Farmaceutische patiëntenzorg
Hoofdstuk 25:
25.2. Analgetica en antireumatica
- In welke groepen kan analgetica (pijnstillers) worden verdeeld?
o Niet opioïden
Paracetamol
NSAID’s
o Opioïden
Morfine
- In welke groepen kan antireumatica worden verdeeld?
o NSAID’s
Ibuprofen
Diclofenac
Naproxen
o DMARD’s
Methotrexaat
Sulfasalazine
25.3. Niet-opioïden
- Wat is een voordeel van de COX2- selectieve NSAID’s?
o Deze onderdrukken de pijn
o Geven geen maagirritatie en bloedingen
- Noem 3 voorbeelden van een COX1 NSAID:
o Diclofenac * Ibuprofen
o Naproxen
- Wat is belangrijk om naast een COX1 NSAID te geven?
o Een maagbeschermer
- Wat zijn bijwerkingen van COX1 NSAID’s?
o Maagirritatie * Verlengde stolling
o Oedeem
- Noem 2 voorbeelden van een COX2- selectieve NSAID:
o Celecoxib * Parecoxib
,25.4. Paracetamol
- Wat is de werking van paracetamol?
o Pijnstillend * Koortsverlagend
- In welke situaties kan paracetamol gegeven worden?
o Kiespijn * Koorts
o Spit * Menstruatiepijn
o Hoofdpijn * Griep
- Voor welk orgaan kan paracetamol in hoge dosering schadelijk zijn?
o Voor de lever
- Welke soorten paracetamol preparaten zijn er?
o Paracetamol
o Paracod (met codeïne)
o Paracof (met coffeïne)
25.5. Opioïden
- Op welke lichamelijke stelsels werken opioïden?
o Hart- en vaatstelsel
o Maag- darmstelsel
o Centrale zenuwstelsel
- Welke bijwerkingen geven opioïden?
o Misselijkheid * Obstipatie
o Ademhaling remming * Extreem verslavend
- Wanneer wordt een opioïd gebruikt?
o Bij acute hevige pijn * Bij chronische hevige pijn
o Na operatie * Bij pijn bij kanker
- Waarom mogen mensen met hart- en longproblemen GEEN opioïden?
o In verband met de ademhaling remming
- Noem 4 soorten opioïden:
o Morfine * Oxycodon
o Tramadol * Methadon
o Codeïne * Fentanyl
,Morfine
- Noem 2 kenmerken van morfine:
o Snelle en sterke pijnstilling
o Oraal > altijd met verlengde afgifte
Oxycodon
- Noem 3 kenmerken van oxycodon:
o Werkt 2x zo sterk als morfine
o Wordt gebruikt bij chronische/hevige pijn bij kankerpatiënten
o Zowel langwerkend (12 uur) als kortwerkend (4-6 uur)
Codeïne
- Noem 4 kenmerken van codeïne:
o Werkt minder sterk dan morfine
o Heeft minder bijwerkingen
o Wordt gecombineerd met een niet-opioïd
o Wordt ook gebruikt bij prikkel- en kriebelhoest
Fentanyl
- In welke toedieningsvormen is fentanyl toe te dienen?
o Injectie * Pleister
o Tablet onder de tong * Neusspray
Tramadol
- Noem 3 kenmerken van tramadol:
o Gebruik bij matig tot ernstige pijn
o Vaak toevoeging op een niet-opioïd, zoals paracetamol
o Valt in combinatie, NIET onder de opiumwet
Methadon
- Noem 2 kenmerken van methadon:
o Heeft een sterke pijnstillende werking
o Verminderd ontwenningsverschijnselen bij opiaten verslaving
25.6. Antireumatica
- Wat is reuma?
o Gewrichtsontsteking met kans op vervorming van de ledematen
, - Welke soorten antireumatica zijn er?
o NSAID’s
o DMARD’s
- Wat is de werking van DMARD’s?
o Deze remmen het vrijkomen van de ontsteking activerende stoffen
- Noem 2 middelen die gegeven worden bij reuma:
o Methotrexaat > veel bijwerkingen, eigenlijk bedoeld voor kanker
o Azathioprine > veel bijwerkingen, eigenlijk bedoeld voor immuunziekten
- Welke 2 nieuwe middelen werken direct op het immuunsysteem?
o Infliximab * Leflunomide
25.7. Jicht
- Hoe wordt jicht veroorzaakt?
o Door een overmaat aan urinezuur
Dit zuur is een afbraakproduct van de eiwitstofwisseling
- Welk middel kan er gegeven worden om de vorming van urinezuur te voorkomen?
o Allopurinol
- Welke medicatie kan worden gegeven om pijn bij jicht te bestrijden?
o NSAID’s
Diclofenac
Indometacine
- Wat is een aandachtspunt bij indometacine?
o Werkt als enige NSAID op het centrale zenuwstelsel
Hoofdstuk 27:
27.1. De werking van psychofarmaca
- In welke gevallen wordt psychofarmaca gebruikt?
o Afwijkend gedrag * Emotionele stoornissen
o Slaapstoornissen * Onrust
o Angst * Paniek
- Welke groepen psychofarmaca zijn er?
o Hypnotica * Antipsychotica
o Sedativa * Anxiolytica
o Antidepressiva * Psychostimulantia