Chapter 1 – Understanding the Supply Chain
Leerdoelen:
1.1 Het doel van een supply chain bespreken en de impact van supply chain-
beslissingen op het succes van een bedrijf uitleggen.
1.2 De drie belangrijkste fasen van supply chain-beslissingen definiëren en de
betekenis van elke fase uitleggen.
1.3 De cyclus en push/pull-weergaven beschrijven, samen met de
macroprocessen van een supply chain.
1.4 Belangrijke kwesties en beslissingen identificeren die in een supply chain
moeten worden aangepakt.
1.5 Vaardigheden ontwikkelen die werkgevers als cruciaal voor succes op de
werkvloer hebben aangemerkt.
1.1 Het doel van een supply chain bespreken en de impact van supply chain-
beslissingen op het succes van een bedrijf uitleggen.
Een supply chain omvat alle partijen die betrokken zijn bij het leveren van een product
of dienst aan de klant. Dit kunnen onder andere leveranciers, fabrikanten,
distributeurs, retailers en logistieke partners zijn. Binnen deze keten worden drie
essentiële stromen beheerd:
Informatiesystemen (zoals vraagvoorspellingen en orderbeheer)
Productstromen (van grondstoffen tot eindproducten)
Financiële middelen (zoals kosten en opbrengsten)
Het doel van een supply chain is om klantbehoeften efficiënt en winstgevend te
vervullen. Dit wordt gemeten met de volgende formule:
supply chain surplus=waarde voor de klant−totale keten kosten
Een hogere supply chain surplus betekent dat een bedrijf zowel waarde creëert voor
de klant als Kosten beheerst, wat leidt tot een betere concurrentiepositie.
Bedrijven moeten strategische keuzes maken over hoe hun supply chain wordt
ingericht. Beslissingen over productie, distributie, voorraadbeheer en technologie
beïnvloeden de winstgevendheid en efficiëntie van de keten.
Succesvolle bedrijven zoals Walmart en Amazon optimaliseren hun supply chain
met data-analyse, efficiënte logistiek en strategische partnerschappen.
Faalvoorbeelden, zoals Borders en Webvan, laten zien dat een gebrek aan
flexibiliteit en verkeerde investeringen kunnen leiden tot hoge kosten en
uiteindelijk faillissement.
Kortom, een goed ontworpen supply chain is essentieel voor succes. Door strategische
planning en technologische innovatie kunnen bedrijven hun supply chain surplus
maximaliseren, waardoor ze kosten verlagen, klanttevredenheid verbeteren en
concurrerend blijven in de markt.
1.2 De drie belangrijkste fasen van supply chain-beslissingen definiëren en
de betekenis van elke fase uitleggen.
Succesvol supply chain management vereist beslissingen over de stroom van
informatie, producten en financiële middelen. Het doel van elke beslissingen is om het
supply chain surplus te vergroten. Deze beslissingen zijn onderverdeeld in drie fasen
op basis van frequentie en de tijdshorizon waarin ze impact hebben.
, 1. Supply chain strategie of ontwerp (lange termijn):
In deze fase wordt de structuur van de supply chain voor de komende jaren
bepaald. Beslissingen in deze fase omvatten:
- Locatie en capaciteit van productie- en distributiecentra
- Uitbesteden vs. in-house productie
- Vervoersmodi en informatievoorziening binnen de supply chain
De strategische keuzes bepalen de grenzen waarbinnen de toekomstige
beslissingen worden genomen. Ze zijn kostbaar en moeilijk te wijzigen,
waardoor bedrijven onzekerheid in toekomstige marktomstandigheden moeten
meenemen in hun planning.
2. Supply chain planning (middellange termijn):
Tijdens deze fase is de supply chain-structuur al vastgelegd en moeten
bedrijven binnen deze kaders plannen om de supply chain surplus te
maximaliseren. Beslissingen in deze fase omvatten:
- Welke markten vanuit welke locaties worden beleverd
- Subcontracteren van productie
- Voorraadbeheer en promotiecampagnes
Omdat de tijdshorizon korter is dan bij strategische beslissingen, zijn de
voorspellingen nauwkeuriger. Bedrijven kunnen de flexibiliteit die in de
ontwerpfase is ingebouwd optimaal benutten.
3. Supply chain operatie (korte termijn):
In deze fase worden beslissingen op dagelijkse of wekelijkse basis genomen om
individuele klantorders te verwerken. De supply chain-structuur en het
planningsbeleid liggen al vast. Beslissingen omvatten:
- Toewijzing van voorraad of productie aan specifieke orders
- Instellen van leveringsschema’s en verzendwijzen
- Optimaliseren van magazijnoperaties, zoals paklijsten en orderverwerking
Omdat de tijdshorizon hier zeer kort is, is de onzekerheid minimaal en ligt de
focus op efficiënte uitvoering binnen de bestaande kaders.
Kortom, de drie besluitvormingsfasen in een supply chain beïnvloeden elkaar:
Strategische beslissingen bepalen de grenzen voor planning
Planningsbeslissingen definiëren de kaders voor operationele keuzes
Operationele beslissingen optimaliseren de uitvoering binnen de gestelde
kaders
Succesvolle bedrijven benutten deze fasen effectief, wat bijdraagt aan hun
concurrentievoordeel en winstgevendheid.
1.3 De cyclus en push/pull-weergaven beschrijven, samen met de
macroprocessen van een supply chain.
Een supply chain bestaat uit een reeks processen en stromen tussen verschillende
schakels die samenwerken om aan de vraag van de klant te voldoen. Er zijn twee
belangrijke manieren om deze processen te bekijken:
Cycle view: de supply chain wordt opgedeeld in een reeks cycli, waarbij elke
cyclus plaatsvindt op het raakvlak tussen twee opeenvolgende schakels.
Push/pull view: processen worden ingedeeld op basis van de timing ten opzichte
van de klantvraag:
- Pull-processen starten als reactie op een klantorder.
- Push-processen worden uitgevoerd op basis van een voorspelling van de
klantvraag.
Kenmerken van cycle view:
Helpt bij het optimaliseren van operationele beslissingen.
, Belangrijk voor ERP-systemen die supply chain processen ondersteunen.
Naarmate je verder van de eindklant komt, neemt het aantal individuele orders
af, maar wordt de ordergrootte groter.
Belang van de push/pull view:
Helpt bij strategische beslissingen over supply chain ontwerp.
Bepaalt hoe bedrijven supply en demand balanceren.
In de cycle view worden alle processen onderverdeeld in vier cycli:
1. Customer order cycle: interactie tussen klant en retailer
2. Replenishment cycle: interactie tussen retailer en distributeur
3. Manufacturing cycle: interactie tussen fabrikant en leverancier
4. Procurement cycle: interactie tussen leverancier en grondstoffenleveranciers
Elke cyclus bestaat uit een reeks subprocessen, zoals marketing, orderplaatsing,
levering en retourverwerking. Niet elke supply chain heeft alle vier cycli even duidelijk
gescheiden.
De push/pull view onderscheidt processen op basis van wanneer ze worden
uitgevoerd ten opzichte van klantorders:
Pull-processen (reactief):
- Starten na een klantorder
- Opereren in een voorspelbare omgeving
Push-processen (speculatief):
- Worden uitgevoerd vóór een klantorder, gebaseerd op een voorspelling
- Opereren in een onzeker omgeving
Alle supply chain processen kunnen worden ingedeeld in drie macroprocessen:
1. Customer Relationship Management (CRM): alle processen tussen het bedrijf en
de klant.
- Doel: vraag genereren en klantorders beheren.
2. Internal Supply Chain Management (ISCM): interne processen van het bedrijf.
- Doel: vraag zo efficiënt mogelijk vervullen.
3. Supplier Relationship Management (SRM): alle processen tussen het bedrijf en
leveranciers.
- Doel: leveranciers selecteren en contracten beheren.
Het belang van integratie tussen macroprocessen:
In veel bedrijven werken CRM, ISCM en SRM los van elkaar, wat leidt tot slechte
afstemming.
Marketing (CRM) kan bijvoorbeeld andere verkoopverwachtingen hebben dan
productie (ISCM), wat voorraadproblemen veroorzaakt.
Goede samenwerking tussen deze processen verbetert klanttevredenheid en
kostenefficiëntie.
Kortom:
Cycle view is nuttig voor operationele beslissingen en verdeelt de supply chain
in procescycli.
Push/pull view helpt bij strategische beslissingen en bepaalt wanneer processen
worden uitgevoerd ten opzichte van de klantvraag.
CRM, ISCM en SRM zijn de drie macroprocessen binnen een supply chain, en
integratie tussen deze processen in cruciaal voor succes.
1.4 Belangrijke kwesties en beslissingen identificeren die in een supply
chain moeten worden aangepakt.
, Een supply chain-ontwerper moet strategische keuzes maken om een evenwicht te
vinden tussen responsiviteit en kostenefficiëntie. Dit omvat beslissingen over de
locatie en capaciteit van faciliteiten, de mate van productflexibiliteit en de
distributiekanalen. Daarnaast moet worden bepaald of producten direct aan klanten
worden verkocht, via distributeurs, of via fysieke winkels. In een omni-channel
strategie moet bovendien worden vastgelegd welke faciliteiten de orderafhandeling
verzorgen.
Belangrijke supply chain beslissingen en uitdagingen:
Distributie en voorraadbeheer
- Gateway vs. Apple: Gateway koos voor een model zonder winkelvoorraad,
terwijl Apple juist wél voorraad in winkels houdt. Apple’s strategie bleek
succesvoller, mede dankzij een beperkte productvariëteit en een sterke
merkbeleving.
- Vraagstukken: waarom kiezen sommige bedrijven ervoor geen voorraad in
winkels te houden? Welke productkenmerken bepalen of voorraadbeheer in
winkels gunstig is?
Productielocaties en flexibiliteit
- Zara’s responsieve supply chain: Zara combineert snelle lokale productie in
Europa met goedkopere producten in Azië. Onzekere vraag wordt lokaal
geproduceerd, terwijl voorspelbare vraag vanuit Azië wordt geleverd. Door
voorraadbeslissingen uit te stellen, minimaliseert Zara overproductie en
afprijzingen.
- Vraagstukken: hoe beïnvloedt een flexibele productiestrategie de kosten en
snelheid? Waarom loont het om bepaalde producten dicht bij de markt te
produceren?
Distributiestrategieën en netwerkconfiguratie
- Toyota’s globale productie-aanpak: Toyota balanceert lokale en wereldwijze
productiecapaciteit. De ‘global complementation’ strategie zorgt ervoor dat
fabrieken flexibel kunnen inspelen op schommelingen in de vraag, maar
brengt ook risico’s met zich mee, zoals wereldwijze terugroepacties.
- Vraagstukken: moeten fabrieken producten voor alle markten kunnen
produceren? Hoeveel flexibiliteit is nodig in een wereldwijd
productienetwerk?
Voorraadbeheer en fulfilment in een omni-channel strategie
- Macy’s vs. Grainger: Macy’s gebruikt winkels om online orders te verwerken,
terwijl Grainger zijn fulfilment heeft verplaatst naar distributiecentra. Dit
benadrukt de afweging tussen snelheid en efficiëntie.
- Amazon’s groeiende netwerk: Amazon blijft magazijnen toevoegen om
sneller te leveren, maar moet bepalen welke producten op voorraad
behouden worden.
- Vraagstukken: waar moeten online orders worden verwerkt: in winkels of
distributiecentra? Hoe beïnvloeden voorraadbeslissingen de efficiëntie en
snelheid van leveringen?
Kortom, elke beslissingen binnen de supply chain beïnvloedt kosten, flexibiliteit en
service. Door productie, voorraad en distributie slim te plannen, kunnen bedrijven
zoals Zara en Apple een concurrentievoordeel behalen. Uiteindelijk is het doel van
supply chain management om het supply chain surplus, de totale gecreëerde waarde,
te maximaliseren.
1.5 Vaardigheden ontwikkelen die werkgevers als cruciaal voor succes op de
werkvloer hebben aangemerkt.