werk overgeleverd bedoeld voor onderwijs en onderzoek in
kleine kring.
o Metafysisch verlangen: Mensen hebben drang naar weten. Blijkt uit liefde voor
waarneming, vooral zien, doen we niet alleen uit nut. Zien geeft kennis over wereld.
o Filosoferen door verwondering. Eerst over dagelijkse dingen, daarna grotere dingen:
toestanden, eigenschappen van maan, zon, sterren, ontstaan van alles. Filosoferen om
kennis opdoen, niet voor nut.
o Puur om kennis te zoeken niet voor nut. Filosofie, enige vrije vorm van kennis.
o Waarom bestaat iets? Waartoe besta ik, waartoe bestaat werkelijkheid? Wat is zin
daarvan?
e
Geloof: 1 eeuwen na Chr, Middeleeuwen
- 400 na Chr: Christendom populairder bij rijke burgers.
- Onder keizer Constantijn de Grote -> Christendom de staatsgodsdienst.
- Middeleeuwen: bijna iedereen Christelijk.
- Men moet richten op hiernamaals: geloof vs kennis.
Verlichtingsdenken (na Renaissance)
- Ratio ipv religio: verstand gebruiken ipv geloof.
- Empirisme, rationalisme: geen waarheid in geloof, maar kennis via waarnemen, ervaring,
redeneren, nadenken.
- Verlichtingsdenkers
o René Descrates: 1e filosoof 17e eeuws rationalisme. Op zoek naar zekere kennis. ‘Cogito,
ergo sum’ (ik denk dus ik ben).
o Immanuel Kant: ‘Verlichting is bevrijding van onmondigheid uit eigen schuld’. Sapere
aude (durf te denken).
Secularisatiethese
- Bij modernere samenleving, afname betekenis van religie in samenleving.
- Religie leek te verminderen (kerken liepen leeg).