Politicologie
Hoorcollege 1 Politiek en politieke wetenschap
Belang van politiek
Politiek heeft impact, het kan levens redden (Auto gordel/corona). Maar hoe ver kan de overheid
gaan? Welke afwegingen maken wij? Wel is de maatschappij en problemen die wij hierin
ondervinden ‘beperkt maakbaar’. Bijvoorbeeld de vluchtelingen crisis, energie kwesties, radicaliseren
maar ook corona. Je moet bescheiden zijn over de mogelijkheden want veel ontsnapt aan controle.
Hierdoor lijkt de nationale politiek grip te verliezen. Tevens is historie essentieel om een context van
een kwestie te bergrijpen. Bijvoorbeeld hoe vakbonden invloed hebben uitgeoefend voor
arbeidsrechten die later opgenomen zijn in een sociale zekerheid geregeld door de staat.
Comparative Politics: Systematische studie van het vergelijken van politieke systemen van/of
binnen in een land/verschillende landen.
Wat maakt dat binnen een land er veel verdeeldheid is in aanhang van partijen? Waarom is in
Vlaanderen recht populisme wel groot maar in Wallonië niet? Komt dit bijvoorbeeld door gerichte
keuzes van het nieuws wat wel en niet uit te zenden?
Politiek: proberen te sturen van de samenleving. (Boek: alles wat te maken heeft met het sturen
van een samenleving).
Afkomsting van het Griekse woord politika betekenend: dat wat met het bestuur van de staat (Polis)
te maken heeft. Gebleken is dat hoe groter een groep is hoe meer regels en afspraken er gemaakt
(moeten) worden. Dit wordt formeel vastgelegd en kan tot conflict leiden. Bijvoorbeeld: groot gezin
en vaste bedtijden van kinderen (=conflict) of strengere corona regels voor een samenleving
(=conflict).
Politiek, en de essentie van politicologie, is dus het bestuderen van conflicten tijdens het proces van
het maken van regels/afspraken. Het is een al doorgaand conflict met vreedzame middelen. Politiek
kan je overal vinden, van verenigingen, clubs en organisaties (kleine politiek) tot landelijke politiek
(grote politiek). Overal waar regels bestaan.
De bouwstenen van de politiek zijn:
Actoren: politieke partijen
Instellingen: Wettelijk kader waarbinnen actoren strijden
Bepalen functioneren
Variaties
1. Territorium; Plaatsgebonden en niet aan te ontsnappen. In tegenstelling tot een vereniging,
club, of kerk. Hier zijn ook regels maar je kan kiezen hiermee te stoppen. Bij een
‘lidmaatschap van een samenleving’ kan dit niet tenzij je verhuist. Echter zal je dan naar een
ander territorium gaan waar eveneens regels zullen gelden waar je je aan moet conformeren
ook al ben je het ermee oneens.
, Staten = landen (hebben grondgebied en zijn soeverein(= definitie van een land)). Niet alleen
staten hebben grondgebied, ook de EU of gemeente heeft grondgebied. Maar de staten
(landen) hebben de hoogste macht over hun grondgebied. (In België gaat dit anders omdat
zowel Vlaanderen als België wetten kan maken en/of verwerpen).
2. Cultureel: De inhoud en reikwijdte van politiek kan erg variëren afhankelijk van het land. Er
zijn verschillende opvattingen over de mate waarin een overheid mag ingrijpen. Zo vonden
liberalen dat het zo min mogelijk moest worden ingegrepen waar socialisten vonden dat dit
juist wel moest om benadeelde mensen een hand uit te reiken.
In de 19de eeuw deed de politiek alleen orde (politie), defensie en belastingen innen. Dit
werd ook wel een ‘nachtwakersstaat’ genoemd. Nu is dit veel meer, ook sociale zekerheid,
wegen, groenonderhoud etc.. Recent is de politiek meer bezig met milieu en klimaat. Ook
vindt iedereen nu dat de overheid moet ingrijpen in deze gebieden (liberaal & socialist). Het
lijkt erop dat de politieke cultuur wijzigt; de grenzen tussen privé en publiek verschuift. Maar
hoe ver kan en mag de politiek gaan? Mag ze verbieden in de auto bij je kinderen te roken?
Of een hogere premie voor ongezond leven? Mag de overheid controleren op discriminatie
bij particuliere thuis? Er lijkt een explosie gaande waarin er vraag is om alles door de politiek
en overheid te laten regelen (homohuwelijk, huiselijk geweld, adoptie, toeslagen,
tegemoetkomingen, Verplicht minderheden aannemen).
3. Vormen: welke vorm neemt de sturing van de samenleving aan?
Regime – Wie heeft de macht? Is deze erfelijk of verkozen? Zijn er mensenrechten? Laat de
leider zich inspireren in wetten door religie? Is er (pers) vrijheid van meningsuiting?
Democratisch en autoritaire regimes;
Democratisch: macht tijdelijk en verspreid over verschillende groepen. Mensen rechten
(vrijheid van meningsuiting), die beschermd en erkent worden.
Unitaire en federale staten;
Hele territorium vanuit 1 punt bestuurd (NL Den Haag) of deelgebieden (BE) met
bevoegdheden? En welke dan en hoeveel?
Variaties in (politieke) instellingen en procedures;
In een democratie bepalen kiezers wie de macht heeft maar hoe worden de verkiezingen
vormgegeven? Wie mogen of moeten hieraan deelnemen? Hoe wordt het vormen van een
coalitie vormgegeven? Zijn er 1 of 2 kamers? Verdeling van de macht. Wat is de rol van het
staatshoofd?
De variatie in politieke vormen zoals hierboven benoemd, staat centraal in de politieke
wetenschap.
Wat doet een politicoloog?
Doel: regelmaat ontdekken in een fenomeen en pogen complexe fenomenen te vereenvoudigen.
Een politiek wetenschapper wil analyseren.
Bijvoorbeeld stemgedrag bepalen aan de hand van kwantitatieve kenmerken; jonge hoogopgeleide
vrouwen stemmen eerder op links en lager opgeleide jonge mannen op rechts. Maar waarom wordt
deze regelmaat in dit fenomeen gezien? Wat ligt hieraan ten grondslag? Hebben laagopgeleide
mannen het gevoel dat ze niet gezien worden? Draagt dit eraan bij dat ze rechts populistisch
stemmen? We willen deze patronen inzichtelijk maken.
Echter de sociale werkelijkheid complex en reflexief (= reageert op voorspellingen en kan daardoor
,ook anders lopen dan voorspelt of verwacht zoals bij politieke peilingen).
Een politicoloog probeert de werkelijkheid te formaliseren in analytische variabelen. En poogt dit
met intellectuele distantie te doen. Echter wordt ons gedrag bepaald door onze sociale context en
wat wij ontlenen aan deze context en onze toegeëigende rol. Een positie creëert gedrag.
Patronen zie je door ze te vergelijken dit kan op 2 manieren:
Kwantitatief (veel waarnemingen) Deze is dominant in de politieke wetenschap.
Kwalitatief (goed gekozen (en uitgebreide) waarnemingen)
In de politieke wetenschap willen we politieke gebeurtenissen en instellingen begrijpen, beschrijven
en verklaren (net als journalisten) en niet beoordelen. Echter is te zien dat de keuze van
onderwerpen om te onderzoeken liggen in de lijn van de interesse van de onderzoeker. Dit is per
definitie al een bias.
Wetenschappelijke methode: Veel bewust ingezamelde waarnemingen op een systematische
manier. Algemene verschijnsels worden in kaart gebracht, vergeleken en gezocht naar
gelijkwaardige en verschillen (de cases) hierin. Er wordt een keuze gemaakt in
onderzoekstechnieken (kwalitatief/kwantitatief) en hoe interpreteren van gegevens? Het onderzoek
moet repliceer baar (na te doen met dezelfde uitkomsten door en andere onderzoeker) te checken
en controleren zijn. Zodat er cumulatief (opvolgbaar) voortgeborduurd kan worden op
onderzoeken.
Instrumenten van politieke wetenschap:
De politieke wetenschap heeft een eigen ‘taal’ om orde te brengen in chaos dit zijn:
Concepten, modellen en theorieën.
1. Concepten: een begrip of algemene categorie dat een verschijnsel precies afbakent zoals een
politieke partij, gender, geslacht, corruptie, lobbyen of particratie. Zonder deze concepten kunnen
we niet over politiek spreken. In de essentie wordt er onderscheid gemaakt tussen hoofd- en
bijzaken. Een concept is een ideaaltype.
2. Modellen: Een versimpelde voorstelling van de realiteit. Statische modellen bevatten enkel
gekozen variabelen waarvoor andere details mogelijk wegvallen. Ook relaties tussen concepten
(variabelen) worden beschreven. (Bijvoorbeeld een wegenkaart).
Politieke kringloop: Samenleving heeft een eis (1e input), sluitwachters/gatekeepers (politieke
partijen/belangenverenigingen) bundelen eis tot algemene principes. Steun (2e input) in welke mate
de nieuwe regel geaccepteerd en nageleefd wordt. Eisen en steun worden omgezet naar conversie
(input in politiek), daaruit volgen beslissingen (output) wat resulteert in terugkoppeling (ook wel
feedback) en dat resulteert weer in eisen en steun.
3. Theorieën: Dit is concreter dan een model of concept. Het geeft aan hoe en waarom politieke
verschijnsels met elkaar in verband staan (causaliteit). Bijvoorbeeld de uitwerking van de hypothese:
wat bepaalt de samenstelling van de regering? Of Waarom hebben sommige landen meer
vertrouwen in de overheid?
Deductief (feitelijke conclusies trekken aan de hand van opsommende feiten) Bijvoorbeeld; mensen
zijn sterfelijk, Socrates is een mens = Socrates is sterfelijk Up-Down. vs Inductief (de
waarschijnlijkheid van een verschijnsel verklaren aan de hand van specifieke waarnemingen)
Bottom-up maar de uitkomst kan niet gegeneraliseerd worden.
, Theorie is altijd speculatief en kan dus fout zijn. Je kan het toetsen.
Hypothese = voorspelling waarvan nagegaan kan worden of het klopt (toetsbaar)
Hoorcollege 2 staat en macht
Regels
Er zijn vaak bindende (eigen)regels gebonden aan een grondgebied.
- Ookal ben je het er niet mee eens (Kan leiden tot ongehoorzaamheid bijvoorbeeld betaalstaking).
- We volgen die regels zonder na te denken (geïnternaliseerd, zoals rechts rijden en een gordel om).
- De staat mag middelen gebruiken (geweld/afdwingen politie deurwaarde)
Definitie staat -> monopoly on legitimate use of physical force within a given territory.
-Privatiseren van beveiliging (op festivals/gated community) wordt ook gedaan.
-Staatsgeweld moet proportioneel zijn (politie tegen betogers)
-Alleen geweld dat nodig is voor een duidelijk doel (Foltering mag niet)
Grondwet = de belangrijkste basisregels van het grondgebied/staat en beschrijft:
1. Hoe (nieuwe) regels gemaakt mogen en kunnen worden.
2. Bevat basisregels van het functioneren van het gekozen politieke systeem (Bijvoorbeeld de
pariteitsregering in belgië die aangeeft dat het 50/50 qua taal verdeeld moet zijn aan deelnemers en
vertegenwoordigers in het parlement).
3. Bevat grondrechten van burgers (Het is een bescherming van burgers tegen de staat)
De Grondwet is een document in theorie, de werkelijke politiek staat hier ver vanaf. De grondwet is
daarom ook vaag en algemeen.
Om een grondwet te kunnen veranderen zijn er bijzondere voorwaarden, dit moet namelijk niet
zomaar kunnen. Het is heel moeilijk wijzig baar en vraagt vaak meer dan 2/3e meerderheid (in USA
75% van de staten). Er zijn lange onderhandelingen nodig omdat de meeste mensen dezelfde kant
op moeten kijken voor deze aanpassing.
In België moet voorafgaand de verkiezingen aangegeven worden welke grondwet regels mogelijk
aangepast kunnen worden zodat de kiezers dit mee kunnen nemen in hun stemming. Om deze
reden heeft communautair polariseren (wij-zij) weinig zin.
Revolutie in 1830 leidde tot de grondwet in 1831. Deze was bijzonder vrij in vergelijking met andere
landen.
De grondwet in USA en Frankrijk waren minder liberaal en 'modern'. Het gaf het parlement in België
echt de macht en niet de monarch zoals in Frankrijk.
In de USA is de grondwet 27x veranderd sinds de start. Een belangrijk amendement (2de) is dat ze
wapens mogen dragen.
De grondwet legt niet alleen het functioneren van de staat vast maar ook de grondrechten van de
bevolking en vrijheden. Hieronder vallen bijvoorbeeld: Vrijheid van: meningsuiting, vereniging, pers,
godsdienst. Dit is ook wel nodig voor vrije verkiezingen en daarmee een democratie. Zonder
persvrijheid of vrijheid van meningsuiting kan je wel verkiezingen houden maar zijn de partijen niet
gehoord.
Ook socio-economische rechten staan nu in de wet, recht van burgers op arbeid, onderwijs en een
Hoorcollege 1 Politiek en politieke wetenschap
Belang van politiek
Politiek heeft impact, het kan levens redden (Auto gordel/corona). Maar hoe ver kan de overheid
gaan? Welke afwegingen maken wij? Wel is de maatschappij en problemen die wij hierin
ondervinden ‘beperkt maakbaar’. Bijvoorbeeld de vluchtelingen crisis, energie kwesties, radicaliseren
maar ook corona. Je moet bescheiden zijn over de mogelijkheden want veel ontsnapt aan controle.
Hierdoor lijkt de nationale politiek grip te verliezen. Tevens is historie essentieel om een context van
een kwestie te bergrijpen. Bijvoorbeeld hoe vakbonden invloed hebben uitgeoefend voor
arbeidsrechten die later opgenomen zijn in een sociale zekerheid geregeld door de staat.
Comparative Politics: Systematische studie van het vergelijken van politieke systemen van/of
binnen in een land/verschillende landen.
Wat maakt dat binnen een land er veel verdeeldheid is in aanhang van partijen? Waarom is in
Vlaanderen recht populisme wel groot maar in Wallonië niet? Komt dit bijvoorbeeld door gerichte
keuzes van het nieuws wat wel en niet uit te zenden?
Politiek: proberen te sturen van de samenleving. (Boek: alles wat te maken heeft met het sturen
van een samenleving).
Afkomsting van het Griekse woord politika betekenend: dat wat met het bestuur van de staat (Polis)
te maken heeft. Gebleken is dat hoe groter een groep is hoe meer regels en afspraken er gemaakt
(moeten) worden. Dit wordt formeel vastgelegd en kan tot conflict leiden. Bijvoorbeeld: groot gezin
en vaste bedtijden van kinderen (=conflict) of strengere corona regels voor een samenleving
(=conflict).
Politiek, en de essentie van politicologie, is dus het bestuderen van conflicten tijdens het proces van
het maken van regels/afspraken. Het is een al doorgaand conflict met vreedzame middelen. Politiek
kan je overal vinden, van verenigingen, clubs en organisaties (kleine politiek) tot landelijke politiek
(grote politiek). Overal waar regels bestaan.
De bouwstenen van de politiek zijn:
Actoren: politieke partijen
Instellingen: Wettelijk kader waarbinnen actoren strijden
Bepalen functioneren
Variaties
1. Territorium; Plaatsgebonden en niet aan te ontsnappen. In tegenstelling tot een vereniging,
club, of kerk. Hier zijn ook regels maar je kan kiezen hiermee te stoppen. Bij een
‘lidmaatschap van een samenleving’ kan dit niet tenzij je verhuist. Echter zal je dan naar een
ander territorium gaan waar eveneens regels zullen gelden waar je je aan moet conformeren
ook al ben je het ermee oneens.
, Staten = landen (hebben grondgebied en zijn soeverein(= definitie van een land)). Niet alleen
staten hebben grondgebied, ook de EU of gemeente heeft grondgebied. Maar de staten
(landen) hebben de hoogste macht over hun grondgebied. (In België gaat dit anders omdat
zowel Vlaanderen als België wetten kan maken en/of verwerpen).
2. Cultureel: De inhoud en reikwijdte van politiek kan erg variëren afhankelijk van het land. Er
zijn verschillende opvattingen over de mate waarin een overheid mag ingrijpen. Zo vonden
liberalen dat het zo min mogelijk moest worden ingegrepen waar socialisten vonden dat dit
juist wel moest om benadeelde mensen een hand uit te reiken.
In de 19de eeuw deed de politiek alleen orde (politie), defensie en belastingen innen. Dit
werd ook wel een ‘nachtwakersstaat’ genoemd. Nu is dit veel meer, ook sociale zekerheid,
wegen, groenonderhoud etc.. Recent is de politiek meer bezig met milieu en klimaat. Ook
vindt iedereen nu dat de overheid moet ingrijpen in deze gebieden (liberaal & socialist). Het
lijkt erop dat de politieke cultuur wijzigt; de grenzen tussen privé en publiek verschuift. Maar
hoe ver kan en mag de politiek gaan? Mag ze verbieden in de auto bij je kinderen te roken?
Of een hogere premie voor ongezond leven? Mag de overheid controleren op discriminatie
bij particuliere thuis? Er lijkt een explosie gaande waarin er vraag is om alles door de politiek
en overheid te laten regelen (homohuwelijk, huiselijk geweld, adoptie, toeslagen,
tegemoetkomingen, Verplicht minderheden aannemen).
3. Vormen: welke vorm neemt de sturing van de samenleving aan?
Regime – Wie heeft de macht? Is deze erfelijk of verkozen? Zijn er mensenrechten? Laat de
leider zich inspireren in wetten door religie? Is er (pers) vrijheid van meningsuiting?
Democratisch en autoritaire regimes;
Democratisch: macht tijdelijk en verspreid over verschillende groepen. Mensen rechten
(vrijheid van meningsuiting), die beschermd en erkent worden.
Unitaire en federale staten;
Hele territorium vanuit 1 punt bestuurd (NL Den Haag) of deelgebieden (BE) met
bevoegdheden? En welke dan en hoeveel?
Variaties in (politieke) instellingen en procedures;
In een democratie bepalen kiezers wie de macht heeft maar hoe worden de verkiezingen
vormgegeven? Wie mogen of moeten hieraan deelnemen? Hoe wordt het vormen van een
coalitie vormgegeven? Zijn er 1 of 2 kamers? Verdeling van de macht. Wat is de rol van het
staatshoofd?
De variatie in politieke vormen zoals hierboven benoemd, staat centraal in de politieke
wetenschap.
Wat doet een politicoloog?
Doel: regelmaat ontdekken in een fenomeen en pogen complexe fenomenen te vereenvoudigen.
Een politiek wetenschapper wil analyseren.
Bijvoorbeeld stemgedrag bepalen aan de hand van kwantitatieve kenmerken; jonge hoogopgeleide
vrouwen stemmen eerder op links en lager opgeleide jonge mannen op rechts. Maar waarom wordt
deze regelmaat in dit fenomeen gezien? Wat ligt hieraan ten grondslag? Hebben laagopgeleide
mannen het gevoel dat ze niet gezien worden? Draagt dit eraan bij dat ze rechts populistisch
stemmen? We willen deze patronen inzichtelijk maken.
Echter de sociale werkelijkheid complex en reflexief (= reageert op voorspellingen en kan daardoor
,ook anders lopen dan voorspelt of verwacht zoals bij politieke peilingen).
Een politicoloog probeert de werkelijkheid te formaliseren in analytische variabelen. En poogt dit
met intellectuele distantie te doen. Echter wordt ons gedrag bepaald door onze sociale context en
wat wij ontlenen aan deze context en onze toegeëigende rol. Een positie creëert gedrag.
Patronen zie je door ze te vergelijken dit kan op 2 manieren:
Kwantitatief (veel waarnemingen) Deze is dominant in de politieke wetenschap.
Kwalitatief (goed gekozen (en uitgebreide) waarnemingen)
In de politieke wetenschap willen we politieke gebeurtenissen en instellingen begrijpen, beschrijven
en verklaren (net als journalisten) en niet beoordelen. Echter is te zien dat de keuze van
onderwerpen om te onderzoeken liggen in de lijn van de interesse van de onderzoeker. Dit is per
definitie al een bias.
Wetenschappelijke methode: Veel bewust ingezamelde waarnemingen op een systematische
manier. Algemene verschijnsels worden in kaart gebracht, vergeleken en gezocht naar
gelijkwaardige en verschillen (de cases) hierin. Er wordt een keuze gemaakt in
onderzoekstechnieken (kwalitatief/kwantitatief) en hoe interpreteren van gegevens? Het onderzoek
moet repliceer baar (na te doen met dezelfde uitkomsten door en andere onderzoeker) te checken
en controleren zijn. Zodat er cumulatief (opvolgbaar) voortgeborduurd kan worden op
onderzoeken.
Instrumenten van politieke wetenschap:
De politieke wetenschap heeft een eigen ‘taal’ om orde te brengen in chaos dit zijn:
Concepten, modellen en theorieën.
1. Concepten: een begrip of algemene categorie dat een verschijnsel precies afbakent zoals een
politieke partij, gender, geslacht, corruptie, lobbyen of particratie. Zonder deze concepten kunnen
we niet over politiek spreken. In de essentie wordt er onderscheid gemaakt tussen hoofd- en
bijzaken. Een concept is een ideaaltype.
2. Modellen: Een versimpelde voorstelling van de realiteit. Statische modellen bevatten enkel
gekozen variabelen waarvoor andere details mogelijk wegvallen. Ook relaties tussen concepten
(variabelen) worden beschreven. (Bijvoorbeeld een wegenkaart).
Politieke kringloop: Samenleving heeft een eis (1e input), sluitwachters/gatekeepers (politieke
partijen/belangenverenigingen) bundelen eis tot algemene principes. Steun (2e input) in welke mate
de nieuwe regel geaccepteerd en nageleefd wordt. Eisen en steun worden omgezet naar conversie
(input in politiek), daaruit volgen beslissingen (output) wat resulteert in terugkoppeling (ook wel
feedback) en dat resulteert weer in eisen en steun.
3. Theorieën: Dit is concreter dan een model of concept. Het geeft aan hoe en waarom politieke
verschijnsels met elkaar in verband staan (causaliteit). Bijvoorbeeld de uitwerking van de hypothese:
wat bepaalt de samenstelling van de regering? Of Waarom hebben sommige landen meer
vertrouwen in de overheid?
Deductief (feitelijke conclusies trekken aan de hand van opsommende feiten) Bijvoorbeeld; mensen
zijn sterfelijk, Socrates is een mens = Socrates is sterfelijk Up-Down. vs Inductief (de
waarschijnlijkheid van een verschijnsel verklaren aan de hand van specifieke waarnemingen)
Bottom-up maar de uitkomst kan niet gegeneraliseerd worden.
, Theorie is altijd speculatief en kan dus fout zijn. Je kan het toetsen.
Hypothese = voorspelling waarvan nagegaan kan worden of het klopt (toetsbaar)
Hoorcollege 2 staat en macht
Regels
Er zijn vaak bindende (eigen)regels gebonden aan een grondgebied.
- Ookal ben je het er niet mee eens (Kan leiden tot ongehoorzaamheid bijvoorbeeld betaalstaking).
- We volgen die regels zonder na te denken (geïnternaliseerd, zoals rechts rijden en een gordel om).
- De staat mag middelen gebruiken (geweld/afdwingen politie deurwaarde)
Definitie staat -> monopoly on legitimate use of physical force within a given territory.
-Privatiseren van beveiliging (op festivals/gated community) wordt ook gedaan.
-Staatsgeweld moet proportioneel zijn (politie tegen betogers)
-Alleen geweld dat nodig is voor een duidelijk doel (Foltering mag niet)
Grondwet = de belangrijkste basisregels van het grondgebied/staat en beschrijft:
1. Hoe (nieuwe) regels gemaakt mogen en kunnen worden.
2. Bevat basisregels van het functioneren van het gekozen politieke systeem (Bijvoorbeeld de
pariteitsregering in belgië die aangeeft dat het 50/50 qua taal verdeeld moet zijn aan deelnemers en
vertegenwoordigers in het parlement).
3. Bevat grondrechten van burgers (Het is een bescherming van burgers tegen de staat)
De Grondwet is een document in theorie, de werkelijke politiek staat hier ver vanaf. De grondwet is
daarom ook vaag en algemeen.
Om een grondwet te kunnen veranderen zijn er bijzondere voorwaarden, dit moet namelijk niet
zomaar kunnen. Het is heel moeilijk wijzig baar en vraagt vaak meer dan 2/3e meerderheid (in USA
75% van de staten). Er zijn lange onderhandelingen nodig omdat de meeste mensen dezelfde kant
op moeten kijken voor deze aanpassing.
In België moet voorafgaand de verkiezingen aangegeven worden welke grondwet regels mogelijk
aangepast kunnen worden zodat de kiezers dit mee kunnen nemen in hun stemming. Om deze
reden heeft communautair polariseren (wij-zij) weinig zin.
Revolutie in 1830 leidde tot de grondwet in 1831. Deze was bijzonder vrij in vergelijking met andere
landen.
De grondwet in USA en Frankrijk waren minder liberaal en 'modern'. Het gaf het parlement in België
echt de macht en niet de monarch zoals in Frankrijk.
In de USA is de grondwet 27x veranderd sinds de start. Een belangrijk amendement (2de) is dat ze
wapens mogen dragen.
De grondwet legt niet alleen het functioneren van de staat vast maar ook de grondrechten van de
bevolking en vrijheden. Hieronder vallen bijvoorbeeld: Vrijheid van: meningsuiting, vereniging, pers,
godsdienst. Dit is ook wel nodig voor vrije verkiezingen en daarmee een democratie. Zonder
persvrijheid of vrijheid van meningsuiting kan je wel verkiezingen houden maar zijn de partijen niet
gehoord.
Ook socio-economische rechten staan nu in de wet, recht van burgers op arbeid, onderwijs en een